Voor het eerst komt er nu een mens in het dierenbos

„Halló, meneer de Uil”: De Fabeltjeskrant als musical Foto Roy Beusker Beusker, Roy

Voorstelling: De Fabeltjeskrant, door De Graaf en Cornelissen Producties. Regie: Paul van Ewijk. Gezien: 30/9 in Theater aan de Parade, Den Bosch. Tournee t/m 30/3. Inl. www.fabeltjeskrantdemusical.nl

Vroeger richtte Meneer de Uil zich altijd tot de lieve kijkbuiskinderen. Nu corrigeert hij zich, want dit seizoen bestaat zijn publiek uit toneelkijkertjes. Na talloze andere oude kinderseries is nu ook De Fabeltjeskrant een musical geworden. Lastiger misschien dan die andere, omdat het een poppenserie was. Er kwam geen mens in voor. Laat dan ook maar meteen gezegd zijn dat de makers van deze voorstelling het ogenschijnlijke nadeel hebben omgezet in een overtuigend voordeel. Hun productie tintelt van de theatervondsten.

Op basis van de legendarische Fabeltjeskrant-dieren uit de achtereenvolgende tv-series (1968-1974 en 1985-1989) schreef Jon van Eerd een verhaaltje dat niet veel om het lijf heeft, maar precies is toegesneden op de mogelijkheden die een podium biedt. Door de komst van een verdwaalde theater- en tv-producer die zijn stress wil inruilen voor de rust van het dierenbos (voor het eerst een mens!) organiseren de dieren een eigen songfestival – en daar doorheen spelen nog een paar piepkleine kwestietjes die al gauw weer op hun pootjes terechtkomen. Voorts wemelt het in het script van de knipooggrapjes voor het publiek dat de serie nog van vroeger kent. Zoals deze, van juffrouw Ooievaar tegen een nieuweling in het bos: „Het genoegen is geheel uwerzijds, neem ik aan?” Of deze, gedebiteerd door een depressieve Zoef de Haas: „Had ik maar iemand om van te houden...”

Acht acteurs bespelen de vijftien feilloos vormgegeven poppen. Ze hebben een hand in de kop en brengen met hun andere hand een arm in beweging. De rest van de poppenlijven reikt tot de grond – volgens een procédé dat dezer dagen op Broadway en in Londen met groot succes wordt toegepast in de hitmusical Avenue Q. En wat daar gebeurt, gebeurt hier ook: de acteurs spelen met de poppen méé, zodat elke rol in feite door een acteur én een pop wordt gespeeld. Het verschil is hooguit dat de Fabeltjeskrant-spelers bovendien bedreven moeten zijn in het imiteren van de vertrouwde stemmen. Ook dat gaat hen echter wonderwel af.

In een eveneens hoogst herkenbaar decor in kleuterboekjeskleuren zet regisseur Paul van Ewijk een enscenering in gang, die volop van het dubbelspel profiteert. Maar hij heeft geen gebruik gemaakt van de trucs die de geavanceerde theatertechniek tegenwoordig te bieden heeft. Integendeel, hier heerst de charme van de illusie. Zonodig geeft een speler zijn pop aan een collega in handen als hij zelf weer een ander rolletje moet spelen. En als Gerrit de postduif even laat zien dat hij heus kan vliegen, wordt hij gewoon even door twee acteurs opgetild. Dat was op de tv nog nooit vertoond.

Aan de oude hits, op de kwieke deuntjes van Ruud Bos, zijn nieuwe nummers toegevoegd. Maar de grootste hit blijft toch Willem met de waterpomptang. Dat zingen we allemaal, oud en jong, graag mee.