Televisiekijkers zijn anderen dan intimi

Twee prikkelende en grensverleggende portretten van Nederlandse cultuurdragers op één avond – we werden zondag verwend. Rolf Orthels Over Haanstra in AVRO’s Close-Up had het in twee opzichten gemakkelijker dan Saskia van Schaiks Bijna nooit - Judith Herzberg in Het uur van de wolf (VPRO): Bert Haanstra (1916-1997) leverde als filmmaker zelf interessant beeldmateriaal en omdat hij al tien jaar dood is kon hij zich niet met vorm en inhoud van het programma bemoeien. Elke aflevering van beide kunstrubrieken wordt geafficheerd als ‘film’ of ‘documentaire’, maar slechts zelden is de keuze van beeld en geluid zo dwingend en weloverwogen dat het meer is dan een tv-programma. Orthel, die ooit Haanstra assisteerde, is een echte documentairemaker en zijn portret is zelf een film geworden, ook in de voor tv-vertoning ingekorte versie.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de moed om een paar keer filmfragmenten zonder geluid te laten zien. De loskoppeling van beeld en geluid heeft betekenis. Een stukje uit een vroege home movie van de bruiloft van Bert en Nita Haanstra rijmt op de stille beelden van het Overijsselse platteland waar hij opgroeide. Kees Hin, een andere ex-medewerker, wijst op Haanstra’s nooit verdwenen heimwee naar een verloren paradijs, wat zou kunnen verklaren waarom hem nogal eens naïviteit of gebrek aan interesse voor de moderne wereld werd verweten.

Haanstra maakte zijn films zelden met synchroon geluid, alleen al omdat de techniek dat in die tijd nog niet of nauwelijks toeliet. Vorige week verbaasde Haanstra’s vaste cameraman Anton van Munster in De wereld draait door met de onthulling dat het jongetje in het zwembad met waterangst in De stem van het water (1966) werd opgenomen met een ratelende camera. Daarom was de tekst in deze klassieke scène ingesproken door het zoontje van vrienden van Van Munster. Het vakmanschap van Haanstra in het componeren van soundtracks was legendarisch.

Op de door Haanstra gedomineerde traditie van de ‘Hollandse school’ volgde die van de ‘cinéma vérité’. Die heeft zo veel invloed gehad dat de schijnbaar authentieke werkelijkheid nu altijd voor waar wordt aangenomen. Het leidt mede tot al die obligate portretten van schrijvers of kunstenaars, gemaakt door journalisten die zich filmers noemen. Natuurlijk is het interessant om meer te weten te komen over intrigerende hoofdpersonen en te genieten van mooie, illustratieve beelden.

Zo begint ook het portret van dichteres Judith Herzberg, maar al na een minuut of tien wordt samenstelster Saskia van Schaik door Herzberg gedwongen dit pad te verlaten.

De geportretteerde heeft ingestemd op voorwaarde dat het resultaat niet ontroerend zou zijn en dat het meer over haar werk dan over haar zou gaan. Na een uitstapje naar een plek uit haar jeugd zitten beide vrouwen voornamelijk aan tafel met elkaar te praten over wat er wel of niet gefilmd mag worden. Van Schaik mag bijvoorbeeld niet de mappen met ‘bijzondere foto’s’ in Herzbergs werkkamer tonen en al helemaal niet de kinderportretjes die daar hangen. Herzberg stelt dat je verschil moet maken tussen mensen die tv kijken en intimi: „Dat soort nieuwsgierigheid, die ik zelf ook heb als ik naar zoiets kijk, die deugt eigenlijk niet. Het is geen belangstelling, het is nieuwsgierigheid”. Later moet ook een opname in Israël van een Arabisch dorp het ontgelden: „,Ik vind dat dorp ook pittoresk, maar het heeft niets met mij te maken. Misschien wonen er wel terroristen, of de mooiste dichter, maar ik weet er niets van, en dus is het pijnlijk als ik ermee in verband word gebracht”.

Daarentegen spreekt een privéfilmpje van de zo’n veertig jaar jongere Judith Herzberg boekdelen over haar in de laatste scène moeizaam verbaal toegegeven onderdrukte woede.

Per ongeluk is het portret een zinnige beschouwing over televisie geworden. Het is goed dat we als voyeurs tot de intimiteit van deze strijd toegelaten zijn.

Kijk ook op nrc.nl/beeldenstorm