Simons snauwt en schreeuwt niet

De Nederlandse regisseur Johan Simons, oprichter van Hollandia, wordt in Duitsland op handen gedragen.

„Zijn behandeling van de Duitse taal is weerbarstig.”

„In Duitsland heb je nog heel wat terroristische regisseurs, maar Johan Simons hoort daar niet bij. Nooit schreeuwt of snauwt hij naar je. Hij praat met je, hij zoekt samen met jou een weg.” Christoph Homberger werkt als componist en zanger mee aan Simons’ voorstelling Merlin oder das wüste Land, die donderdag in Duitsland in première ging.

Johan Simons, 61 jaar geleden in Heerjansdam geboren, verliet niet alleen zijn dorp maar ook het kleine Nederland. De oprichter van de poldergroep Hollandia regisseert nu doorgaans over de grens. In België, waar hij sinds 2005 het gezelschap NT Gent leidt, in Frankrijk, in Polen en, met stip, in Duitsland.

Elk jaar wordt hij daar uitgenodigd voor het prestigieuze festival RuhrTriënnale. Met de Münchner Kammerspiele, van voortreffelijke acteurs voorzien, heeft hij een vast contract. Diverse ensceneringen van hem stonden in het Berliner Theatertreffen, de jaarlijkse Top Tien der Duitse critici. Door het toonaangevende theaterblad Theater heute werd Simons, in 2004, zelfs uitgeroepen tot ‘Regisseur des Jahres’.

Barbara Burckhardt, redacteur van Theater heute, weet precies waarom Johan Simons in Duitsland zo geliefd is. „Hij is een geweldige acteursregisseur, hij brengt hen in een geconcentreerde staat. Hij slaagt er ook in Nederlandse met Duitse acteurs samen te brengen. Zijn behandeling van de Duitse taal is weerbarstig. Daardoor luister je er als Duitser nog aandachtiger naar. En een regisseur voor wie Duits een vreemde taal is gaat nog preciezer met die taal om.”

Een topper in Duitsland is Simons’ enscenering van Houellebecqs roman Elementaire Deeltjes. De voorstelling stond in 2005 op het Theatertreffen en trekt nog steeds volle zalen. André Jung speelt er van meet af aan in mee. „In Elementarteilchen”, legt hij uit, „was ik Bruno, een diepbedroefde man die seks tot levensdoel gemaakt heeft en daaraan te gronde gaat. Er was op het toneel een gebrek aan handeling en toch maakte Simons er een meeslepende vertelling van.”

Ook Anatomie Titus werd voor het Berliner Theatertreffen uitverkoren. In Heiner Müllers bewerking van Shakespeares gewelddadige drama Titus Andronicus vloeide bij Simons geen druppel bloed. „De dingen”, zegt André Jung, „werden gewoon verteld, in de vorm van een nachtmerrie van Titus, en hadden een groot effect.” Jung speelde Titus Andronicus: „Een vermoeide strijder, een heerser die al zijn geweld ongedaan wilde maken. Simons’ voorstellingen gaan vaak over machthebbers. Maar ook over hun kwetsbaarheid, hun twijfels. De laatste voorstelling van Simons waarin ik heb gestaan was Prinz Friedrich von Homburg van Kleist. Ik speelde de Kurfürst, de slechterik. Simons liet zien dat die vorst geen tiran was. Een bijzondere interpretatie.”

Bert Neumann ontwierp voor Anatomie Titus het spectaculaire decor. Op het toneel was precies dezelfde tribune gebouwd als in de zaal en de acteurs droegen dezelfde dure avondkleding als de toeschouwers. Live videobeelden toonden allochtone types die op straat aan de Mercedessen van die toeschouwers morrelden, alsof ze een kraak gingen zetten. En toen kieperden de tribunes om. „Ik wilde het publiek op allerlei manieren onzeker maken”, vertelt Bert Neumann. „Het moest zich bedreigd voelen door die allochtonen. Simons’ boodschap was: de Derde Wereld zal naar ons toe komen en massaal haar rechten opeisen. We hadden die boodschap slim verpakt.”

Naar dat chique Mercedes-München reist de Vlaamse actrice Chris Nietvelt één keer per maand af, om er in Elementarteilchen te spelen. „Op de toneelschool leerde ik dat wij het met het Nederlandse taalgebied moeten doen”, zegt ze, „maar dat is niet zo. Ik speel in het Duits met een Duitse cast en ik denk er zelfs in het Duits. Prettig, want de Duitse taal heeft meer muziek dan ’t Nederlands.” Ze geniet er van het respect dat men daar nog voor toneelspelers heeft: „Het applaus is er langer. Ik heb er mijn eigen pantoffeltjes waar mijn naam op geborduurd is. En dan hoor ik niet eens bij ’t ensemble.”

Duitsers kunnen beter luisteren, is haar ervaring. „Ze trekken een warm vestje aan en installeren zich gezellig voor een lange avond. Johan Simons durft tergend trage voorstellingen te maken. Hier in Nederland zeggen ze: Toch wel lang, hè? Daar: Het is fantastisch! Zo helder! Het zal wel met de culturele opvoeding te maken hebben. Goethe en Schiller enzo. Met het theatersysteem. De mensen vereenzelvigen zich er met hun eigen schouwburg. Met hun eigen acteurs, die nog echt repertoire spelen.”

„Ik herinner me nog hoe die Vlaamse actrice, Chris Nietvelt, headbangend op de song Ruby Tuesday tussen twee mannen in hing. Dat beeld had zo’n lichamelijke kracht”, zegt de criticus Peter Michalzik. „Johan Simons is een filosoof en tegelijkertijd zo direct, zo helder en sterk als een rocker. Duitse regisseurs zijn veel aangepaster.”

Christoph Homberger: „Ik heb van Simons geleerd dat je je niet star aan een concept hoeft te houden. Je kunt best wat improviseren, dat komt de directheid ten goede.” En Frank Baumbauer, leider van de Müncher Kammerspiele, resumeert: „Hij haalt steeds iets spannends uit de locatie. Hij maakt de spelers vrij. Anders dan Duitse regisseurs heeft hij geen vaste stijl. En zijn boerse afkomst verloochent hij nooit. De polder, de klei is aan zijn voeten blijven hangen. In deze grote romanticus schuilt een pragmatische man.”

Merlin oder das wüste Land naar staat t/m 5 oktober in de Maschinenhalle Zeche Zweckel. Informatie: www.ruhrtriennale.de.