PKK krijgt schuld aanslag op busje

Bij een aanslag op een minibus in Sirnak in Zuidoost-Turkije zijn zaterdagavond twaalf mensen op het leven gekomen. In Turkije wordt de aanslag toegeschreven aan aanhangers van de separatistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan. In de minibus zat een aantal zogeheten dorpswachters die door de Turkse autoriteiten worden ingehuurd om de orde in Koerdische dorpen te handhaven. Deze dorpswachters worden door de PKK als verraders beschouwd.

Het geweld van zaterdag leidde tot grote commotie in Turkije. Schermutselingen met de PKK hebben zo ongeveer elke dag plaats in Zuidoost-Turkije maar een overval op een minibus met twaalf doden tot gevolg is uitzonderlijk. De Turkse kranten brachten vandaag vrijwel allemaal foto's van de begrafenis van de doden op de voorpagina. Premier Erdogan reageerde woedend op de aanslag. „Ze [de PKK, red.] zijn begonnen om burgers als doelwit te kiezen omdat ons veiligheidsapparaat een vastbesloten strijd [tegen de PKK] voert”, aldus de premier. „Zij zullen een gepast antwoord krijgen.” Volgens de Turkse media heeft het Turkse leger gisteren twee PKK-strijders gedood. Onduidelijk is of de twee betrokken waren bij de aanval op de minibus.

De aanslag van zaterdag kwam een dag na de ondertekening van een akkoord tussen Irak en Turkije in Ankara over samenwerking in de strijd tegen de PKK. Het pact voorziet onder andere in de uitwisseling van informatie over ‘troepenbewegingen’ van de PKK in Noord-Irak en stipuleert dat beide landen gaan proberen de financiële hulpbronnen van de extremistische Koerden aan te pakken.

Maar al voor de aanslag van zaterdag bestond er cynisme over het akkoord in Turkije. Een Turkse ex-officier noemde de afspraken „komisch”, de oppositie sprak van een „omelet zonder eieren”. Belangrijkste pijnpunt in Turkije is dat het overeenkomst het Turkse leger niet de wettelijke mogelijkheid geeft om bij de achtervolging van PKK-strijders de grens over te gaan met Noord-Irak.