Pijn is fijn

Gedoodverfd. Je kunt in dit land maar beter niet als de gedoodverfde winnaar worden aangemerkt, zeker niet als je lid bent van de PvdA. Gedoodverfde winnaars verliezen vaak, zélfs als ze de meeste voorkeurstemmen krijgen, zoals in het geval van Jan Pronk. Er waren, volgens een kiessysteem dat alternative vote wordt genoemd, maar liefst zes stemrondes nodig om van de winnaar Pronk een verliezer te maken – leg dan nog maar eens aan je achterban uit dat je de politiek transparanter wilt maken.

Maar goed, hoe zit dat met doodverven? Wat werd hier oorspronkelijk mee bedoeld? En werd er ook echt bij geverfd?

Ja, er werd echt bij geverfd. Doodverf was vanaf de 16de eeuw de technische naam voor de (grond)verf waarmee een tekening of schilderij werd geschetst. Meestal had die verf één kleur, bijvoorbeeld bruin of grijs. Later werden daar de kleuren overheen geschilderd.

Een schets in doodverf gaf aan hoe het doek eruit zou gaan zien. Vandaar dat het werkwoord doodverven de betekenissen ‘schetsen’, ‘kenschetsen’ en uiteindelijk ‘voorbestemmen’ kreeg.

In de betekenis ‘voorbestemmen’ komen we het vanaf het begin van de 19de eeuw tegen. Vanaf het begin van de 20ste eeuw was dat nog de enige gangbare betekenis – die andere waren inmiddels verloren gegaan.

Woensdag gehaktdag. Aanstaande woensdag verschijnt een boek waar in het verleden al veel over te doen is geweest, Woensdag gehaktdag van Richard Klinkhamer. Over de inhoud zult u nog genoeg horen en lezen, we beperken ons hier tot de titel.

Sinds wanneer, zo werd in een weblog op internet gevraagd, kennen we woensdag als gehaktdag?

Dit lijkt het geval te zijn sinds het begin van de jaren vijftig, zo blijkt uit een onderzoekje in de historische kranten op internet. In onder meer het Leidsch Dagblad en de Soester Courant zien we slagers vanaf 1953 reclame maken voor een speciale gehaktdag. Aanvankelijk lag die dag nog niet vast en kon het er meer dan één zijn. Zo was bij slager Teekens in Leiden zowel de dinsdag als de woensdag gehaktdag, en bij slager Zoetelief in Soest was gehakt op donderdag in de reclame. „Wegens enorm succes” stelden steeds meer slagers een speciale gehaktdag in, en vanaf het eind van de jaren vijftig was woensdag de gedoodverfde gehaktdag.

Volgens één informant had dit de volgende reden. „Slachten is zwaar werk en daarom deed de slager dit als hij goed uitgerust was, na de zondag. Vervolgens moesten de kadavers een dag hangen voordat de slager het vlees kon uitsnijden. Dat snijden gebeurde op dinsdag. De resten of snippers die overbleven werden op woensdag tot gehakt gemalen.”

Pijn is fijn. Van wie zijn toch de dichtregels: pijn is fijn,/ bloed is goed? En wat is eigenlijk de complete tekst van dit rijmpje, want je komt het in verschillende varianten tegen. Zo is er een lange variant, namelijk: pijn is fijn/ bloed is goed/ jeuk is leuk/ en zweet is wreed. Elders vond ik nog: Jeuk is leuk, pijn is fijn, bloed (dat) moet! En: jeuk is leuk/ pijn is fijn/ en spastisch is fantastisch!

Gaat dit rijmpje wel terug op één auteur? Ik denk het eigenlijk niet. Waarschijnlijk gaat het om een dooddoener, iets dat oorspronkelijk gezegd werd tegen kinderen die klaagden over een pijntje. Of over jeuk. Dit zou meteen verklaren waarom er zoveel varianten van deze pedagogische stoplap in omloop zijn. Wie weet er meer over dit rijmpje?

Reacties via www.nrc.nl/woordhoek of naar sanders@nrc.nl