Pierre Boulez excelleert in ‘Amériques’ van Edgard Varèse

Concert: Ensemble Modern Orchestra o.l.v. Pierre Boulez. Gehoord: 29/9 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 2/10 20 uur.

Een ‘ensemble-serie’ is de E-serie van de ZaterdagMatinee eigenlijk. Toch stonden er meer dan honderd musici op het podium voor een concert onder leiding van Pierre Boulez (82). De al bij leven legendarische dirigent en componist trok ook in de zaal veel publiek dat hem voor- en achteraf uitvoerig toejuichte en zelfs tot een toegift bewoog. Met een concert vol ijzersterk nieuw werk én Varèses kolossale Amériques beleefde de ensembleserie dan ook een onvergetelijke start.

In “…auf…” II (2005-07) van de Duitser Mark Andre (1964) was goed te horen dat deze componist bij Helmut Lachenmann studeerde, de Duitse grootmeester van het edelere tik-, ruis- en kraswerk. Aan het begin wekken kille klappen op twee piano’s resonanties op in de niet-afgedekte snaren van het instrument. Het was tweemaal te horen, want Boulez sloeg de eerste keer na enkele maten af vanwege een rinkelende Nokia. Wat volgt is een gradueel opgebouwde orkestrale uitvergroting van dit idee, waarbij het orkest afwisselend als grote gonzende machine klinkt, zich in subtiele krasje terugtrekt, of venijnig snijdt met rondzingend koper.

Het gebruik van het orkest als apparaat om niet per se melodieuze of harmonieuze klanken te produceren vindt deels zijn oorsprong in het werk van Edgard Varèse. Diens Amériques (1920-21, revisies in 1927 en 1929) was, met sirenes en heel veel slagwerk, in dit opzicht grensverleggend.

Boulez en het Ensemble Modern Orchestra (de uitgebreide versie van het Ensemble Modern) bereikten in Amériques een fabelachtig niveau. In elk geval voor de duur van dit werk leek er geen twijfel over te bestaan dat hier de beste dirigent van de wereld en het beste orkest van de wereld aan het werk waren. De superieure precisie en de ongekende controle over de toch weer tomeloze energie toonden Boulez op zijn allerbest.

Onvermijdelijk klonken de miniatuurtjes van Enno Poppe’ s Obst (2006), steeds met een ander soort muzikale ‘ontsporing’, hierna wat braaf, al is bij geen ander orkest ter wereld zo’n microtonaal werk in zulke goede handen. Matthias Pintschers Towards Osiris (2005) deed met zinderende golfslagen denken aan Berio. Boulez de componist was te horen in een opwindende, gerijpte uitvoering van vijf delen van het vooralsnog onvoltooide Notations (1978-1997).

Maar elk concert met Amériques is toch gedoemd te worden overvleugeld door dát ene werk.