Oorlog vaagt elke utopie uit

De voormalige Maschinenhalle van een kolenmijn in het Ruhrgebied oogt als een kasteel. Symmetrisch gebouwd, fraaie boogvormige ramen. Bij binnenkomst blijkt de ruimte van fabriek tot toneelhal te zijn omgetoverd. Tribunes tegenover een langwerpige speelvloer van zo’n honderd meter. Een stalen constructie draagt het dak.

Regisseur Johan Simons van NTGent zet de suggestie van ingrijpende verbouwing door in zijn geladen versie van Merlin oder Das wüste Land (1981) van de Duitse toneelschrijver Tankred Dorst. De Duitstalige voorstelling (met Nederlandse en Vlaamse spelers) speelt op de Ruhrtriënnale, het grootse muziek- en theaterfestival waar Simons vaste gast is. De immense speelvloer is bezaaid met bouwmateriaal, puin, blauw plastic, steigerbuizen. Twee zwart glanzende vleugelpiano’s vallen op in deze robuuste bouwwereld. Robuust, ruig en ook teder acterend is de Vlaamse hoofdrolspeler Wim Opbrouck als tovenaar Merlijn. Gehuld in de outfit van een action painter smijt hij verf op lege doeken en schildert hij een gouden beker, de Heilige Graal.

Meteen zitten de toeschouwers in het verhaal. De vroeg-middeleeuwer Merlijn voorspelt de ondergang van de Ridders van de Ronde Tafel door de bastaard Mordred. Inderdaad, Mordreds vileine aanwezigheid zorgt voor dood en verderf. Opbroucks tegenspeler is de Nederlandse acteur Louis van Beek, die in een dubbelrol zowel koning Arthur als de onoverwinnelijke ridder Lancelot verbeeldt. Dit drietal herbergt een onheilspellend drama over desillusie.

„Waarom vecht u?” vraagt Merlijn ten slotte aan koning Arthur. „Voor de vrede, voor een mooie utopie”, luidt het antwoord. Van Beek zit er gebroken bij met een stuk gaas als koningsmantel en het hoofd besmeurd met goudgele verf alsof hij een kroon draagt. Het is de sublieme sleutelscène. Beiden zijn verslagen. Oorlog, zo laten auteur Dorst en regisseur Simons weten, is een sinistere macht die elke utopie uitvaagt.

Het geheim van Simons’ verbluffende regie ligt in zijn vermogen muziek met episch theater, humor met drama, klassieke tragedie met hedendaags spel te verbinden. In treffende terzijdes naar de toeschouwer toont hij dat episch theater springlevend is.

Merlijn is zowel de regisseur, deelnemer als toeschouwer van het drama dat zich door zijn toedoen ontvouwt. Zijn visionaire blik veroorzaakte rampen. Opbrouck lijkt op een groot kind dat met het bouwmateriaal op gevaarlijke wijze experimenteert. Hij zet wrakke stoelen neer in een ronde kring, en daar zitten ze dan, de oorlogszuchtige ridders uit zijn verbeelding. Een zak bouwzand verbeeldt het slagveld. Plant er een zwaard in, en het donkere zand vloeit als bloed.

Tot het arsenaal van tovenaar Merlijn behoort ook muziek. De tenor Christoph Homberger, die optreedt als Parsifal, voegt fragmenten uit Wagners gelijknamige opera aan de voorstelling toe. Hierdoor ontstaat een theaterdrama waarin spel, tekst, muziek en politieke boodschap even belangrijk zijn. De humor van Opbrouck redt Merlijn van alle zwaarte. En de Duitse toeschouwers? Ze gaven donderdagavond een groots applaus bij de première. Op deze plek in het industriële Ruhrgebied gaat de voorstelling ook over de fatale gevolgen van utopisch denken.