Nederland, steun Galileo

Het Europese project voor satellietnavigatie, Galileo, is in de problemen geraakt. Nederland heeft groot belang bij voortzetting en moet daarom in Brussel de hand niet op de knip houden, vindt L.J. Brinkhorst.

Positiebepaling en tijdmeting worden met de dag belangrijker. Onze economie is steeds afhankelijker van satellietnavigatie. Op uiteenlopende gebieden kan satellietnavigatie een grote bijdrage leveren. Voorbeelden zijn het besparen van milieukosten (brandstofbesparingen en minder CO2-uitstoot als een gevolg van directere luchtvaart- en scheepvaartroutes), betere controles van transport van dieren en gevaarlijke goederen, scherper toezicht op kritische infrastructuur, en een betere tijdmarkering van financiële transacties.

Google Earth en soortgelijke software laten zien dat grote waarde wordt gehecht aan de precieze geografische posities van objecten. Verbindingen via mobiele telecommunicatienetwerken worden gesynchroniseerd door middel van tijdsignalen van GPS-ontvangers. Hetzelfde geldt voor de synchronisatie van elektriciteitsnetwerken. De Nederlandse overheid kan veel kosten besparen met het wegvallen van het onderhoud en de vernieuwing van de huidige radarinstallaties nu het toekomstige Europese luchtverkeersbeveiligingssysteem SESAR mede op basis van satellietnavigatie zal werken.

De vraag is of we in Europa deze en meer toepassingen afhankelijk moeten maken van GPS. Dit is een Amerikaans systeem dat hoofdzakelijk voor militair gebruik bedoeld is en waarvan het elementaire civiele signaal ter beschikking wordt gesteld zonder garanties wat betreft beschikbaarheid en kwaliteit. Europa heeft geen invloed op de specificaties van het signaal.

Er is een alternatief: het nu kwakkelende Galileo-project. Galileo is een Europees satellietnavigatiesysteem waarop alle EU-lidstaten directe invloed hebben. Dit geldt voor zaken als de nadere specificaties, de verschillende mogelijke diensten en het te voeren prijsbeleid.

De politieke, strategische, als ook de technische afhankelijkheid van GPS zal verdwijnen. En er kan vermeden worden dat het kortstondig of langdurig uitvallen van GPS, om welke reden dan ook, tot problemen leidt van de genoemde applicaties. Dit gevaar daarvan is niet denkbeeldig. In 2003, tijdens de aanval op Irak, hebben de Amerikanen het civiele GPS-signaal opzettelijk minder nauwkeurig gemaakt.

De schattingen voor de mondiale markt voor satellietnavigatie gaan tot 450 miljard euro omzet in diensten en applicaties op jaarbasis vanaf het jaar 2025. De Europese industrie heeft gezegd hiervan eenderde in handen te zullen krijgen, ofwel 150 miljard euro per jaar.

Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf is bijzonder goed gepositioneerd om hier een rol van betekenis te spelen. Het bedrijf TomTom is een van de huidige voortrekkers en heeft ertoe bijgedragen dat er in 2007 in Europa driemaal zoveel ontvangers voor satellietnavigatie verkocht zullen worden als in de VS. Het is daarom essentieel dat het Nederlandse mkb moet kunnen profiteren van de specifieke kennis die zich ontwikkelt in de Europese ruimtevaartindustrie en universiteiten door het Galileo-project.

Galileo is echter in de problemen geraakt. Vanwege de kostenfactor heeft Nederland enige jaren geleden, samen met Groot-Brittannië en een paar andere lidstaten, druk op ‘Brussel’ uitgeoefend om de financiering van Galileo via een Public-Private-Partnership (PPP) te laten verlopen. Daarmee is veel tijd verloren gegaan.

Het werd snel duidelijk dat het onrealistisch was te verwachten dat de industrie de financiële risico’s op zich zou nemen voor de bouw van het systeem. Na ruim twee jaar discussie bleek dat een overeenstemming tussen de industriepartners inderdaad onmogelijk was.

Deze maand wordt in Brussel over een nieuwe financiële opzet van Galileo gesproken om het project uit het slop te halen. Nederland moet in de zogeheten Transportraad, positie innemen op basis van de strategische betekenis van Galileo, in plaats van alleen naar de kosten te kijken.

De huidige aanpak van de Europese Commissie getuigt van realiteitszin. Ze is duidelijk over kosten en risico’s, over financiering, over het falen van het voorziene PPP na jaren van onderhandelen, maar vooral ook duidelijk over het strategische belang van Galileo. De kosten voor de aanschaf van Galileo schat de Commissie op 3,4 miljard euro over zes jaar (2008-2013).

Dit betekent voor Nederland, in overeenstemming met zijn bijdrage van 7 procent aan het EU-budget, een kostenpost van ongeveer 40 miljoen euro per jaar. Dit bedrag is minder dan een half procent van de jaarlijkse Nederlandse bijdrage aan de EU.

Het valt niet te verwachten dat de EU- lidstaten na 2013 moeten bijdragen aan de jaarlijkse operationele kosten van zo’n 250 miljoen euro. Deze zullen op zijn minst worden gecompenseerd door de inkomsten van het systeem. Maar ook als er helemaal geen inkomsten zouden zijn, is de Nederlandse bijdrage niet meer dan 17 miljoen euro per jaar.

De centrale vraag is of Nederland de verwezenlijking van Galileo ter discussie wil stellen wegens een bedrag van 40 miljoen euro per jaar gedurende zes jaar. Het strategische belang van Galileo voor Nederland is vele malen groter dan de kosten die eraan verbonden zijn. Maar het vereist wel een visie op de toekomst van ons continent. Het kabinet zegt een actieve rol in Europa te willen spelen nu de hypotheek van de Europese Grondwet is afgelost. Een actieve opstelling in het Galileo-project zou hiervoor een eerste signaal kunnen zijn.

Mr. L.J. Brinkhorst is oud-directeur-generaal bij de EU, oud-minister van Economische Zaken en is nu hoogleraar internationaal en Europees recht en bestuur aan de Universiteit Leiden.