Meest succesvolle WK voor Nederlandse wielerploegen

De wereldkampioenschappen wielrennen in Stuttgart waren voor Nederland de meest succesvolle in de twaalf edities dat profs, vrouwen en neo’s (onder 23 jaar) strijden om de medailles. Na het goud van Lars Boom op de tijdrit bij de beloften en het brons van Stef Clement op hetzelfde onderdeel bij de profs, haalde Marianne Vos zilver op de wegwedstrijd bij de vrouwen.

Met drie medailles evenaarde de ploeg het aantal van 2003. In het Canadese Hamilton was de score op dezelfde onderdelen als in Stuttgart twee keer zilver en een keer brons. In 1998 behaalde Leontien van Moorsel in Valkenburg goud en zilver. In 2004 was er twee keer zilver voor Thomas Dekker.

De 20-jarige Vos, die dit seizoen al dertig wedstrijden won, moest haar titel van vorig jaar in Salzburg afstaan aan de twee weken oudere Marta Bastianelli. De Italiaanse hield na een sterke solo in de laatste ronde zes tellen over op Vos, die ruim voor de Italiaanse Giorgia Bronzini de sprint van de achtervolgende groep won. Waar Bastianelli na afloop maar bleef huilen van geluk, mokte Vos. „Zilver betekent dat je goud hebt verloren”, vond ze. „We gingen hier voor goud, maar de Italiaanse ploeg bleek uiteindelijk sterker. Daar moet je vrede mee hebben.”

De wedstrijd bij de vrouwen werd pas in de slotfase spannend. Cruciaal was volgens Vos een valpartij door een omvallend hek in de voorlaatste ronde. „Er lagen twee van ons bij en ik zat op dat moment te ver van achteren omdat ik me een beetje wilde sparen. De andere meiden moesten zich opofferen om mij voorin te krijgen.” Dat lukte en bij het begin van de laatste ronde leek de Nederlandse ploeg even het heft in handen te nemen. Tot Bastianelli ontsnapte. „Zij ging en ik vond het niet het moment om mee te springen” zei Vos, die toegaf dat ze op haar sterke eindsprint had vertrouwd. „Ik had gewoon mee moeten springen met Bastianelli. Achteraf denk ik dat ik dat wel had gekund.” Toch wilde ze niets afdingen op de zeghe van de Italiaanse. „Als je super bent, neem je geen verkeerde beslissingen. Dus super was ik niet.”

Bij de neo’s onder 23 jaar werd het sterke rijden van de Nederlanders niet bekroond. De Slowaak Peter Velkits won na 171,9 kilometer de sprint van een grote groep, voor de Australiër Wesley Sulzberger en de Brit Jonathan Bellis. De 21-jarige Tom Leezer ging als tweede de laatste rechte lijn in en eindigde als vierde. „Ik moest iets proberen maar kwam uiteindelijk te kort. Ik had helemaal niet gedacht dat ik hier nog om de overwinning zou sprinten.”

In de voorlaatste ronde namen Lars Boom en Bauke Mollema het initiatief tot een serieuze aanval. „We hadden de afgelopen zes WK’s voor neo’s bestudeerd en hadden het plan om iets te doen wat de anderen niet verwachtten”, zei bondscoach Egon van Kessel na afloop. „We wilden in de op één na laatste ronde aanvallen. Helaas lukte het niet.” Boom reed lek, bij Mollema was in de slotronde het beste er af. „De andere ploegen wilden niet met ons samenwerken”, treurde Boom.