Lust

Eigenlijk ben ik al mijn hele leven op zoek naar een ander, veiliger lustobject dan de vrouw, maar het is me nog steeds niet gelukt. Ik hoop dat minister Plasterk daar enig begrip voor heeft bij zijn pogingen om de ‘seksualisering van de samenleving’ terug te dringen.

Ik begon met suikerzakjes. Dat was in mijn prepuberteit een nuttige hobby om mijn ontluikende libido te kanaliseren. Ik schafte een groot album aan waarin ik alle suikerzakjes plakte die mijn vader op zijn zakenreizen van heinde (Roermond) en verre (Mook) meenam.

Het was een lieve, schuldeloze hobby, maar omstreeks mijn elfde begon ik helaas te verlangen naar iets spannenders. Zoiets moest er toch zijn? De meisjes om je heen begonnen petticoats te dragen, dat had al iets veelbelovends, al wist je nog niet precies wát het beloofde.

Ik verlegde mijn aandacht naar de popmuziek. Daar broeide iets, dat was duidelijk. Elvis Presley schudde met zijn bekken (‘pelvis’) op een manier die imitatie verdiende, thuis op je slaapkamer, als je zeker wist dat je moeder stond te stofzuigen. In Duitsland had je Conny Froboess, die weliswaar vervelend braafjes over twee kleine Italianen zong, maar van wie je vermoedde dat ze met Peter Kraus dingen deed die absoluut niet door de beugel van haar Pfarrer konden.

Hier begon je al het mijnenveld van je fantasie te betreden. Link! Die fantasie is het gebied waar de seksualisering van de samenleving pas goed begint. Plasterk kan nog zoveel gedragscodes met de omroepen afspreken, de fantasie laat zich niet beteugelen. Sterker nog: hoe meer gedragscodes, hoe meer fantasie.

Dat is iets wat sommige opvoeders – en in zekere zin is Plasterk dat ook – nooit goed begrepen hebben. In mijn jonge jaren deed de opvoeder niet veel anders dan de seksualiteit compleet negeren. Voorlichting kreeg je van een paar vriendjes die de klok hadden horen luiden, en ook nog wel wisten waar ongeveer de klepel hing, maar verder geen idee hadden hoe je er een mooi geluid uit kreeg.

Van seksblaadjes werd je ook niet veel wijzer, want die bevatten voornamelijk foto’s van naturisten die met bolle buikjes stonden te volleyballen in de Kennemer Duinen. Wat deden ze ná het volleyballen? Dat stond er nooit bij.

Seksualiteit was een onderwerp waarmee je je opvoeders vooral ernstig in verlegenheid bracht. Dat wilde je hun niet aandoen, en dus hield je er maar over op. Ik zat op een jongensschool, en het enige wat ik daar van seksualiteit heb gemerkt, was een hoofdonderwijzer die na de zwemles over de deuren van de kleedhokjes gluurde. Nu zou zo’n man ontslagen worden, toen werd er niet over gepraat.

Seksualiteit was onbespreekbaar.

Dat we later tijdens de huwelijksnacht, en de voorbereidende oefeningen daarvoor, toch nog enigszins beslagen ten ijs kwamen, hadden we te danken aan het voorzichtige begin van die nu vermaledijde ‘seksualisering van de samenleving’. De literatuur (bedankt Jan Wolkers!), de media (bedankt VPRO!) en de NVSH (bedankt Mary Zeldenrust!) haalden de seksualiteit uit de sfeer van angst en taboe.

Nu mag zo ongeveer álles. Dat is ook weer overdreven.

Maar zolang er lust is, zal er last zijn.