Lekker gruwelen over milieu

Over die vraag schreef de journalist Alan Weisman het boek The World Without Us?

Bij de eerste flinke regenbui lopen metrotunnels onder, bij vorst barsten leidingen etc.

Het is een morbide, maar onweerstaanbare fantasie: wat zou er met de wereld gebeuren als de mens plotseling verdwenen is? De Amerikaanse journalist Alan Weisman heeft dat gedachtenexperiment uitgewerkt in zijn boek The World Without Us, dat al weken op de bestsellerlijst van The New York Times staat.

Weisman schrijft al jaren over de schade die de mens heeft aangericht in de natuur en hij zocht naar een nieuwe benadering. Hij wilde eens iets anders schrijven dan een klaagzang. Heel precies zocht hij uit hoe de natuur op verschillende plaatsen in de wereld zou reageren op het plotseling wegvallen van die ene soort die zich zo destructief heeft laten gelden.

Zijn portret van de postmenselijke planeet is op een vreemde manier geruststellend: wát wij ook hebben aangericht, de aarde redt zich uiteindelijk wel. Zelfs in New York begint ze zich na het Uur Nul meteen razendsnel te herstellen. Ten koste van alles wat de mens heeft neergezet. Bij de eerste stevige regenbui lopen de metrotunnels onder (want er zijn geen mensen meer om de pompen te bemannen) en daarna de straten. Metrobuizen zakken in, grote avenues zijn binnen 20 jaar kolkende rivieren.

Bij de eerste vorst barsten waterleidingen, roest en rot doen hun werk, bliksem leidt tot branden, daken zakken in, de wind krijgt vrij spel, wolkenkrabbers verzakken of vallen om als oude bomen, weer andere gebouwen meesleurend in hun val. Overal blijft modder liggen, beginnen planten te groeien, beren en wolven keren terug naar Manhattan, de asfaltjungle wordt weer een echte jungle.

Maar een lief sprookje is het niet. Huisdieren overleven niet zonder de mens (net zo min als ratten en kakkerlakken). Verwaarloosde kerncentrales worden gevaarlijke tijdbommen. De enorme hoeveelheid plastic die de mens over de wereld heeft uitgestort en die overal ronddrijft in zee zal pas verdwijnen als microben zover geëvolueerd zijn dat ze de rommel kunnen afbreken.

Weisman heeft gekozen voor een journalistieke aanpak, met interviews met deskundigen (wetenschappers, boswachters, onderhoudswerkers van bruggen en tunnels) en reportages uit gebieden waar de mens al ís verdwenen (zoals bij Tsjernobyl en in de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea). Daardoor is het boek behalve amusement ook bijzonder informatief. Maar bevat dit dramatische scenario ook een les? Of is het niet meer dan een frivool ondergangsfantasietje, dat de aandacht alleen maar afleidt van het échte probleem: dat de natuur en het klimaat verziekt worden en dat de mens, die bepaald niet op uitsterven staat, daar nog heel grote problemen van gaat ondervinden? Waarschijnlijk het laatste. Het boek laat je eens lekker griezelen over het milieu, zonder het loodzware schuldgevoel waar Al Gore ons mee opzadelt. Want hoeveel landen er ook overstromen, het kan toch niemand meer het leven kosten.

Vorige week kwamen politici van over de hele wereld naar de Verenigde Naties in New York om met heilige gezichten te beloven dat ze écht werk gaan maken van bestrijding van het broeikaseffect. Het boek bood een weldadig tegenwicht.