‘Irans nucleaire trein heeft wél remmen’

President Ahmadinejad en zijn medestanders willen van geen compromis in de nucleaire crisis weten. Maar in Iran worden wel degelijk aanwijzingen gezien van een klein beetje beweging in de posities.

Het is vanavond oorlog in Vahdat Hall, de uitverkochte concertzaal van de Iraanse hoofdstad Teheran. Ter gelegenheid van Heilige Defensieweek presenteert het Teheran Symfonieorkest samen met het koor van Vahdat Hall en een groep dansers Majid Entezami’s nieuwe symfonische suite ‘Declameer dit hoofdstuk met mij’. De symfonie vertelt de diepte- en hoogtepunten van de bloedige Iraans-Iraakse oorlog (1980-1988): de val en bevrijding van Khorramshahr, het Iraakse gebruik van chemische wapens en hoe nog steeds Iraanse burgers aan de gevolgen daarvan lijden. Het publiek – een mix van vrouwen in de allesverhullende zwarte chador en met haast niets verhullende hoofddoekjes en mannen zoals overal – is enthousiast.

Heilige Defensieweek houdt de herinnering levend aan de ‘opgelegde (door Amerika) oorlog’ van de jaren tachtig die het jonge revolutionaire regime had moeten ondermijnen maar uiteindelijk juist consolideerde. De honderdduizenden ‘martelaren’ worden in de straten op spandoeken herdacht; de staatstelevisie brengt avond aan avond documentaires en speelfilms over de oorlog.

Het lijkt tegelijk een verholen waarschuwing van hogerhand: terwijl de Iraniërs de strijd tegen Irak herdenken, dreigt immers weer oorlog. In het Westen wordt toenemend gespeculeerd over Amerikaanse aanvallen om Iran te verhinderen atoomwapens te ontwikkelen. De Iraanse leiders bezweren dat hun nucleaire programma alleen is gericht op het opwekken van energie, maar Amerikanen en hun bondgenoten geloven er niets van. De VN-Veiligheidsraad heeft opschorting van het Iraanse verrijkingsprogramma geëist en sancties opgelegd, maar president Ahmadinejad hamert erop dat dat een gepasseerd station is – „de nucleaire trein heeft geen remmen of achteruit”. Verpleegster Maryam, vrijwilligster tijdens het Vrijdaggebed op het terrein van de Universiteit van Teheran, is bang dat het nu menens is. „Ik hoop dat er geen oorlog komt, maar Amerika wil hoe dan ook zijn eigen wil doorzetten.”

Toch zit er tenminste op dit moment aan beide zijden een klein beetje beweging in de standpunten. Iran heeft met de nucleaire waakhond van de VN, het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), afgesproken oude onduidelijkheden over zijn atoomprogramma op te helderen. De vijf permanente leden van de Veiligheidsraad – de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië – plus Duitsland besloten vrijdag Iran en het IAEA even tijd te geven voor ze tot een nieuwe ronde sancties besluiten.

Analist en journalist Mehrdad Serjoie: „De groep van president Ahmadinejad roept een heleboel leuzen en maakt een hoop lawaai, maar weet dat ze niet in staat is tot een nieuwe oorlog. Dat is de reden waarom Ahmadinejad ondanks zijn slogans nu met het IAEA samenwerkt en het tempo van assemblage van centrifuges voor het verrijken van uranium heeft vertraagd. In strijd met zijn eigen uitspraak heeft deze trein wel degelijk remmen.”

Hossein Shariatmadari, hoofdredacteur van de krant Kayhan, verwoordt de positie van de ultraconservatieven rond Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei, die het laatste woord heeft in Iran, en president Ahmadinejad. „Een compromis zou betekenen dat we afstand doen van onze rechten.” Het nucleaire Non-proliferatieverdrag verbiedt de lidstaten niet een verrijkingsprogramma op te zetten. „De wet van de jungle lijkt wel van kracht in de wereld. De een handelt als een beest en dan moet de ander maar inbinden. De islamitische revolutie is juist begonnen omdat we niet meer wilden worden gekoeioneerd door de grootmachten.”

Maar Rahman Gharemanpour zit op de lijn van Serjoie. Gharemanpour, directeur van de sectie wapenbeheersingstudies van het Centrum voor Strategisch Research in Teheran: „Als de toestand werkelijk ernstig wordt, zullen ze zich op de een of andere manier terugtrekken.”

Gharemanpours instituut is in handen van Akbar Hashemi Rafsanjani, ex-president en verslagen tegenstander van Ahmadinejad. Nog niet zo lang geleden werd hij afgedaan als conservatief, zij het een pragmatische. Maar nu hard conservatisme aan de macht is, wordt hij, vijf maanden voor de parlementsverkiezingen, als een van de kopstukken van het hervormingsgezinde kamp beschouwd.

Rafsanjani (73) blijft een machtsfactor van belang. Hij is al jaren voorzitter van de Raad ter Onderscheiding van wat het Beste is, die de doorslag geeft bij impasses tussen het parlement en zijn bewaker, de Raad van Hoeders van de Grondwet. Vier weken geleden versloeg hij de fanatieke conservatief ayatollah Jannati in de strijd om het voorzitterschap van de Raad van Deskundigen, die de Opperste Leider kiest en toeziet op diens handelen. Zijn – nipte – zege wordt door sommige Iraanse analisten als versterking van zijn positie beschouwd. Rafsanjani is de man die 16 jaar geleden het nucleaire programma opzette. Maar hij is het oneens met de harde tactiek van de huidige machtsgroep.

Eén aanwijzing van een veranderde machtsbalans is dat het Centrum voor Strategisch Onderzoek, dat door de regering van Ahmadinejad werd afgeknepen, sinds Rafsanjani’s verkiezing meer armslag heeft gekregen. Een andere: de reis van Rafsanjani’s vertrouweling Hassan Rowhani, onder president Khatami Irans nucleair toponderhandelaar (nu de conservatief Ali Larijani) naar Europa, waar hij vorige week de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier sprak en met EU-buitenlandcoördinator Javier Solana zóu spreken.

„Zodra Rowhani was vertrokken, begonnen vrienden van Ahmadinejad te lobbyen om de Leider [ayatollah Khamenei, red.] ertoe te bewegen hem weer terug te roepen”, zegt analist Serjoie. Rowhani’s trip signaleerde in hun ogen dat Ahmadinejad zwak stond en dat er een tweede machtsgroep binnen het regime was opgestaan. Rowhani werd voor zijn ontmoeting met Solana teruggeroepen. „Hij wist zelf ook wel dat de lobby tegen zijn reis de minuut na zijn vertrek zou beginnen – de trip had een korte houdbaarheidsdatum, grapte iemand”, zegt Serjoie.

Het onderstreept de instabiliteit van de Iraanse politiek. De dagelijkse koerswijzigingen, de onzekerheid over de toekomst, zijn een belangrijke karakteristiek van de Iraanse maatschappij en politiek. Serjoie: „Als morgen Khamenei of Rafsanjani niet meer wakker worden, slaat het land een heel andere koers in.”

Shariatmadari, door zijn vele vijanden beschouwd als kwade genius van het huidige regime, wuift in zijn hoofdredacteurskamer de oorlogsdreiging weg. „Wij beschouwen de kans op oorlog als erg klein. Ik geloof dat Amerika niet de moed heeft om dat te doen. Ze zitten in Irak in een moeras. Hun bondgenoot Israël heeft in de Libanonoorlog vorig jaar een klap in het gezicht gekregen van Hezbollah”, Irans partner in Libanon. „Maar als ze toch oorlog willen voeren, zijn we er klaar voor.”

Onderzoeker Gharemanpour, die ervan uitgaat dat Leider Khamenei in laatste instantie zal handelen „in overeenstemming met de realiteit”, is daarentegen bepaald niet gerust op de Amerikanen. „Amerika en Iran hebben veel gemeenschappelijke belangen in de regio, maar de Amerikanen willen het niet weten omdat ze onder druk staan van Israël en de Arabieren, onder wie de Saoediërs. Als je naar het akkoord met Noord-Korea kijkt, zou het niet moeilijk moeten zijn om de Iraanse centrifuges te accepteren.”

„Het is makkelijk om regimes ten val te brengen, maar natie bouwen is erg moeilijk. De Amerikanen begrijpen niet wat er in Irak gebeurt. Dat komt doordat ze zijn opgevoed met een liberaal democratisch systeem; daarom kunnen ze niet begrijpen wat er hier aan de hand is. Wat willen ze met Iran? Nog een Irak?”

„Oorlog? Oorlog tegen Iran?”, vraagt een andere Hossein, een jonge docent Engels in Teheran, verwonderd. Hij zwijgt even en schudt het hoofd: „maar ik houd van mijn land.”