Hulp van Gurkha’s

Gurkha’s uit Nepal komen de Nederlandse militairen te hulp in Uruzgan. Zelf stuurt Nederland op verzoek van de NAVO twee extra pelotons met in totaal tachtig militairen om het gebied rond de basis bij Deh Rawood onder controle te krijgen. De ‘inktvlek’, die volgens de strategie de veiligheid zou markeren van een steeds groter wordend gebied, voldoet niet aan de verwachtingen. Hij krimpt. De Talibaan winnen terrein. De inzet van de Gurkha’s en de uitzending van extra pelotons zijn noodzakelijk omdat de ISAF, de International Security Assistance Force van de NAVO, het te druk heeft met het bevechten van de vrede elders in Afghanistan. Dat illustreert de situatie in dit land.

De militaire hulp komt aan de vooravond van het eerder uitgestelde besluit waarvoor kabinet en Tweede Kamer staan: of de militaire aanwezigheid van Nederland in de Afghaanse provincie Uruzgan na augustus 2008 moet worden voortgezet. Dat verzoek is formeel door de NAVO aan Nederland gedaan. De voormalige minister van Defensie, het Tweede Kamerlid Kamp (VVD), herinnerde er onlangs aan dat de afspraak was dat Nederland twee jaar actief zou zijn in Uruzgan en dat de opvolging door de NAVO zou worden geregeld. Zijn opvolger, Van Middelkoop (ChristenUnie), heeft het bestaan van deze afspraak bevestigd, al is het te betreuren dat de exacte inhoud van de NAVO-brief waarin dat staat zich aan parlementaire controle onttrekt, omdat de minister zegt hem niet openbaar te kunnen maken.

In zekere zin heeft de NAVO haar verantwoordelijkheid genomen door Nederland te vragen langer te blijven. De secretaris-generaal van de NAVO, De Hoop Scheffer, voerde via een vraaggesprek in deze krant onlangs de morele druk op: „Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen dat Nederland in zijn eentje zou vertrekken”, zei hij. Het is begrijpelijk dat het kabinet met deze uitspraken van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken bepaald ongelukkig was. Nederland heeft meer dan evenredig zijn aandeel geleverd aan de bestrijding van de terreur in Afghanistan.

Aan de besluitvorming in kabinet en parlement gaat een andere vraag vooraf. Die luidt: hoe effectief is de aanwezigheid van NAVO- en andere troepen in Afghanistan? In elk geval in het zuiden van het land is sprake van een bittere oorlog tegen de Talibaan, die het doel van de ISAF (vrede, veiligheid en wederopbouw in Afghanistan) ernstig in de weg staat. Het antwoord is niet eenvoudig, al was het maar doordat de grootste NAVO-partner, de Verenigde Staten, wordt geleid door een president wiens ambtstermijn volgend najaar het einde nadert en wiens strijdwijze tegen het internationaal terrorisme terecht veel kritiek heeft opgeroepen.

Wie blijvend kiest voor buitenlandse inmenging in Afghanistan, moet zich ervan bewust zijn dat dat een keuze voor een zware en langdurige strijd zal zijn. De NAVO zal haar militaire inzet moeten vergroten, wil er een kans op duurzaam succes zijn. Dat impliceert voor Nederland dat als het al kiest voor verlenging van zijn aanwezigheid in Uruzgan en/of elders in Afghanistan, daaraan de voorwaarde voorafgaat dat meer NAVO-partners met meer middelen aan deze strijd moeten meedoen. Anders is de missie sowieso kansloos.