Heroïsch, devoot, kalm

De demonstrerende monniken in Birma staan in een lange traditie van vreedzame, devote helden.

Hun verhaal weerspiegelt Birma’s bewogen historie.

U Win Sara is een nationale held waarmee niemand in Birma in zijn maag zit. Groot staat hij dan ook op zijn sokkel in het hartje van Rangoon. Hij was een boeddhistische monnik, verzette zich tegen de Britse overheersers en stierf in een Britse cel de hongerdood. U Win Sara was heroïsch, vreedzaam en devoot – een ideale held van Birma.

Met Aung San, die andere held, ligt het al wat moeilijker. In menig huis hangt zijn portret, menig stadspark draagt zijn naam en er zijn ook diverse standbeelden. Maar van de munt van het land is hij verdwenen en de schoolboeken noemen hem nog wel, maar jubelen niet meer. Aung San bestreed gewapenderhand de Britse overheerser en tekende in Londen met de Britse premier Clement Attlee de zelfstandigheidsverklaring. Hij zou premier zijn geworden als hij kort daarop niet was vermoord. Aung San was dus de man van de Birmese onafhankelijkheidstrijd. Maar ook een man van een half westerse middenklasse, met een bachelor in Engelse literatuur en geschiedenis op zak en, erger nog, met een dochter die in stugge waardigheid de Birmese junta al bijna twintig jaar uitdaagt: Aung San Suu Kyi.

En dan is er nog iemand om trots op te zijn, maar die in werkelijkheid een object van ongemak werd voor de junta: U Thant. Tien jaar lang (1961-1971) was hij secretaris-generaal van de Verenigde Naties en toen hij eind 1974 overleed, haalden studenten zijn stoffelijk overschot op het vliegveld van Rangoon op en begroeven het in de heilige grond van de universiteit, waar in 1962 nog was gestreden in vergeefs verzet tegen de militaire coupplegers. De begrafenis werd een rel, militairen bezetten het terrein, verjoegen de studenten en haalden het lijk uit de grond. Sindsdien ligt U Thant in een kleine graftombe vlakbij de Shwegadon Pagode en is zijn stoffelijk overschot geen eigendom meer van de democratie, maar van de staat. En een held is hij ook niet meer.

Birma heeft een bewogen zwerftocht achter de rug. Het was een monarchie die pas laat en in drie etappes door Groot-Brittannië werd gekoloniseerd. De definitieve inlijving volgde pas in de hoogtijdagen van de Europese wedloop om overzees grondgebied – in 1885 – de britishness bleef vervolgens beperkt tot enkele grote steden, voorop Rangoon. Na een korte periode van bezetting door de Japanners en bezetting opnieuw door de geallieerden, werd Birma in 1948 onafhankelijk als Unie van Birma. Het was voor toenmalige begrippen een betrekkelijk welvarend gebied, maar zoals de naam al aangaf – het was een sterk verdeeld land. Birma kende en kent een variëteit aan etnische groeperingen die elkaar beloeren of in sommige gevallen ronduit naar het leven staan. Dominant zijn de Bamar die tweederde van de inmiddels bijna 50 miljoen Birmezen vormen. Maar dan zijn er de Shan, de Karen en de Rakhine en toen de militairen in 1962 een einde maakten aan de betrekkelijke democratie, zat het land dan ook door onderlinge verdeeldheid ernstig in het slop.

Sedertdien houden de Bamar en houdt het leger de zaak met harde hand bij elkaar. Wie vanuit de noordelijke Thaise stad Chang Mai nog vier uur noordwestwaarts hobbelt, kan de gevolgen zien: daar zitten duizenden Karen in vluchtelingenkampen. De omstandigheden zijn primitief en de kansen om terug te keren naar Birma gering. Want aan de overkant van de grens, zo berichten zij, wordt gemoord en verkracht en houdt het leger de Karen onder de duim. Het zijn vergeten vluchtelingen, want hun ellende speelt zich niet af op een kruispunt van geopolitieke en ideologische spanningen, maar gewoon ergens ver weg in het bos.

Terwijl Birma in een kleine halve eeuw verpauperde, de militaire kaste zich afkeerde van het Westen en van de westers georiënteerde middenklasse, bleef er een factor constant: de monniken. De historicus Charnvit Kasetsiri van de Thammasat Universiteit in Bangkok: „Monniken hebben in de Birmese geschiedenis telkens weer een politieke rol gespeeld. Tegen de Britten, maar ook tegen de overheersing in eigen land door generaals die niet goed waren voor het volk. Je zag ze in 1974 bij ongeregeldheden, je zag ze bij de grote opstand van 1988 en je ziet ze nu weer.”

Hun boeddhistische gemeenschap, de Sangha, telt zeker 2250.000 leden. Niemand kent de getallen precies want naast monniken die voor de rest van hun leven in een klooster gaan, zijn er vele tijdelijke kloosterlingen. Praktisch elk dorp heeft wel een kleiner of groter klooster. Deze ‘zonen van Boeddha’ hebben invloed. Aan ascese en traditie ontlenen zij gezag. Hoewel misschien maar een klein percentage nu politiek actief is geworden en menig monnik buiten de stad nauwelijks weet heeft van wat er gaande is, treedt dit kleine percentage in de voetsporen van de traditie: vreedzaam demonstreerden zij tegen de militaire machthebbers.

Vorige week rekende de junta met een aantal monniken hardhandig af. De militaire machthebbers vertillen zich daarmee aan de geschiedenis van het land – althans, als de lessen van de grote monnik U Win Sara het land de weg nog wijzen.

Rectificatie / Gerectificeerd

De schaal van het kaartje van Nederland ten opzichte van Birma bij het artikel Heroïsch, devoot , kalm (1 oktober, pagina 6) klopt niet. In verhouding zou Nederland een stuk groter moeten zijn. Volgens online encyclopedie Wikipedia is de oppervlakte van Nederland 41.528 km2 en die van Birma 676.578 km2. Birma is dus ruim zestien keer zo groot als Nederland.