Fuji-circuit in de regen, van Hunt tot Hamilton

In een regenrace in Japan die herinneringen opriep aan ‘Fuji 1976’, reed de Britse winnaar Lewis Hamilton voorbeeldig.

Ward op den Brouw

Een Formule 1-race vanwege de harde regen en het daarmee gepaard gaande slechte zicht niet laten doorgaan, dat weigerde de wedstrijdleiding gisteren bij de Grote Prijs van Japan. Net als in 1976, tijdens de eerste GP van Japan. En beide keren, terwijl het Fuji-circuit naast de gelijknamige heilige berg meer weg had van een meanderende rivier, was het een Engelsman uit de renstal van McLaren die als de grote winnaar over de finish ging. Toen James Hunt, nu Lewis Hamilton.

In 1976 was er nauwelijks aandacht voor de winnaar van de slotrace van het jaar. Niet de Amerikaan Mario Andretti, maar de kettingrokende playboy Hunt kreeg alle aandacht. Hij finishte als derde en doordat WK-leider Niki Lauda na de tweede ronde zijn Ferrari in de pits had geparkeerd omdat hij het te gevaarlijk vond om te racen, was Hunt de nieuwe wereldkampioen, met één punt meer dan Lauda. De Oostenrijker had na zijn crash en bijna-doodervaring eerder dat jaar op de Nürburgring het zekere voor het onzekere genomen. De in 1993 overleden Hunt had met Lauda nog gepleit voor uitstel van de race. Tevergeefs. Onder de coureurs namen zij een minderheidsstandpunt in, al begon de race anderhalf uur te laat.

Groot verschil met gisteren: in ’76 droogde de baan op. Gisteren bleef het regenen van start tot finish, twee uur later – dus gevaarlijk. En waar de 25 coureurs 31 jaar geleden op de normale manier van start gingen, vertrokken de 22 deelnemers gisteren uit veiligheidsoverwegingen achter de safetycar. En pas na achttien ronden, veertig minuten na de start, ging de safetycar de pits in en mochten ze vol op het gaspedaal.

Lewis Hamilton reed gisteren vanaf pole-position een voorbeeldige race. De 22-jarige debutant in de Formule 1 had eind juli pech in z’n eerste regenrace, op de Nürburgring. Hij startte vanaf de tiende plek en werd negende, net buiten de WK-punten; die zijn er voor de eerste acht. Hamiltons teamgenoot Fernando Alonso won die door een hoosbui getroffen race en de Spanjaard naderde in de WK-stand de Brit tot op twee punten.

Maar gisteren, in de op twee na laatste race van het seizoen – China en Brazilië volgen nog – waren de rollen omgekeerd en won Hamilton. Alonso was al twee keer van de baan gegleden toen hij op bijna tweederde van de race zijn wagen total loss reed. Einde race. „Ik hou enorm van racen in de regen”, had hij nog gezegd na zijn zege op de Nürburgring, maar gisteren realiseerde de regerend wereldkampioen dat hij een wellicht cruciale slag in de strijd om de wereldtitel had verloren. Met twee punten achterstand op Hamilton was hij aan de race begonnen, nu is die 12 punten (107-95). Als Hamilton Alonso zondag in Shanghai achter zich weet te houden, is z’n eerste wereldtitel binnen: een primeur voor een debutant.

Tot kort nadat de Brit als winnaar werd afgevlagd, was er volop vuurwerk op Fuji, het circuit bij Tokio dat eigendom is van autofabrikant Toyota en waar na volgend jaar om en om met het circuit van Suzuka, bij Nagoya, de Grote Prijs van Japan zal worden verreden. Voor het eerst sinds 1977 was het racecircus terug op het onlangs grondig vernieuwde Fuji-circuit.

De Fin Kimi Raikkonen (Ferrari) behield nog een kansje op de titel; hij werd derde, na een inhaalrace vanaf de 21ste plaats. Daar was hij verzeild geraakt na een vroege bandenwissel. De Ferrari’s waren vreemd genoeg niet met regenbanden van start gegaan. In het WK-klassement staat de Fin derde, met 90 punten. Gisteren moest hij landgenoot Heikki Kovalainen voor zich dulden. De F1-debutant bezorgde Renault zijn eerste podiumplaats van het seizoen. De achtste plek van Adrian Sutil – hij schoof een plaats op na een tijdstraf voor de Italiaan Vitantonio Liuzzi – leverde het eerste punt op voor het team van Spyker.

Zie voor alle Formule 1-nieuws www.formula1.com