Een heer op de barricades

De Vereniging van Effectenbezitters heeft de kleine belegger een gezicht gegeven. Vrienden beschrijven de nieuwe directeur, Jan Maarten Slagter, als een cerebrale, charmante man die niet snel vijanden maakt. Al zal dat soms moeten.

De eerste captain of industry die Jan Maarten Slagter eind juni feliciteerde met zijn benoeming tot directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) was scheidend ABN Amro-topman Rijkman Groenink. Met een mailtje.

Opmerkelijk, want juist Groenink is de enige topman met wie Slagter in zijn tijd als journalist bij het Financieele Dagblad een stevige aanvaring kreeg. Bij de nieuwjaarsreceptie voor de financiële pers van ABN Amro in 2002 had Groenink in een onderonsje met Slagter laten vallen dat hij een spanning proefde binnen de bank tussen mensen die gebruik maakten van een exitpremie bij een grote reorganisatie en de mensen die aanbleven. „Wij, de blijvers, de loyalen tegenover zij, de vertrekkers, de zakkenvullers.”

Drie dagen later zette Slagter (38) het gesprekje, omzichtig, in de krant. Maar de nuance ontbrak in andere media die het verslag overnamen: Groenink noemt vertrekkers zakkenvullers.

Het stuk bracht bij de bank een schok teweeg. Groenink belde direct met Slagter. Boos. „Hij was in de veronderstelling dat hij met het FD een goede relatie had”, zegt oud-collega Gwen van Loon met wie Jan Maarten twee jaar lang de ‘bankenboys’ vormde. „Hij dacht vrij te kunnen spreken.” Hij stuurde een appaiserend mailtje naar al het personeel, waarin hij uitlegde dat zijn woorden verkeerd waren uitgelegd. Persvoorlichters konden Groenink er nog net van weerhouden de traditionele persborrel met nieuwjaar af te schaffen.

Een jaar later schreef Groenink op dezelfde borrel onder het journaille een prijsvraag uit, met vragen als ‘Haalt Groenink de Kerst?’ en ‘Wat doet de koers van het aandeel?’ Woordvoerder Jochem van de Laarschot: „Met de grootst mogelijke tegenzin hebben we een jaar later moeten vaststellen dat Jan Maarten er het dichtste bij zat.”

Het relletje tussen ABN Amro en Slagter werd snel gesust, de banden hersteld. Van Loon: „We moesten iets langer wachten op een al toegezegd interview, maar toen we Groenink eenmaal spraken, maakte hij er alweer grapjes over.”

Slagter is niet iemand die snel vijanden maakt, zeggen mensen die hem goed kennen. Een gentleman. Een man die voor Leidse corpsbal wordt versleten (wat hij niet was), maar heel innemend en inlevend blijkt te zijn als je hem beter kent. Een man met onderkoelde, Britse humor, die makkelijk in de omgang is. Die toen hij bij advocatenkantoor Loeff, Claeys Verbeke werkte niet alleen vriendelijk was voor de partners maar ook voor de portier. Een analyticus die goed nadenkt voordat hij iets zegt en ook goed in het openbaar kan spreken. Maar die, volgens een oud-collega bij het FD die niet met naam in de krant wil, ook goed kan blozen als hij moet speechen. „Zo erg dat je het van achteren kunt zien, aan zijn nek. Hoewel je het niet verwacht, kan hij erg zenuwachtig zijn.”

En heel anders dan de man die hij opvolgt als de voorvechter van de kleine Nederlandse belegger: Peter Paul de Vries, de keffer die met zijn schelle overslaande stem aandeelhoudersvergaderingen ontregelde, bestuurders en commissarissen diep chagrijnig kon maken en met bijtende commentaren journaals en actualiteitenprogramma’s opvrolijkte. Die in 2000 bij het internetbedrijf World Online bijna de zaal werd uitgezet en bij ABN Amro de beveiliging op zijn nek kreeg toen hij onverwacht op het podium sprong. De man ook die particuliere beleggers aan zich verbond door de Aholdschikking voor 1 miljard te regelen en die het ledenbestand naar 40.000 wist te verdubbelen.

Slagter moet die groei doorzetten, maar vooral door van de VEB een dienstverlenende organisatie te maken, een ANWB voor beleggers.

„We wilden geen kloon van Peter-Paul de Vries”, zegt voorzitter Henri Ophof van de VEB, die de sollicitatieprocedure leidde. „Die was toch niet te vinden. Als voormalig advocaat en journalist die de financiële wereld heeft gevolgd kan hij gemakkelijk het gat aan kennis vullen dat Peter Paul achter laat. In wezen wordt hij nu weer advocaat, met één cliënt.”

Jan Maarten Slagter is zelf geen belegger, al is het maar omdat hij het niet te verenigen vond met zijn baan als financiële journalist. Hoewel zijn achternaam die is van een bekende advocatenfamilie en Wiek Slagter lid is van de raad van advies van de VEB, heeft hij daar geen verwantschap mee. De grootvader van Slagter was slager, zijn vader was de eerste in de familie die naar de universiteit ging en werkte als huis- en later als keuringsarts. Zijn moeder, radiotherapeutisch laborante, komt uit een boerenfamilie. Haar grootouders stonden eens in de National Geographic als typisch Hollandse boeren.

Toen Jan Maarten Slagter 11 was, scheidden zijn ouders. Zijn moeder, Lya van Coeverden, werkt tegenwoordig als (gast-)actrice in reclamespotjes en soapseries, als ‘Goede Tijden Slechte Tijden’.

Slagter (1969) groeide op in het Friese Gorredijk en Oegstgeest. Deed eindexamen aan het Rijnlands Lyceum. Dat hij de journalistiek in ging, zat er vroeg in, zegt zijn klasgenoot en boezemvriend Simon Kuper. „In zijn hart wilde hij schrijver worden, romancier. We zijn nog eens samen aan een roman begonnen, maar verder dan één pagina kwamen we niet.” Slagter leest graag. Kuper, die ook journalist werd (voor de Financial Times): „Hij vrat boeken, werd geregeld uit de Rijnlandse Boekhandel getrapt als hij weer eens gratis boeken stond te lezen.” Zijn zusje Charlotte Slagter: „Het was voor mijn ouders erg prettig toen Jan Maarten eenmaal leerde lezen. Daarvoor was hij een drukke kleuter.”

De hoogste cijfers haalde hij voor Nederlands. Op zijn veertiende won hij een opstelwedstrijd van De Oegstgeester Courant, twee jaar later ook van NRC Handelsblad. Toch ging hij rechten studeren. Volgens Kuper onder invloed van zijn conservatieve vader, met het bekende argument dat je daar alle kanten mee op kunt.

Hij werd lid van studentenvereniging Quintus (motto: ‘Niet Rooms, Niet Rood, Niet Rechts) en ging in huis wonen met dispuutsgenoot Gijsbert Bulk. Ook daar nam de boekenkast een centrale plaats in. Bulk: „We deelden een voorliefde voor lezen, van Umberto Eco tot J.D. Salinger.” Maar Slagters interesse is breder. Bulk: „We waren lid van het dispuut Da Vinci, dat ervoor staat dat we ons als universeel mens op alle terreinen willen ontwikkelen. Wij waren niet van het type brekers in de sociëteit. Jan Maarten was meer het type 19e eeuwse student.”

Slagter hield van ludieke stunts. „Hij stond wel eens midden in de nacht op de trap in een ridderharnas met een zwaard te zwaaien. Of hij kocht op een rommelmarkt een ouderwetse pijama uit één stuk. Hij zat er dan niet mee om die bij een feest aan te trekken en met zijn twee meter als een gigantische Pino door de sociëteit te lopen.”

Niet door dag en nacht aan de bar te hangen, maar door commissiewerk viel Slagter zo op dat hij gevraagd werd om in 1991 voorzitter te worden van Quintus. „Wij waren wars van de protocollen”, zegt medebestuurslid Roland Mans, nu advocaat en kinderboekenschrijver. „Wij hebben het heilige huisje van de lange kennismakingstijd omvergehaald door deze, op verzoek van de universiteit, drastisch te bekorten. Jan Maarten heeft dat soepel door de ledenvergadering geloodst, ook al was de ontgroening voor sommige leden heel belangrijk.”

Mans omschrijft Slagter als een „charmante kluns, die vaak voor slapstickachtige situaties zorgt”. Tijdens een borrel stopt hij al pratend een hand ongepelde pistachenoten in zijn mond, bij een barbecue bij ouders van een bestuursgenoot wil hij soepel over een hekje stappen en valt met hekje en al de tuin in. Hij gaat op een voetbal zitten, die ontploft. En op een van de eerste afspraakjes met zijn vrouw laat het oor van zijn kopje los en valt de hete thee in zijn kruis. Zij had het oor er met een Prittstift aangelijmd.

Ook het wilde dansen waar hij nog steeds van houdt, loopt niet altijd goed af. „Hij houdt zich dan aan geen enkele conventie”, zegt Mans. „Dan lijkt hij net een gedrogeerde sjamaan”. Bij een bestuursreünie scheurde hij zijn kruisbanden op de dansvloer. „Maar omdat hij ladderzat was had hij dat niet in de gaten en danste hij door.”

Na zijn studie kwam hij als advocaat terecht bij advocatenkantoor Loeff Claeys Verbeke, op de ondernemingsrechtsectie waar grote transacties werden begeleid. In die tijd onder meer de overname van KBB door Vendex en van Gist Brocades door DSM. „In die tijd deden de grote kanonnen niet alleen die deals, maar voerden ze ook de procedures voor de rechter”, vertelt oud-collega Kees de Ru. „Als stagiair mocht je overal mee naar toe. Dat hij heeft geprocedeerd, en daardoor kan inschatten wanneer het zinvol is en wanneer niet, zal hem van pas komen bij de VEB.”

Zijn overstap van de advocatuur naar de journalistiek, in 1998, kwam als een verrassing voor zijn baas Maarten Muller. „Het juridische zal niet zijn grote liefde zijn geweest, ook al is me dat in die jaren nooit opgevallen.” Ook zijn overstap naar de VEB vindt Muller opmerkelijk. „Hij is bedachtzamer dan Peter Paul, maar zal zeker af en toe de barricades op moeten. Dat is niet te voorkomen.”

Zowel bij Loeff als bij Het Financieele Dagblad, wierp Slagter zich snel op voor allerlei interne nevenfuncties. Charlotte Slagter: „Jan Maarten heeft altijd veel commissiewerk gedaan, meestal in de rol van voorzitter. Op school was hij al klasseboekhouder. Zijn drijfveer is niet dat dit nu zo goed is voor z’n carrière, maar omdat hij het leuk vindt en belangrijk om te doen.”

In de redactieraad van het FD heeft Slagter zich sterk gemaakt voor een nieuw, nog niet bestaand redactiestatuut, dat de redactie onafhankelijk maakte. Oud-collega Gwen van Loon: „Hij bleek een goede vakbondsleider, die de confrontatie met hoofdredactie of directie niet schuwde.”

Twee jaar later was een ander baantje mogelijk nog nuttiger voor zijn huidige functie bij de VEB. Slagter werd voorzitter van de personeelsparticipatiemaatschappij, die de belangen van de werknemers als aandeelhouder van de FD Mediagroep behartigt. Zijn opvolger Jelle Buizer is vol lof. „Jan Maarten speelde een voorname rol in de tijd dat het slecht ging met het bedrijf. Er vielen ontslagen en er kwam een herfinanciering. Daarbij heeft hij hard onderhandeld om verwatering van de winst per aandeel tegen te gaan. Dat is gelukt. En hij wist de gemaakte afspraken, als jurist, ook goed zwart op wit te zetten.”

Tien dagen geleden was Slagters eerste publieke optreden in zijn nieuwe rol bij de VEB. Dat was uitgerekend bij ABN Amro, de bank waarover hij in negen jaar FD-verslaggeving zo’n tweehonderd artikelen tikte. Hoewel hij pas vandaag officieel als directeur geïnstalleerd is, mocht hij op 20 september bij de laatste aandeelhoudersvergadering van ABN Amro als zelfstandige bank zijn voorganger De Vries vervangen – die was op huwelijksreis.

Hij vroeg, net als zijn voorganger, het woord. Maar onwennig was het nog wel. Aanwezigen proefde enige nervositeit. Zijn oude werkgever typeerde in een verslag de volgende dag het verschil in stijl tussen de nieuwe en de oude VEB-voorman. „De enige keer dat Slagter het podium op klom, was na afloop. Om Groenink een hand te geven.”

Beetje flauw, oordeelt Jan Maarten Slagter. En feitelijk onjuist. „Ik had voor de vergadering Groenink ook al een handje gegeven.”