Een handdoek met gaten erin

Bij mij in Amsterdam-Oost is door een paar goeiige krakers een weggeefwinkel opgezet. Een weggeefwinkel is, zoals het woord het al vrij adequaat zegt, een winkel waar alles weggegeven wordt. En voordat iedereen nu naar Amsterdam-Oost afreist: het gaat hier om oude spullen die mensen aan de winkel doneren. Niet om gloednieuwe designkoektrommels.

Ik was nog nooit naar binnen gegaan, omdat ik mezelf niet arm genoeg vond om gratis spullen te gaan graaien. (En ook omdat ik de spulletjes een beetje vies vond. Dat was eigenlijk de hoofdreden.)

Maar afgelopen zaterdag ging ik om iets weg te geven: een doos oude kopjes en boeken. Zaterdag is de enige dag waarop de weggeefwinkel open is, want de krakers die de winkel bestieren zijn tegen het consumentisme en de 24-uurseconomie. Dus je moet er niet te vaak kunnen shoppen.

Voor de deur stond een groepje arme vrouwen, althans, ik denk dat ze arm waren, want ze wilden heel graag de weggeefwinkel in. Maar de krakers hadden gezien hun anti-24uurs-idealen besloten om de winkel vandaag eens niet om twee uur, maar om half drie te openen. Ik mocht als enige even naar binnen, omdat ik iets weg te geven had. Een van de vrouwen sloop achter me aan en pakte vast een gele eierdop waar een scherfje uit was. Daarna werd ze de winkel weer uitgezet.

Even later gingen de rolluiken open. De vrouwen dromden naar binnen en begonnen spullen te pakken die ik niet eens tegen betaling naar huis zou willen meenemen. (Een handdoek met gaten erin.)

Zelf keek ik rond zonder iets aan te raken. Ik ben erg voor idealen, maar ik heb ook smetvrees. ‘Wil je niets?’ vroeg een kraker. ‘Nee, ik denk niet dat ik iets nodig heb’, zei ik. ‘Je mag het altijd teruggeven’, zei hij monter. ‘Daar is het toch een weggeefwinkel voor?’

O ja, dat was waar ook. Gelukkig werd hij afgeleid door twee vrouwen die de etalagepop hadden omgegooid. ‘Mensen, jullie moeten de dingen wel weer rechtzetten als ze omvallen!’ riep de kraker. ‘Dit is ook jullie winkel! Deze winkel heeft geen eigenaar! Deze winkel is van iedereen!’ De vrouwen sloegen weinig acht op zijn teksten, want er was onder een berg rommel een zilverachtig dienblad tevoorschijn gekomen waar nu ieders oog op gericht was.

De weggeefwinkel bleek de ergste consument in de vrouwen los te maken.