De veerkracht van de Gurkha’s

Al sinds de negentiende eeuw vechten Gurkha’s, Nepalese strijders uit de omgeving van de std Gorkha, aan Britse zijde. „Ze zijn dapper en loyaal aan de Britse kroon.”

Het zijn pezige mannetjes, die doorgaans heel vriendelijk ogen, maar ze horen tot de meest gevreesde soldaten ter wereld. Al bijna twee eeuwen maken de Britten dankbaar gebruik van de militaire kwaliteiten van de Nepalese Gurkha’s. Ook voor de hachelijke missie in de Afghaanse provincie Helmand deden de Britse generaals weer een beroep op de Nepalese strijders.

Tegenstanders van de Britten in alle hoeken van de wereld hebben slapeloze nachten gehad bij de gedachte dat ze elk moment verrast kunnen worden door een onhoorbaar aansluipende Gurkha. Eén haal met een ‘kukri’, het traditionele kromme vechtmes van de Gurkha’s, en ze zijn er geweest.

De hoogtijdagen van de Gurkha’s liggen inmiddels achter hen. Er is nog één Gurkha-regiment over, in totaal zo’n 3.300 man. Een fractie van de 112.000 Gurkha’s, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst waren.

Ook deze herfst organiseren de Britten echter weer een wervingscampagne in Nepal. Aan belangstelling nooit gebrek, want voor veel jonge Nepalese mannen vormt een loopbaan in het Britse leger een unieke kans om te ontsnappen aan de armoede. Voor elke plaats zijn er honderden kandidaten. De beste afvallers kunnen, als ze geluk hebben, in het Indiase leger terecht want ook dat telt nog altijd enkele Gurkha-regimenten. De derde garnituur blijft over voor het eigen Nepalese leger.

„De Gurkha’s beschikken over een grote veerkracht, een geweldig uithoudingsvermogen en fysieke taaiheid”, aldus Mike Kefford, de toenmalige Britse militaire attaché in Kathmandu, enkele jaren geleden tegen deze krant. „Bovendien raken ze niet snel van hun stuk, zijn ze zeer dapper en loyaal aan de Britse kroon.”

De hechte band tussen Groot-Brittannië en de Gurkha’s ontstond in het begin van de negentiende eeuw. Bij het vestigen van hun koloniale rijk in India raakten de Britten op een gegeven moment in conflict met de Gurkha’s, genoemd naar de plaats Gorkha in het westen van Nepal. Daar hielden Gorkha-koningen eeuwenlang hof. Tussen 1812 en 1814 woedde er een oorlog, waarbij beide kanten diep ontzag kregen voor elkaars militaire capaciteiten. Beide zijden behandelden hun krijgsgevangenen met respect, destijds een unicum. Toen de Nepalezen voorstelden aan Britse zijde te vechten, gingen de Britten daar grif op in.

Ook na de Indiase onafhankelijkheid in 1947 bleven de Gurkha’s deel uitmaken van de Britse strijdkrachten. Ze werden onder meer ingezet bij conflicten in Maleisië, de Falkland Eilanden, Koeweit en Bosnië.

Een omstreden kwestie was lange tijd hoe de Gurkha’s beloond moesten worden. Gurkha’s die in de Tweede Wereldoorlog dienden bij de Britten, kregen aanvankelijk geen pensioen. Toen ze daartoe later alsnog besloten, werd in onder meer Gorkha een kantoor opgezet. Daar kwamen tanige oude mannen, die soms dagen vanuit hun dorpen in de bergen hadden moeten wandelen, maandelijks een kleine som geld afhalen. Met weemoed, vertelden ze, dachten ze aan hun tijd in het Britse leger. Hun werk was weliswaar gevaarlijk maar elke dag hadden ze volop te eten. Een luxe, die ze daarvoor, noch daarna gekend hebben.