De mondharmonica

Foto Andreas Terlaak Hermine Deurloo thuis omringd met een klein deel van haar vele chromatische mondharmonica's. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

„Al ruim negen jaar ben ik gezegend met een luisterpubliek. Daar raak je wel verwend door. Ik moet er niet aan denken dat ik in de toekomst zou moeten leven van het spelen van achtergrondmuzak. Dan ga ik nog liever bordenwassen voor het geld en daarnaast spelen voor mensen die echt luisteren.”

Hermine Deurloo (Amsterdam 1966) begon op blokfluit en cello. Als tiener raakte ze geïnteresseerd in jazz en speelde ze in ska- en reggae-bandjes. Na haar saxofoonstudie aan het Sweelinck Conservatorium kocht ze een chromatische mondharmonica waarop ze zich zelfstandig bekwaamde. In 1998 trad ze toe tot het Willem Breuker Kollektief waarmee ze te horen is op zeven cd’s en dvd’s, voornamelijk op saxofoon. Op haar eigen naam maakte ze vier cd’s, met als laatste Soundbite waarop ze te horen is met een big band. Op mondharmonica jawel, maar dan wel de chromatische die veel meer kan dan het mondorgel van Jan en Mien.

„De diatonische, de ‘gewone’ mondharmonica waarop bijvoorbeeld Bob Dylan speelt en ook de meeste bluesmuzikanten, omvat maar één toonladder in bijvoorbeeld d of g. Wil je ‘alles’ kunnen spelen dan heb je dus twaalf van die dingen nodig. Maar er zijn spelers, Howard Levy in Canada is er zo een, die zo goed kunnen ‘buigen’ dat ze een diatonische bijna als een chromatische kunnen laten klinken.

„De meeste virtuozen op het instrument, Tommy Reilly, Les Thompson maar ook iemand als Stevie Wonder, spelen echter op een chromatische omdat die veel meer mogelijkheden biedt. De chromatische heeft de omvang van drie octaven net als de dwarsfluit en past daardoor in meer muzikale kaders dan de diatonische. Dat blijkt ook uit de carrière van Toots Thielemans die op vrijwel hetzelfde instrument door de jaren heen steeds moderner ging spelen in heel verschillende bezettingen.

„Een klein nadeel van de chromatische is dat je de toon minder makkelijk kunt buigen omdat de klankplaatjes dikker zijn. Ik weet hoe een harmonica er van binnen uitziet omdat een mondharmonica maar een kort leven heeft. Een goede harmonica kost zo’n 160 euro . Dat is weinig vergeleken met een altsax maar je blaast hem wel in een half jaar kapot. Ik heb er intussen zo’n vijftig in huis, repareer soms de ene met de andere.

„Door het maken van mijn laatste cd’s heb ik veel geleerd en ervaring opgedaan met studio-werk. Maar ik denk dat het tijd wordt voor een cd die ik zelf produceer. Waarvoor ik geen compromissen hoef te sluiten en zelf verantwoordelijk ben voor het repertoire met ook composities van mezelf.

„Wat ik in de toekomst het liefst zou doen is over de wereld touren met een trio. Met het Willem Breuker Kollektief heb ik veel en ver gereisd en dat is me goed bevallen. Je komt op een andere manier in contact met vreemde werelden dan als gewone toerist omdat je iets komt brengen dat zij niet hebben. De muziek van dat trio zou zijn wortels hebben in de jazz maar ook andere terreinen bestrijken, ik denk aan Afrikaanse stukjes. Hoe dan ook geen hokjesgeest, geen bebop-schooltje of liftmuziek. Een grote vrijheid en goede communicatie met medemuzikanten zijn zaken die ik heel belangrijk vind.”

Hermine Deurloo: Soundbite(Earforce EF 1009). Willem Breuker Kollektief: At Ruta Maya Café4, Austin, Texas (BVHAAST CD 0506). Optredens: 5/10 met Trio Tony Scherr, BIMhuis, Amsterdam, 20/12 met West Coast Big Band, De Burght, Leiden, 9/2 Mondharmonica en Accordeon Festival, Deventer. www.herminedeurloo.com , www.toonbankrecords.com