De jaren 40 en 70 ineen

Woensdag overleed Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje.

In de jaren zeventig maakte Paul Verhoevens film hem tot een mythische figuur.

Applaus. Een staande ovatie. Iedereen in de Amsterdamse bioscoop Tuschinski – koningin Juliana, prins Bernhard en kroonprinses Beatrix incluis – bejubelt op 22 september 1977 de cast van Paul Verhoevens film Soldaat van Oranje, die zich na afloop van de première voor de volle zaal presenteert.

Verzetsman, spion en oorlogsvlieger Erik Hazelhoff Roelfzema, op wiens levensverhaal de film gebaseerd is, staat ook in de schijnwerpers, naast hoofdrolspeler Rutger Hauer. „Rutger en ik kijken elkaar aan”, herinnert hij zich in zijn memoires Op jacht naar het leven. „Hij legt zijn arm om mijn schouders. Het is een roerend, beschermend gebaar en ik weet, misschien beter dan hijzelf, wat het betekent: hij tracht mij in het brandpunt te houden. Waar de realiteit van de hoofdpersoon bezig is op hem over te gaan. Onmogelijk – voor ieder die de film heeft gezien, zal Rutger Hauer altijd de echte Soldaat van Oranje zijn. Ik vind het best.”

Zo wordt een mens een mythische figuur. De op woensdag 26 september op Hawaï overleden Erik Hazelhoff Roelfzema was de grootste, en misschien wel enige échte oorlogsheld die Nederland in de twintigste eeuw gekend heeft. Van zijn boek Soldaat van Oranje zijn meer dan een miljoen exemplaren verkocht; de film werd door ruim anderhalf miljoen mensen in de bioscoop bekeken.

„De oorlog was een fantastische tijd voor Erik”, zegt Emile den Tex, clubgenoot van Hazelhoff Roelfzema bij het Leidsch Studenten Corps (LSC). „Hij was gek op avontuur en echt iemand die altijd wat wilde doen.”

Den Tex (1918) kwam in 1937 aan in Leiden. Hij knoopte een hechte vriendschap aan met Hazelhoff Roelfzema. „Erik was nergens bang voor, ook voor de oorlog niet. Toen we in België een casino wilden bezoeken – dat mocht pas vanaf je 21ste – vervalste hij een brief van een ambassadeur van een Zuid-Amerikaans land die ons aankondigde als zeer belangrijke bezoekers. Hij regelde er zelfs een uniform met onderscheidingen bij.”

Nadat Nederland in mei 1940 door de Duitsers overrompeld was, kon Hazelhoff Roelfzema niet lang stilzitten. In de nacht van 14 op 15 februari 1941 plakte een groep studenten – waaronder Den Tex, die de tekst als een van de weinigen van tevoren gelezen had – een manifest op muren en deuren in de Leidse binnenstad. Het was van de hand van Hazelhoff Roelfzema. Op hoge toon werden er eisen gesteld aan de Duitse bezetter. Den Tex: „Dat vonden veel mensen, waaronder ook zij die anti-Duits waren, geen verstandig idee. Provocaties moesten vermeden worden.”

Den Tex vond het dan ook niet vreemd dat zijn vriend besloot de oversteek naar Engeland te maken om van daaruit de strijd voort te zetten. „Hij wilde aanpakken.” Ondanks het aanbod van Hazelhoff Roelfzema om ook te komen, bleef Den Tex in Nederland. Hij werd gearresteerd bij het verspreiden van illegale lectuur, maar wist in 1943 uit Duitse gevangenschap te ontsnappen. De rest van de oorlog zat hij ondergedoken.

Na 1945 ontmoette hij Hazelhoff Roelfzema nog regelmatig, todat die naar Amerika vertrok. „Erik had het hier in Nederland wel gezien. Hij hoopte dat het land na de oorlog zou veranderen, maar dat gebeurde niet. Hij had zijn bekomst van de Nederlandse politiek.”

Voor Den Tex was het geen verrassing dat zijn vriend in de jaren zeventig met de publicatie van zijn boek en de verfilming ervan een held werd. „Dat paste wel bij Erik. Ik denk ook dat de tijd er op dat moment precies rijp voor was. Hij was een vaderlandslievend persoon, maar ook een rebel, iemand die zich niet stil hield, die zijn eigen pad koos. Dat was natuurlijk helemaal in de geest van die tijd.”

Rob Houwer produceerde Soldaat van Oranje. Hij zegt „diep getroffen” te zijn door het overlijden van Hazelhoff Roelfzema. „Hij was een fantastische man, ook om mee samen te werken. Ik denk dat we hem met onze film recht hebben gedaan.”

Den Tex wist echter van Hazelhoff Roelfzema dat die zich niet helemaal senang voelde bij het beeld zoals dat van hem in de film werd neergezet. „Het was allemaal wat te flitsend, te onnauwkeurig. Maar Erik begreep uiteindelijk wel dat het zo werkte op een filmset. Daar had hij zelf de nodige ervaring mee gehad in de VS.”

Met de dood van Hazelhoff is Emile den Tex de laatste van hun jaarclub die nog in leven is. Hij zucht. „De dood is een noodlot dat niemand kan ontlopen.”

Dat wist Erik Hazelhoff Roelfzema, de mens die een prototypische held werd, ook. Tegen zijn ontmoeting met de dood zag hij niet op, schreef hij in zijn autobiografie. „Niets meer aan te doen. Hora est. Vaarwel, goodbye, aloha!”