Armlastig Spyker verlost van renstal in F1

De verkoop van het F1-team van Spyker is bijna een feit. De aandeelhouders van de sportwagenfabrikant hadden weinig keus.

Regen, een hal met half afgebouwde sportauto’s en een bestuur met een sombere boodschap. Het vormde een treffend decor waarin de aandeelhouders van sportwagenfabrikant Spyker zaterdag instemden met de verkoop van het geldverslindende Formule 1-team van het bedrijf.

De verkoop was noodzakelijk om het bedrijf te redden van de ondergang. De kas is leeg, niet alleen door de verliezen in de Formule 1, maar ook Spyker Cars, de divisie die zich bezighoudt met het produceren van exclusieve sportwagens, heeft grote financiële problemen. Met de opbrengst van het F1-team wil Spyker via herfinanciering van het bedrijf het tij keren.

„Formule 1 zorgt voor een cash drain van 6 miljoen euro per kwartaal”, zei interim-voorzitter Hans Hugenholtz. „Dat kunnen wij ons niet veroorloven.” De voorzitter van de raad van commissarissen, Hessel Lindenbergh, maakte duidelijk dat er weinig te kiezen valt. „We zitten in een ernstige dwangsituatie. Als we dit niet doen is het einde verhaal met Spyker.” Volgens Lindenbergh wordt de verkoop deze week afgerond. Met de nodige vertraging, omdat een groot aantal partijen bij de overeenkomst is betrokken, waaronder de vorige eigenaar van het F1-team, Midland, die vandaag 15 miljoen dollar op zijn rekening overgeboekt wilde zien; geld dat het van Spyker tegoed heeft. Midland heeft echter grootmoedig ingestemd met betaling later deze week wanneer Spyker de verkoop heeft afgerond met de ondernemersfamilie Mol en de Indische multimiljonair Vijay Mallya. Zij betalen 88 miljoen euro, ver onder de 106 miljoen waarvoor de renstal vorig jaar werd aangekocht. Maar dat bedrag gaat grotendeels op aan leningen en rekeningen die Spyker nog moet betalen. In het gunstigste geval blijft 16 miljoen euro over. Maar ook dat bedrag zal als sneeuw voor de zon verdwijnen gezien de verliezen van het bedrijf, mede door dure investeringen in Spyker F1 in Silverstone die niet in de verkoopprijs zitten.

Vertegenwoordiger van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) Gerben Hettinga vroeg zich dan ook af of er al een businessplan voor de ongewisse herfinanciering van Spyker op tafel ligt. Dat is er volgens Lindenbergh wel, maar kon nog niet aan de aandeelhouders worden voorgelegd. Problemen met toeleveranciers die eerst hun geld willen zien voordat zij nieuwe spullen leveren, dealers die schuw zijn geworden en minder auto’s afnemen en de slechte publiciteit rond Spyker; alles zal als bij toverslag na de verkoop verdwijnen, denkt Lindenbergh.

De realiteit kan weerbarstiger zijn. Een adviesbureau becijferde dat er in 2011 een markt is voor de verkoop van 26.000 supersportwagens met een waarde van 6 miljard dollar. Maar Spyker is geen Ferrari of Lamborgini. De verkoop van 500 auto’s waar het bedrijf op mikt, is erg ambitieus. Hettinga van de VEB: „Spyker heeft dit eerste halfjaar zeven auto’s verkocht. Ik zie toch echt niet zo gauw gebeuren dat dat er 500 worden.”