Kritiek op politieke rol Raad van State

Gebaseerd op advies van de Raad van State heeft het kabinet besloten geen referendum te houden over het Europees Verdrag. „De Raad heeft de regering politiek een uitweg geboden”, zegt een criticus.

„Laat ik voorop stellen dat dit geen juridisch advies is, maar een politiek advies”, zegt René Barents, hoofd onderzoek en documentatie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en deeltijdhoogleraar Europees recht in Maastricht.

„Dit advies van de Raad van State had ik wel verwacht. De Raad heeft de reputatie de regering niet in de wielen te rijden”, meent Nico Baakman, als politicoloog verbonden aan de Universiteit van Maastricht.

Het advies van de Raad van State aan de regering over het wel of niet houden van een referendum over het Europees Hervormingsverdrag heeft rechtdeskundigen niet echt verbaasd. Zij verwijten het hoogste adviescollege van de regering teveel politiek te bedrijven.

„Het verschil dat de Raad aanbrengt tussen de verworpen Europese Grondwet en het nieuwe Verdrag is wat gekunsteld, want inhoudelijk is er weinig veranderd”, oordeelt Deirdre Curtin, hoogleraar recht en bestuur van internationale organisaties aan de Universiteit Utrecht. Zij won eerder dit jaar de Spinoza-prijs, de belangrijkste prijs voor Nederlandse onderzoekers. Overigens zegt Curtin zich wel „redelijk goed” te kunnen vinden in het advies van de Raad, omdat ook zij veel waarde hecht aan het ontbreken van de „retoriek en symboliek” van de Europese Grondwet in het nieuwe Verdrag.

Op basis van het advies van de Raad van State besloot het kabinet geen referendum te houden. Ook bij de beslissing van de PvdA-fractie deze week tegen een referendum speelde het advies van de Raad een grote rol.

De bepalingen in het nieuwe Verdrag wijken volgens de Raad van State weliswaar weinig af van de eerder verworpen Grondwet, maar veranderingen als het schrappen van symbolen geven het Verdrag volgens de Raad een niet-grondwettelijk karakter.

Deskundigen op het gebied van het Europees bestuur oordeelden eerder in deze krant, kort voordat het advies van de Raad bekend werd gemaakt, dat de ‘oude’ Europese Grondwet en het ‘nieuwe’ Hervormingsverdrag in juridisch opzicht bijna als twee druppels water op elkaar lijken.

De Raad adviseerde in 2003 dat de in 2005 verworpen Europese Grondwet van constitutionele aard was, zegt Tijn Kortmann. „Dan het Hervormingsverdrag ook.” De verschillen zijn volgens hem minimaal, cosmetisch. De vlag sneuvelde in het Verdrag, evenals het volkslied en een Europese minister van Buitenlandse Zaken. De staats- en bestuursrechtkundige Kortmann (Radboud Universiteit Nijmegen), was voorzitter van de onafhankelijke commissie die in 2005 het referendum voorbereidde.

De deskundigen „constateren” dat de Raad het kabinet uit de brand heeft willen helpen. „Dat is geen verwijt, de Raad is nu eenmaal niet onafhankelijk”, meent Barents. „Dit advies is geschreven om de regering in alle opzichten tegemoet te komen, om het kabinet een argument te geven ‘nee’ te zeggen tegen een referendum.”

Volgens politicoloog Baakman was een referendum „een gigantisch probleem” geweest voor de regering. „De Raad heeft de regering met zijn advies politiek een uitweg geboden in een moeilijke discussie.”

Ook Baakman is van mening dat de Raad van State wat advisering betreft te politiek opereert. „Dat is ook niet gek”, zegt hij. „Kijk hoe ze worden gerekruteerd. Bij de benoeming van leden wordt rekening gehouden met de politieke kleur van de kandidaat. Bij een vacature bepalen de vicevoorzitter en vooraanstaande leden, de dorpsoudsten, naar welke politieke stroming de zetel gaat. Als een besluit is gevallen over de politieke kleur, gaat de dorpsoudste van die kleur op zoek naar passende kandidaten en vervolgens wordt een kandidaat voorgedragen bij Binnenlandse Zaken en Justitie: even benoemen alstublieft!”

De kritiek vindt weerklank in de Kamer, waar wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat het benoemingsbeleid verandert en de twee taken van de Raad, advies en rechtspraak, duidelijker scheidt.

Baakman verwondert zich over het amateurisme bij de Raad. Een kantonrechter, de laatste op de rechterlijke hiërarchische ladder, moet een zware opleiding van zes jaar doorlopen wil hij recht kunnen spreken in eenvoudige zaken. Van leden van de Raad wordt geen juridische ervaring gevraagd. „In de Raad krijgen oudere politici, voormalige bewindslieden en burgemeesters aan het einde van hun carrière de kans nog even door te marcheren.” Het is, aldus Baakman, kortzichtig om van zelfs ervaren bestuurders te verwachten dat ze het rechtspreken snel onder de knie krijgen. „Casuïstiek bedrijven leer je niet in een paar maanden.” Voormalige politici houden volgens hem ook te veel rekening met de politiek die ze immers door en door kennen.

„Als de vrees bestaat, en die bestaat, dat de Raad te veel begrip voor de regering heeft, is dat funest”, oordeelt Baakman. Begin dit jaar nam het Europese Hof voor de mensenrechten een klacht van een voormalige asielzoeker in behandeling, terwijl de klager geen beroep bij de Raad van State had ingesteld. Voorheen werden klagers die niet alle beroepsmogelijkheden in Nederland hadden bewandeld niet ontvankelijk verklaard.

In dit geval had de Somaliër de Raad terecht gepasseerd. Hij zou volgens het Hof ‘vrijwel geen enkele kans op succes’ hebben bij de Raad van State, omdat de Raad te vaak in het voordeel van de regering oordeelt. „Zeer schadelijk voor het imago van een rechtstaat”, aldus Baakman.

En heeft Tijn Kortmann dan geen visie op de Raad? „Jawel, maar die is voor in de kroeg.”

Voor het advies van de Raad: www.raadvanstate.nl

    • Wilmer Heck Enahmet Olgun