Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

Roma-rappers in Tsjechië zijn hip

Succesvolle zangers, rappers en bands bieden de Roma in Tsjechië hoop. Maar zelfs de bij Tsjechen populaire zangers voelen onderhuids de minachting. Hun populariteit is ‘een eerste stap, en misschien ook de laatste’.

Een jonge Rom kijkt naar dansende meisjes in een jongerencentrum voor zigeuners in Tsjechië. Foto AFP A Roma boy looks at dancing girls in the social center for Roma children named ''Novy Svet'', 20 July 2007, in Usti nad Labem city, North Bohemia. Twelve foreign volunteers from INEX - Assocation for voluntary activities, spent their holidays in a Roma ghetto in Usti nad Labem to help the integration of Roma children into Czech society. AFP PHOTO/MICHAL CIZEK TO GO WITH AFP STORY BY SOPHIE PONS
Een jonge Rom kijkt naar dansende meisjes in een jongerencentrum voor zigeuners in Tsjechië. Foto AFP A Roma boy looks at dancing girls in the social center for Roma children named ''Novy Svet'', 20 July 2007, in Usti nad Labem city, North Bohemia. Twelve foreign volunteers from INEX - Assocation for voluntary activities, spent their holidays in a Roma ghetto in Usti nad Labem to help the integration of Roma children into Czech society. AFP PHOTO/MICHAL CIZEK TO GO WITH AFP STORY BY SOPHIE PONS AFP

Vroeger werd hij met de nek aangekeken. Nu minder. „Nu ben ik een grote ster”, zegt Vlasta Horváth.

Horváth won twee jaar geleden Superstar, de Tsjechische versie van het tv-programma Idols. Op zich niks bijzonders, zij het dat Horváth een Rom (zigeuner) is. En Roma zijn in Centraal-Europa doorgaans verliezers. „Mijn overwinning had grote symbolische waarde”, zegt de 30-jarige zanger.

Sindsdien zijn anderen in zijn voetsporen getreden. Zoals Gipsy, een Roma-rapper die deze zomer een monsterhit scoorde met het liedje Romano Hip Hop. „De commerciële radiostations, die Roma-muziek altijd hebben genegeerd, kunnen niet om ons heen”, zegt Vojta Lavicka (35), de violist in de band.

Maar Horváth, die nu een hitje heeft met het liefdesliedje Adios , vreest dat zijn overwinning door zijn Tsjechische landgenoten verkeerd wordt uitgelegd. „Ik hoor vaak: wij zijn geen racisten, we hebben immers een Rom laten winnen, maar dat is onzin. Ik heb geen last meer van openlijk racisme, maar onderhuids voel ik de minachting.”

Ook mensenrechtenactivist Ivan Veselý waarschuwt voor optimistische conclusies. „Er zijn nu drie of vier Romabands die een breed publiek trekken. Dat geeft hoop voor alle Roma in Tsjechië, maar het is een eerste stap. En wellicht ook de laatste, want de positie van Roma is nog steeds slecht en verslechtert zelfs.”

Volgens een vorig jaar verschenen studie telt Tsjechië ruim 300 getto’s, waarin 80.000 mensen wonen, eenderde van alle Tsjechische Roma, een explosieve toename sinds begin jaren negentig. En vergeleken met omringende landen loopt Tsjechië achter met integratie van zijn minderheden, zo blijkt uit een recente tussenbalans van een regionaal Wereldbankproject.

Intussen haalden politici het afgelopen jaar vaak de voorpagina's met harde kritiek op Roma. Een gemeenteraadslid uit Breclav, een stad in het oosten van Tsjechië, noemde de Roma deze zomer „zwart uitschot” en een lid van de Tsjechische Senator, die ook burgemeester van de stad Ostrava is, verklaarde dat ze voor geen enkele vorm van integratie is. „Ik ben helaas een racist”, zei ze, niet wetend dat er een bandje meeliep.

„Het is weer mode om vervelende dingen over Roma te zeggen”, zegt Veselý. Het startschot hiervoor werd gegeven door politicus Jirí Cunek. Als burgemeester van Vsetin liet hij in 2006 een heel appartementenblok met Roma ontruimen, wegens achterstallige huur. Zo'n honderd zigeuners werden ver buiten de stad geherhuisvest, in op elkaar gestapelde containerhuizen. Een kant-en-klaar getto.

Zanger Horváth woont niet in een getto, maar in Vranóv, een ingeslapen dorp op een half uur rijden van hoofdstad Praag, in een groot huis met een aangeharkte tuin en een zwembadje. Hij is hier de enige Rom, zijn familie komt uit een naburige stad, en hij heeft al elf jaar een Tsjechische vriendin. „Haar ouders schrokken eerst, maar nu hoor ik bij de familie.”

Eigenlijk beseft Horváth sinds Superstar pas echt dat hij Roma is. De zanger groeide op als Tsjech, op een blanke school, op aandringen van zijn ouders, die zelf uit straatarme families komen. De Romataal is hij niet machtig, vertelt hij, en van de Romacultuur weet hij ook weinig. „Alleen aan mijn huidskleur kun je zien dat ik Rom ben.”

Violist Lavicka vertelt een soortgelijk verhaal. Onder het communisme werden zigeunerkinderen, door hun onderwijsachterstand, meestal heel snel doorgestuurd naar scholen voor verstandelijk gehandicapten, een tot op de dag van vandaag hardnekkige praktijk. In die tijd, zegt hij, werden Roma gezien als goedkope arbeidskrachten. Daarvoor waren geen hersens nodig. „De communisten pakten ons gitaar en viool af en gaven ons een pikhouweel.”

Maar zijn moeder ging verhaal halen bij de lokale autoriteiten. „Ze schopte net zo lang stennis totdat ze me toelieten op een gewone school.” Hij was een goede student, ging verder naar de middelbare school, studeerde vanaf zijn negende klassieke vioolmuziek. Maar groeide op als blanke. Over Roma hoorde hij altijd alleen maar slechte dingen. „Ik voelde me schuldig over mijn afkomst.”

Als jongeman sloeg de schaamte om in in trots. Lavicka besloot de taal van zijn volk te leren en werd straatwerker in de uitdijende getto's.

Na de val van het communisme waren de laagopgeleide Roma – vrijwel iedereen dus – bij voorbaat kansloos op de vrije markt. Ze verloren hun pikhouweel en kregen gitaar en viool terug. Maar veel van de oude zigeunerliederen waren toen al half vergeten.

Roma-activist Veselý is na de recente uitlatingen van Tsjechische politici zeer pessimistisch over het integratieproces. „Het is moeilijk werken in deze atmosfeer.”

De kleine successen in de gemeenschap worden overschaduwd door grote woorden, door populisme. Burgemeester Cunek stootte na zijn ontruimingsactie prompt door tot de nationale politiek en is nu zelfs minister en vicepremier.

Cunek verdeelt de Tsjechen. De een prijst hem om zijn daadkracht, de ander ziet hem als een racist. Eerder dit jaar raakte de politicus in opspraak om een interview, waarin hij de Roma neerzet als passieve, opportunistische uitkeringstrekkers. Verder zegt hij dat blanke Tsjechen eerst „lekker bruin” moeten worden om ook in aanmerking te komen voor medeleven. Een storm van kritiek volgde, maar Cunek mocht aanblijven.

„Ik wil dat iedereen weet dat ik Roma ben en dat ik een donkere Roma-band heb”, rapt Gipsy in Romano Hip Hop, een aanstekelijk zigeunerdeuntje op een elektronische beat. De tekst is voor veel Tsjechen niet of moeilijk te volgen, want Roma-woorden, Tsjechische zinnen en Engelse kreten volgen elkaar in een moordend tempo op.

Gipsy zingt over de liefde, over idioten in de politiek, over racisme, maar ook de Roma zelf worden niet gespaard. „In de getto's wordt discriminatie vaak als smoes gebruikt om stil te blijven zitten”, zegt violist Lavicka. „Dat willen we ook aan de kaak stellen. De Roma moeten in beweging komen.” Gipsy zorgt voor de muziek.