Van Rijen speelt met trombone

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Markus Stenz. Gehoord: 13/9 Concertgebouw. Herh.: 14/9. Radio 4: 16/9 14.15 Avro.

„Retteketet, daar heb je de trombones.” Treffender kon trombonist Jörgen van Rijen in een interview het cliché over zijn instrument niet samenvatten. Hard en ongenuanceerd, vooral goed voor een extra snufje heroïek of ander pathos. Juist uitzonderlijke musici als Van Rijen zelf weten echter te inspireren tot muziek die het instrument op een veelzijdiger manier laat horen.

Componist Theo Verbey (1959) schreef LIED in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest, waarin Van Rijen speelt. Verbey koos ervoor de trombone van zijn beschaafde, ingetogen kant te laten zien. Het orkest speelt een gebalanceerde aaneenrijging van vaak impressionistisch aandoende sfeertableautjes – het mistige begin is haast Debussyaans. De trombone vleit zich hier tussen met intelligente lyriek: zonder lange dramatische bogen, maar met zangerige, zorgvuldig uit kleinere elementen opgebouwde patronen.

De combinatie van zinnelijke klank en berekende structuur – typisch voor Verbey – resulteert in een aantrekkelijk, ook wat braaf werk, dat nergens echt opwindend wordt of uit de band springt. Zelfs niet in de solocadens, waar de solist harde uithalen speelt, in zijn instrument zingt en theatraal naar links en recht beweegt. Van Rijen imponeerde met inzichtrijk spel en een tot in de gierend hoge inzetten elegante toon.

Dreigender klonk Theatrum bestiarum van Detlev Glanert (1960). Vanuit een harde donderklap en een nukkige bassolo ontspint zich een dromerige, met traditionele middelen geparfumeerde opeenvolging van gemoedstoestanden. Het werk lijkt een keer of dertig te eindigen tot je je erbij neerlegt dat het wel eindeloos zal duren. Dat het een in memoriam voor Sjostakovitsj is, blijkt in de citaten aan het echte slot, maar vooral ook in het soms bijtende sarcasme.

De Tweede symfonie van Kurt Weill, in 1934 in première gegaan bij het KCO, klonk ritmisch en helder. Markus Stenz dirigeerde een bruisende, soms verbeten uitvoering. Van Rijens collegablazers maakten indruk in hun individuele bijdragen, vooral klarinettist Arno Piters .

    • Jochem Valkenburg