Midden in de nacht bonkten strijders op de deur

In het oosten van Congo wordt verkrachting op grote schaal als oorlogswapen ingezet, en het blijkt effectief. Alle verzet tegen de gewapende groepen wordt gebroken, de mensen vluchten of verbergen zich.

Female victims of sexual violence listen to UN humanitarian chief John Holmes during his tour of Panzi hospital in Bukavu, South Kivu province in eastern Congo, September 6, 2007. The hospital is where some 320 women are housed and treated for rape-related injuries and illnesses. REUTERS/James Akena(DEMOCRATIC REPUBLIC OF CONGO)
Female victims of sexual violence listen to UN humanitarian chief John Holmes during his tour of Panzi hospital in Bukavu, South Kivu province in eastern Congo, September 6, 2007. The hospital is where some 320 women are housed and treated for rape-related injuries and illnesses. REUTERS/James Akena(DEMOCRATIC REPUBLIC OF CONGO) REUTERS

„We gingen vorig jaar stemmen omdat we naar verandering verlangden, maar we worden nog steeds verkracht.” De 28-jarige Mugoli is in vier jaar tijd driemaal verkracht, de laatste keer drie maanden geleden. Heel even vertoont haar gezicht emotie. „Wat gebeurt er na mijn dood met mijn twee overgebleven kinderen?” vraagt ze. Mugoli raakte zwanger en besmet met het aidsvirus.

Verkrachting is een oorlogswapen in Congo, al ruim dertien jaar lang. Het einde aan de twee grote oorlogen (tussen 1996 en 2003) en de eerste vrije verkiezingen in ruim veertig jaar tijd hebben daar niets aan veranderd. De gewapende anarchie in de twee oostelijke provincies Noord- en Zuid-Kivu en de verkrachtingen gaan onverminderd voort. Vorig jaar meldden zich 13.000 vrouwen bij klinieken in de twee provincies, maar het ware aantal verkrachtingen ligt vele malen hoger, omdat de meerderheid van de vrouwen zich uit schaamte niet meldt.

Mugoli zocht medische zorg in het ziekenhuis Panzi in de oostelijke stad Bukavu. „De strijders bonkten rond middernacht op de deur in ons dorpje Kalehe”, vertelt ze over een van haar verkrachtingen. „Ze drongen binnen en sneden mijn man en twee van mijn kinderen de keel door. Ik moest in hun bloed gaan liggen, ze grepen mijn armen en vele malen drongen ze bij me binnen.” Naast haar op de ziekenzaal ligt de zeventienjarige Fourah Kadende. „Ze sleurden me de bossen in en urenlang gingen de strijders met me tekeer. Daarna begonnen ze hun geweerkolven bij me naar binnen te duwen.” Haar onderlichaam is zodanig beschadigd dat ze haar behoefte niet meer kan doen.

Het Panzi-ziekenhuis ontvangt elke maand 350 verkrachte vrouwen die chirurgische behandeling nodig hebben, sinds het ziekenhuis acht jaar geleden werd geopend waren dat er 14.615. Meisjes, jonge en oude vrouwen, allen zijn doelwit. Buiten de ziekenzalen zitten tientallen emotieloos onder de bomen in de rode aarde. Doffe ogen, geen sprankje licht. Een glimlach bestaat hier niet. Afrikanen kunnen uitstekend met emoties omgaan, van bruiloften tot begrafenissen dansen en zingen ze op hun gevoelens. Maar deze vrouwen zijn te diep geraakt, het opgelopen trauma blokkeert elke klaagzang.

Dokter Mukengere loopt haastig over de ziekenzalen. Hij heeft zojuist een jongetje van zeven jaar geopereerd. „De strijders kwamen zijn moeder verkrachten”, zegt Mukengere, „maar zij wist te ontsnappen. Toen grepen ze het jochie en roosterden hem boven het vuur in de keuken.” De jongen heeft geen billen meer, alleen stompjes vlees met gerafelde lichtgekleurde huid, zonder anus. „Ik begrijp het geweld ná de verkrachtingen niet”, zegt dokter Mukengere. „Waarom verminken ze kinderen, waarom steken ze messen, stokken, vorken, geweren en andere harde voorwerpen in de vagina nádat ze hebben verkracht?”

Mukengere geeft iets later zelf het antwoord op zijn vraag: „Ze doden hun slachtoffers nooit, want het doel van de verkrachting is om het slachtoffer te vernederen. Daarom moeten de echtgenoten en kinderen vaak toekijken, daarom gebeurt het in alle openheid.” De leiders van de strijders geven de opdracht. „Het is een zeer effectieve oorlogsstrategie. Dorpsbewoners slaan op de vlucht, de vrouwen durven zich niet meer te laten zien op de akkers en de mannen raken zo aangeslagen dat elke gedachte aan verzet verdwijnt.”

Oost-Congo kent vele gewapende groepen en alle strijders maken zich op grote schaal schuldig aan verkrachting. Het regeringsleger en de politie, die in het oosten alleen de controle hebben over hoofdwegen en steden, zijn afgaand op de vrouwen die zich bij klinieken durven melden vermoedelijk de hoofdschuldigen. De slachtoffers in het Panzi-ziekenhuis beschuldigen de strijders die in 1994 na de genocide in Rwanda naar Congo vluchtten. Verder zetten de krijgers van de occulte Mai Mai-bewegingen seksueel geweld in.

En er zijn de soldaten van de dissidente generaal Nkunda, die de laatste dagen in gevechten zijn verwikkeld met het regeringsleger. Omdat zij zich op grote schaal schuldig maken aan seksueel geweld – volgens dokter Mukengere ook tijdens de huidige gevechtsronden – bestaat er een internationaal arrestatiebevel tegen Laurent Nkunda.

Dokter Mukengere begon aan de verwondingen van de slachtoffers te herkennen wie de daders waren. „Elke gewapende groep heeft zijn eigen methode. De opstandelingen uit Burundi die in Congo waren gelegerd deden aan mannenverkrachting. Een andere groep dwingt de vrouwen na de verkrachting op vuur te zitten, en weer andere strijders binden de slachtoffers na de verkrachting enkele dagen vast zodat ze invalide worden.” Welke soort verkrachting bij welke groep past wil Mukengere niet vertellen. „Dan lopen wij dokters gevaar, dan komen ze wraak nemen. Vroeger werkte de kliniek daarom ondergronds, om wraakacties te voorkomen.”

Mamy Kulila is sociaal werker in Panzi. Wanneer de vrouwen na behandeling naar hun dorpen terugkeren, wacht hun meer misère. „Hun huizen zijn verbrand, hun spullen en geiten gestolen. In sommige gevallen laten hun echtgenoten hen in de steek, maar omdat verkrachting inmiddels zo wijdverspreid voorkomt accepteert de gemeenschap doorgaans de slachtoffers en staat ze hen bij.” De grote problemen zijn de schaamte bij de slachtoffers, het verdwenen respect voor hen en de angst dat het opnieuw zal gebeuren. „Ik heb vrouwen tot vijf keer zien terugkomen.”

Vrijwel nooit worden de daders berecht, Congo is een rechtenloos land. Het staatsapparaat is zwak, de slecht opgeleide en belabberd betaalde regeringssoldaten dwingen geen orde af maar creëren angst. De lamgeslagen bevolking past zich aan, ouders leren hun dochters verkrachtingen te accepteren om niet te worden vermoord. „Verkrachting dreigt een kankergezwel van Congo te worden”, zei John Holmes, ondersecretaris-generaal van de Verenigde Naties voor Humanitaire Zaken donderdag na een bezoek aan Panzi.

En dokter Mukengere, hoe lang kan hij deze gruwelijkheden zelf nog verwerken? „Met deze terreur begin je soms het onaanvaardbare te accepteren. Soms huil ik en wil ik mijn koffers pakken om nooit meer in Panzi terug te komen. Of ik word overvallen door een angstaanval en bel naar huis om te informeren of mijn dochters veilig zijn.” Mukengere wordt geroepen voor de volgende operatie. „Maar als ik dan na een operatie zie hoe dankbaar een slachtoffer kan zijn dat er nog iemand om haar geeft, dat iemand haar een beetje menselijkheid heeft kunnen teruggeven, dan besluit ik weer door te gaan met mijn werk.”