Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Taal

Kinderen zijn even handig als apen, maar pikken hints sneller op

Chimpansees, mensenkinderen en orang oetans werden aan dezelfde testen onderworpen. Zoals die hier op de foto, waarin onderzoekster Esther Herrmann mensapen laat raden waar het voedsel verstopt is. foto’s science en ap
Chimpansees, mensenkinderen en orang oetans werden aan dezelfde testen onderworpen. Zoals die hier op de foto, waarin onderzoekster Esther Herrmann mensapen laat raden waar het voedsel verstopt is. foto’s science en ap Science

Mensenkinderen van zo’n 2,5 jaar oud en chimpansees zijn ongeveer even handig als het gaat om het begrijpen van de materiële wereld: een beloning vinden die geluid maakt, die weggedraaid wordt, of die je alleen met een stok kan pakken, enzovoorts. Ook kunnen ze even goed tellen. Orang oetans scoren wat lager op deze testen. Chimps en kids doen bijna 60% goed, de orangs bijna 50%. Maar als het gaat om sociale en culturele intelligentie verslaan de kinderen de mensapen met vlag en wimpel (ca. 75% goed tegen ca. 35% goed bij orangs en chimps). Daarbij gaat het om problemen oplossen aan de hand van wat anderen voordoen, om de hints te begrijpen waar een beloning is verborgen, om begrijpen wat iemand tevergeefs probeert te doen. Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek waarbij in totaal 105 Duitse mensenpeuters van ongeveer 2,5 jaar oud, 106 half vrij levende chimpansees van gemiddeld 10 jaar oud uit Congo of Oeganda en 32 orang oetans van gemiddeld 6 jaar uit Indonesië aan precies dezelfde testbatterij zijn onderworpen. In totaal ging het om tien fysieke intelligentietesten en zes sociaal-culturele (Science , 7 september).

De onderzoekers, biologen en psychologen verbonden aan het beroemde Max Planck Institut für Evolutionäre Anthropologie in Leipzig, zien in deze testuitslag een bevestiging van hun theorie dat het beslissende verschil tussen de mens en de mensapen niet gelegen is in algemene intelligentie maar juist in wat zij noemen culturele intelligentie. Juist in het overnemen en succesvol toepassen van ideeën en suggesties van anderen zijn mensenkinderen superieur. Volgens de onderzoekers, onder wie de invloedrijke Michael Tomasello, is algemene intelligentie in het manipuleren van de buitenwereld en zelfs ook de sociale intelligentie in het manipuleren van en samenwerken met soortgenoten betrekkelijk wijdverspreid onder de mensapen. Onze mensensoort onderscheidt zich vooral doordat hij over het vermogen beschikt om krachtige culturele groepen te creëren vol speciale gewoonten, werktuigen en symbolen. Kinderen nemen de cultuur waarin ze geboren worden moeiteloos op. Precies dàt vermogen om die cultuur volledig op te kunnen nemen is cruciaal voor het mens-zijn. Een uitvinding of een slim idee hoeft (in theorie) maar één keer te worden gedaan, andere mensen nemen het over en hoeven zelf niet zo slim te zijn. Een slimme aap wordt nauwelijks geïmiteerd, al hebben ook mensapen wel een zekere vorm van culturele overdracht. Bij mensen hangt hun leven er van af, bij chimpansees lijkt die cultuur eerder een ‘extraatje’. De onderzoekers noemen in dat verband verder ook eerder onderzoek waaruit bleek dat de hond (Canis familiaris) in fysisch begrip sterk onderdoet voor de chimpansee, maar in sociale cognitie superieur is. Een hond begrijpt uitstekend waarheen een mens kijkt en waarom. De hond is in zekere zin geselecteerd om in een menselijke cultuur te leven.

Als Tomasello en de andere onderzoekers voor dit onderzoek wat oudere kinderen hadden genomen zouden die waarschijnlijk de apen ook op fysisch inzicht hebben verslagen, niet omdat ze er ‘uit zichzelf’ zo goed in zijn maar omdat hen dan al erg veel over de wereld geleerd is. Daarom zijn kinderen van tweeënhalf aan de testen onderworpen: al redelijk zelfstandig maar nog niet beïnvloed door geschreven taal, symbolische rekenkunde en formele educatie. Net als gewone apen, zeg maar. Helemaal terecht is die gelijkstelling natuurlijk niet, omdat de hersengroei en -rijping op die leeftijd nog lang niet voltooid is. Maar veel dichter bij ‘mensen in een cultuurloze natuurstaat’ kun je waarschijnlijk niet komen.

Het is voor het eerst dat de aard van de intelligentie van deze primatensoorten zo intensief met elkaar is vergeleken.

De betrokken proefpersonen en apen waren nooit eerder aan dit soort testen onderworpen en de verschillen kwamen breed tot uiting: op alle sociaal-culturele testen scoorden de mensenkinderen véél beter.

Een punt van kritiek kan zijn dat alle testen werden afgenomen door een menselijke experimentator. Daarmee zijn de mensenkinderen in het voordeel, zou je zeggen. Maar in eerdere experimenten was al wel gebleken dat dit toch niet zo veel uitmaakt. Kennelijk zijn de soorten voldoende verwant om elkaars lichaamstaal op zich goed te begrijpen.

De onderzoekers vermoeden dat de fysieke intelligentie van kinderen en chimpansees ongeveer gelijk zal zijn aan die van hun gemeenschappelijke voorouder die zo’n 6 miljoen jaar geleden leefde – een opvallende gedachte omdat dit eigenlijk ook betekent dat de mens zonder enige vorm van formele opleiding niet beter kan tellen dan een chimpansee. Als een chimp dezelfde leercapaciteit zou hebben als een mens, kon er dus ook nog wel een wiskundige uit groeien. De onderzoekers bevelen aan om in de toekomst veel meer apensoorten aan deze testen te onderwerpen. Hendrik Spiering