Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Ruimtevaart

Hoe meet je een bergtop?

Mayke Rood uit Uithoorn maakte tijdens haar vakantie bergwandelingen met haar kinderen. Ze zagen dat op de meeste toppen de hoogte van de berg was vermeld. Maar hoe meet je dat eigenlijk?

„Er zijn vele manieren om dat te doen”, zegt Jochem Lesparre van de faculteit luchtvaart- en ruimtevaarttechniek van de TU Delft. Om met de meest eenvoudige methode te beginnen: koop een hoogtemeter in een buitensportzaak en stop deze in je broekzak als je gaat wandelen. Het apparaatje meet bij het klimmen de afname van de luchtdruk en bepaalt zo de hoogte. De meter is niet erg nauwkeurig, zeker niet als het weer omslaat en de luchtdruk verandert.

Een GPS-ontvanger werkt beter. Die meet de afstand tussen de plek waar je bent en enkele satellieten. Doordat satellieten hun positie en hoogte uitzenden, kan de GPS-ontvanger zijn eigen positie en hoogte berekenen. „De gemeten hoogte zit er gemiddeld maar een meter of vijf naast”, zegt Lesparre. Een professionelere, landmeetkundige GPS-ontvanger is zelfs tot op enkele centimeters nauwkeurig, maar daar heb je er wel twee van nodig. Eentje zet je op een plek waarvan de positie en hoogte bekend zijn, de ander zet je op de bergtop. Zo kun je het hoogteverschil daartussen berekenen.

Deze zogenoemde ‘relatieve GPS-meting’ wordt „tegenwoordig gebruikt om zo ongeveer alles te meten”, zegt Lesparre. Bijvoorbeeld de Mount Everest (8.848 meter), bekend als de hoogste berg ter wereld. Gemeten vanaf zeeniveau klopt dat, maar gemeten vanaf de voet van de berg is de vulkaan Mauna Kea op Hawaï veel hoger: ruim tien kilometer. Zo’n zes kilometer van de Mauna Kea ligt onder water, op de bodem van de Grote Oceaan, de rest erboven.

In de tijd dat GPS nog niet bestond werden driehoeksmetingen gedaan om de hoogte van bergen te meten. Daarbij werden de horizontale en verticale hoeken tussen meerdere bergtoppen gemeten. Vervolgens was met één bekende afstand en één bekende hoogte de hoogtes van de andere bergen wiskundig te berekenen.

Ieder land doet zijn eigen hoogtemetingen en dat is lastig vergelijken. Zo meet Nederland ten opzichte van het NAP. „Maar België heeft een heel ander hoogtesysteem, wat 2,32 meter verschilt met dat van ons”, zegt Anton Kösters van Rijkswaterstaat. „Daardoor heeft de Vaalserberg bij hen een andere hoogte dan bij ons. Maar het is wel dezelfde berg.” De hoogte van een berg hangt dus af van het referentiepunt, zegt Kösters. „In de media lees je geregeld dat een berg toch 20 centimeter hoger of lager blijkt te zijn. Dat zegt mij dus niets.”

Oscar Vermeer