Waar komt de naam Rotjeknor vandaan?

Waar komt de naam Rotjeknor vandaan, wil Eelco Moerman weten. Het is een bijnaam voor Rotterdam, „maar er is nergens wat over te vinden”.

Eerst maar eens het Historisch Museum Rotterdam gebeld. Tsja, dat zouden we moeten weten, zegt de woordvoerder, wacht ik loop ook nog even naar het hoofd van de afdeling collecties. Helaas, die weet het evenmin.

Het Gemeentearchief Rotterdam dan? Daar weten ze het ook niet uit hun hoofd. Maar ze hebben er wel een Rotterdam Encyclopedie. En daar staat deze passage in: ‘Eén van de bijnamen van Rotterdam luidt Rotjeknor. Maar er zijn ook mensen die Rotjeknar zeggen. De bijnaam wordt alleen informeel gebruikt. De herkomst van deze naam is onbekend.’

Dat schiet niet erg op. Gelukkig verwijst zowel het Historisch Museum als het Gemeentearchief naar de enige Rotterdammer die uitkomst zou kunnen bieden: Jan Oudenaarden. Oudenaarden (Rotterdam, 1943) publiceerde onder veel meer ‘Wat zeggie? Azzie val dan leggie!’, een speurtocht naar het dialect van Rotterdam.

Noemen ze mij, wat leuk, is het eerste dat hij zegt. „Maar jammer genoeg is het echt zo: we weten het niet.” Rotjeknor of Rotjeknar komt voort uit de volkstaal. De eerste keer dat het op schrift verscheen, was in de jaren twintig van de vorige eeuw. En dat is het.

Waar wél meer over valt te zeggen, is het gebruik van de bijnaam Rotjeknor. Van Oudenaarden: „Op het eerste gehoor klinkt het wat denigrerend. Maar zo wordt het meestal niet ervaren. Het is geen Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt. Integendeel, Rotjeknor wordt vaak liefdevol gebruikt. Het is een bijnaam waar een Rotterdammer zich niet voor geneert.” Geen wonder dus dat het jeugdcircus Circus Rotjeknor heet.

Overigens heeft Rotterdam ook nog een paar begrijpelijke bijnamen, zoals Maasstad en Manhattan aan de Maas. En dan is er nog Mokum Reis, waarin Mokum ‘stad’ betekent en Reis staat voor de Hebreeuwse letter ‘r’. Maar die bijnaam wordt weer niet gebruikt.

Gretha Pama