‘Zo snel had ik niet verwacht’

Als meisje van zeven ging Emilie Gordenker al naar het Mauritshuis. Begin volgend jaar wordt ze de nieuwe directeur van het Haagse museum. „Ik sta te popelen.”

Emilie Gordenker
Emilie Gordenker

„Het is een droom”, zegt Emilie Gordenker in vlekkeloos Nederlands vanuit haar kantoor in Edinburgh over haar benoeming tot directeur van het Mauritshuis in Den Haag. „Ik sta te popelen.”

De in het universiteitsstadje Princeton geboren Amerikaanse kunsthistorica werkt nu nog als senior conservator Nederlandse en Vlaamse kunst in de National Gallery of Scotland. Ze is nadat Frits Duparc zijn vertrek een paar maanden geleden aankondigde benaderd door de selectiecommissie van het Mauritshuis. „Het is ontzettend fijn dat ik hier mag werken. Ik heb altijd gedacht dat het in de toekomst kon gebeuren, maar zo snel had ik het niet verwacht.”

Gordenker (1965) studeerde kunstgeschiedenis aan het Institute of Fine Arts in New York en promoveerde daar in 1998 op een proefschrift over kleding op de portretten van de zeventiende-eeuwse Vlaamse schilder Anthony Van Dijck. Haar interesse voor kleding strekt zich uit tot de moderne tijd. „Ik heb in New York nog een tijd voor kledingzaak Bloomingdales op de mannenafdeling gewerkt en daarom weet ik nogal veel over pakken.”

Sinds de publicatie in 2001 geldt het boek als een standaardwerk. Bij de National Gallery begon ze een inmiddels bijna voltooide bestandscatalogus van Nederlandse schilderijen uit de zeventiende eeuw. Recent maakte ze een tentoonstelling over de Duitse schilder Adam Elsheimer (1578-1610).

De National Gallery of Scotland was haar eerste vaste functie als conservator. Ze was vier jaar in Edinburgh, wat ze „redelijk kort” noemt. Voor die tijd zat ze bij twee commerciële bedrijven die voor musea databases en audiovisuele tours ontwikkelden. „Daar deed ik commerciële ervaring op en leerde ik musea van binnen kennen.” Als kunsthistorica was ze freelance verbonden aan onder meer The Frick Collection en het Metropolitan in New York. Ze doceerde aan Rutgers University en gaf lezingen in het exclusieve Vassar College.

Volgens haar zocht het Mauritshuis een kunsthistoricus die goed in het vak zit en met werkervaring in een museum. Het moest tevens iemand zijn die goed met mensen kan opschieten, zowel intern als naar de buitenwereld toe. „Ik vermoed dat mijn internationale ervaring en contacten ook belangrijk waren.”

Het Mauritshuis kent ze sinds ze er als meisje van zeven voor het eerst naar toe ging. Haar moeder is Nederlandse en zij bedong uit heimwee dat ze ieder jaar de zomer in haar geboortestad Den Haag doorbrachten. Als docent internationale betrekkingen in Princeton had haar vader lange academische vakanties. Toen Emily Gordenker zeven was bleven ze een heel jaar in Den Haag waar ze de tweede klas van de lagere school deed. „Daar heb ik mijn Nederlands aan overgehouden.”

Als ze over vier maanden in Den Haag begint zal ze uit de National Gallery vooral een schilderij van Pieter Saenredam missen met het interieur van de Haarlemse Sint Bavokerk. „Dat fascineert me sinds mijn eerste bezoek. Het komt uit een Schotse privécollectie, het is natuurlijk Nederlands maar toch associeer ik het erg met Schotland.”

Gevraagd naar het schilderij in het Mauritshuis waar ze het meest naar verlangt, aarzelt Gordenker. „Het is moeilijk om in Den Haag Vermeer niet te noemen, maar welke?” Diana en haar nimfen, Gezicht op Delft of Meisje met de parel. Ze lacht om de luxe van dat probleem. „Het Mauritshuis heeft een topcollectie Nederlandse kunst. De aanwinsten van de laatste tijd zijn de allerbeste en dat wil ik voortzetten. Er zullen veranderingen komen, maar ik wil liever eerst goed de tijd nemen in Den Haag voor ik het daar over heb. Het is al een geweldig museum en in Amerika zeggen we: ‘If it ain’t broke, don’t fix it’.”