Sfeervol Lowlands eindigt op slippers

Van Hebreeuwse dance tot de ‘rockroute’ op zondag: het aanbod op Lowlands was rijk.

Grootste sensatie was The Good, The Bad & The Queen.

Marike Jager Foto Isabel Nabuurs 18-08-07, LOWLANDS BIDDINGHUIZEN Marike Jager Foto: Isabel Nabuurs
Marike Jager Foto Isabel Nabuurs 18-08-07, LOWLANDS BIDDINGHUIZEN Marike Jager Foto: Isabel Nabuurs Nabuurs, Isabel

,,Leuke dingen gezien?”

„Leuke dingen gehóórd. Ik heb de hele dag bij Bravo in het gras gelegen en geluisterd naar wat er binnen gebeurde.” Het is weer voorbij, de drie dagen die om niets anders draaien dan muziek, om de vraag ‘naar welke band ga ik straks?, de keuze tussen curry of tortilla, cocktail of bier, een Heideroosjescondoom of een HEMA-variant. Lowlands 2007, de vijftiende editie, begon op kaplaarzen en eindigde op slippers, begon met Hebreeuwse dance van Oi Va Voi en eindigde met een rockroute langs Motorhead, Nine Inch Nails en Kings of Leon.

Fanatiek rondlopen om zoveel mogelijk van de ongeveer honderd optredens te zien, of genieten van de sfeer – iedere bezoeker heeft zijn eigen manier om Lowlands te ondergaan. Wie zin had kon giganten zien als Editors, Interpol of The Killers, en oude helden als Sonic Youth. Je kon speuren naar nieuw talent, of reputaties van anderen onderzoeken. Maakt Kate Nash het waar? En Patrick Watson? Is M.I.A. inderdaad zo goed?

Er zijn meerdere trends te ontdekken. Zo lijken bands zich bewust van het feit dat ze op een festival spelen. Er zijn speciale festival-sets met veel hits en bepaalde liedjes worden gemeden. Devendra Banhart weigerde een verzoeknummer – „We zijn hier op een festival, man” – wegens een gebrek aan ‘intimiteit’. Nieuwkomer Patrick Watson, uit Canada, logenstrafte die theorie door in diezelfde tent zijn hartveroverende set af te sluiten met een op de rand van het podium gespeelde akoestisch versie van zijn liedje Man Under The Sea. De drummer tikte op de grond en de band stampte voor accenten, terwijl Watson het liedje tussen zijn handen de zaal in toeterde. Patrick Watson (de band heet ook zo) was op de zondag een ontdekking voor velen, toen hij zijn intuïtieve liedjes speelde waarin zijn hoge stem mocht ronddwalen. Watson is een voorbeeld van de stijl die bij een paar acts opviel: de geijkte vorm van het popliedje wordt verlaten voor een onverwachtere route door muzikale ideeën. Zo deed My Brightest Diamond het ook, waarbij zangeres Shara Worden haar hoog meanderende uithalen omkleedde met mooi jankende slideguitar.

Ook de grote verrassing van het festival liet zich niet betrappen op ‘pop-structuren’. Deze band verraste des te meer omdat er tevoren weinig rumoer over was, en de bandleden veteranen zijn. Dus werd The Good, The Bad & The Queen de sensatie die niemand verwacht had. De muziek van zanger/pianist Damon Albarn (bekend van Blur en Gorillaz), bassist Paul Simonon (van The Clash), gitarist Simon Tong (The Verve) en meesterdrummer Tony Allen (Fela Kuti) laat zich in geen genre vangen. Discipline was de voornaamste eigenschap: hier waren negen muzikanten (ook nog een keyboardspeler en vier strijkers) aan het werk, maar niemand voerde de boventoon. Gekleed als doodgraver (Abarn) en als gangster (Simonon), belicht in goudgeel, tegen een achtergrondtekening van Victoriaans Londen waren hun liedjes als de klankverbeelding van een stad: met de laag rommelende basgitaar van Simonon als de ondergrondse, de strijkers als windvlagen, en de keyboarduithalen als piepende wielen van het verkeer. Dit alles werd gedirigeerd door het naïeve spel van Tony Allen en aangezwengeld door de soms meer stamelende dan zingende Damon Albarn. Onnavolgbaar cool waren de bewegingen van Paul Simonon die zijn basgitaar – zonder riem – afwisselend vasthield als geweer of een bevallige danspartner. En muzikaal zat de magie in de suggestie van dub, reggae en vaudeville die ontstond, zonder dat die stijlen daadwerkelijk werden ingevuld.

Na deze muzikale toverlantaarn was het even omschakelen naar de lawaaiige baile funk van de Braziliaanse Bonde Do Role, waar sambaritmes en grappige samples (Grease) charmant hun werk doen. Zaterdag gaf de Brits Srilankeese zangeres M.I.A. háár versie van baile funk met een optreden dat ambivalent stemde: verheffend om de combinatie van straatritmes en rauwe elektronica en M.I.A. die haar opruiende woordbrouwsels laat knetteren. Maar de uitvoering, met alleen een dj en een vrouwelijke sidekick die mooi kon dansen en zingen, was mager.

Ook militant was het optreden van de raprevue van de Nederlanders Salah edin, Typhoon, Winne en Brit Bang Bang, waarbij het publiek werd opgeroepen te salueren als ‘soldaat’, opgejuind door Kubus’ straffe elektronische beats.

In het genre van opgewekte gitaarrock mocht het nieuwe Britse trio The Enemy laten horen dat de liedjes van hun pas verschenen debuut-cd verwijzen naar het roemrijke Britpop-verleden (The Jam) en uitstekend geschikt zijn om op zondagochtend de oren mee door te blazen. De jonge Schotten van The View maakten hun reputatie van ontvlambaar waar met opgewonden rockliedjes die het leven van de tienerjongen in enkele zinnen neerzetten („got the same jeans on for four days now”).

Terwijl op zaterdagavond een bijbelse uittocht op gang kwam in de richting van de Alpha-tent waar Kaiser Chiefs nog eens hun vernuftige publiedjes mochten uitvoeren, speelde het Newyorkse Interpol een stemmig optreden, waarbij ze de kelders van het onderbewuste lieten galmen en zanger Paul Banks houvast bood met zijn strak gesneden zangstijl.

Het eerste live-optreden in ons land van UNKLE, zondagmiddag, ontbeerde een duidelijke voorman. Dat werd goedgemaakte door de muziek, uitgevoerd door acht bandleden, die raast als een woestijnstorm: dreigend, striemend maar warm. Ondertussen speelde Nine Inch Nails een set die behalve gotische elektrorock ook zachtaardige transparantie kende, en gaven The Kings Of Leon een ‘greatest hits’-optreden. De vier broers uit Tennessee, die onlangs hun snorren afschoren en de drugs afzworen, speelden hun in Amerikaanse blues gewortelde rockliedjes spetterender en feller dan ooit.

Als het rijke aanbod van Lowlands 2007 een dwarsdoorsnede is van de alternatieve popmuziek van dit moment, kunnen we concluderen dat de muziek er gezond voor staat. Fysiek, mentaal én spiritueel.

Lees een verslag van Lowlands University op Zomer, pagina 31.