Het moet echt en zelfgemaakt zijn

Patrick Watson, zondag op Lowlands, mengt Jeff Buckley met klassieke muziek.

„Mijn liedjes hebben geen ‘popvorm’: couplet, refrein. Ik begin met een thema.”

Er zijn zangers die hun woorden uitspugen alsof het kersenpitten zijn. En er zijn zangers die hun stem uit hun mond laten kringelen als sigarettenrook. De Canadese Patrick Watson zingt op deze onnadrukkelijke manier. Alsof zijn stem een geheim is dat hij het liefst voor zichzelf houdt, zo precieus dat het onvermijdelijk Jeff Buckley in herinnering brengt. Het heeft Watson de laatste tijd veel waardering opgeleverd. Hoewel zijn cd Close To Paradise hier nog niet uit is, tourde hij de afgelopen maanden al door Nederland, en staat hij komend weekeinde op Lowlands.

Het is nu maandagavond in Ekko, Utrecht. Watson treedt op met zijn band, die ook Patrick Watson heet. Zijn hoge stem maakt glijvluchten op de muziek van zijn drie bandleden. De drummer, gitarist en bassist spelen losjes hun veelzijdige stijlen: knerpend als Tom Waits, of etherisch uitwaaierend in getwinkel. Watson zelf zit achter een kleine elektrische piano, en masseert de toetsen meer dan dat hij aanslaat. Ondertussen gaat er van alles mis: de microfoon valt om en de monitorboxen doen het niet. Watson springt overeind om iets te repareren en zegt: „Ach ja, het is weer zo’n dag…”

Een paar uur eerder had Watson al geconcludeerd dat dit een pechdag is. In een Ierse Pub om de hoek van Ekko vertelde hij hoe ze de hele reis naar Utrecht in de derde versnelling moesten rijden. „Maar na een jaar op tournee ben je aan dat soort rare omstandigheden gewend. Wij zitten altijd samen in een busje gepropt, of in een hotelkamer. De enige manier om daarmee om te gaan is geduld leren hebben. Dat wordt een manier van leven.” Hij lacht, waarbij zijn ene oog leep samenknijpt. De man die op het podium zo geconcentreerd zingt, blijkt in het dagelijks leven een vrolijke, nerveuze jongen die over zijn woorden struikelt.

De nu 28-jarige Watson studeerde klassieke piano. Pratend over muziek verwijst hij niet naar pophelden, maar naar de klassieke componisten. De structuur van de nummers op zijn cd is op hun werk geïnspireerd. „Mijn liedjes hebben geen ‘popvorm’: couplet, refrein, couplet, oftewel A-B-A. Ik begin met een thema, dat is A, en dan ga ik verder: B-C-D-E-F, soms tot Z. Aan het eind kom ik nog eens terug bij A. Of niet. Die vorm van componeren heb ik van de oude componisten geleerd, van Debussy, Satie en Liszt.”

Hij kwam op het idee door de samenwerking met een fotografe. „Toen ik een jaar of twintig was, zou ik muziek maken bij haar fotoboek. Ik bedacht bij iedere foto een verhaal, een soort korte film, en daar maakte ik de muziek bij. Dat was een ontdekking. Door zo te werken, kwam er ineens veel meer los in mijn hoofd.”

Watson borrelt van muzikale plannen. Hij wil een show maken met visuele effecten, zoals hij onlangs in Montreal uitvoerde, waarbij een serie lampen van het plafond losraakte en rakelings over het hoofd van de muzikanten scheerde. „Dat was pas leuk! Ik hou niet van achtergrondprojecties, het moet zelfgemaakt en echt zijn.” Plannen voor de volgende cd zijn er ook al. Die moet worden opgenomen in Nashville, IJsland en India. „Waarom niet!? Ik wil zoveel mogelijk doen en meemaken. Ik kan het budget voor mijn opnamen besteden aan een dure studio, maar ik kan ook mijn eigen opnameapparatuur meenemen naar een opwindende plek.” Watson zoekt het avontuur. „Als we op tournee zijn en we rijden langs een meer of een rivier, hoe laat het ook is, we gaan altijd even zwemmen. Je moet het leven leuk maken voor jezelf. Met gekke acties.”

En weer doet hij denken aan Jeff Buckley. Om zijn zang, de uiterlijke charme, de muzikale drift en om een niet goed te benoemen broeierige onderstroom. Ook bij Patrick Watson is het gevaar niet ver weg.

Patrick Watson treedt op: 19/8 Lowlands; 15/9 Paradiso, Amsterdam. ‘Close To Paradise’ verschijnt 10 september.