Blijf niet steken in gezever over eeuwenoude verzen

Het is opmerkelijk hoe veel oproer de koran veroorzaakt.

Aan de letterlijke teksten wordt te veel waarde gehecht; daar schieten we niks mee op.

Wij zijn rooms-islamitisch opgevoed. Voor het slapen deden we een schietgebedje naar Mekka. Met Kerst sloten we de avond af met cognac-overgoten Christmaspudding. God zat met wijselijke barmhartigheid op Zijn witte wolk en lachte ons bemoedigend toe.

Op de rooms-katholieke voetbalvereniging en de basisschool van Onze-Lieve-Vrouw waren we de geaccepteerde buitenstaanders. Onze vriendjes deden communie en ondergingen het mysterieuze Heilig Vormsel, wij hadden vrij met het suikerfeest en we gingen, gehuld in twee handdoeken, op kleine bedevaart. Religie was een natuurlijk onderdeel van onze jeugd. In het pittoreske Limburgse dorpje aan de Maas was iedereen godsdienstig en wij, die rare moslims met die mooie zwarte krullen, werden enigszins begrepen en opgenomen.

Na de basisschool gingen we naar de stad. Op het gymnasium was geloven opeens niet vanzelfsprekend meer: nagenoeg iedereen was atheïst. Leerlingen en leraren bevroegen ons. Elk dag een fantastisch woordenspel. We weigerden natuurlijk zomaar te seculariseren en onze jeugd op te geven. We verdedigden onszelf. Ons woord en onze merkwaardige vorm van godsdienst werden al snel voor de enige juiste aangenomen. Zo werden wij voor de dwalenden en de heidenen een religieuze autoriteit. De brave klasgenootjes zagen met ons de machtig zware deur naar de Oriënt op een kiertje gaan. Vanzelfsprekend konden wij op dat moment die deur niet hard in hun gezicht dichtgooien.

We verzonnen dus onze eigen islam, en werden daarbij apologetisch. We benadrukten koranverzen die ons goed uitkwamen tot vervelens toe. Vrouwonderdrukkende verzen plaatsten we in de context van het zevende-eeuwse Arabische schiereiland, of we vergaten ze gewoon. Net zoals christenen toen ze met de midwinterfeesten in aanraking kwamen, of moslims die op elk Indonesisch eiland lokale tradities opnamen in hun godsdienst, maakten we een mal en goten daar ons geloof in. Mohammed werd een heilige maagd: Onze Lieve Man. Amen.

Dat kon niet lang goed gaan. Reizen naar de geboortestad van onze vader, Alexandrië, lieten ons zien dat de islamitische wereld zoals wij die bij elkaar hadden gefantaseerd niet bestond. Het was allemaal net wat strenger en meer op de regels.

11 september kwam. Ons verhaal werd door klasgenootjes niet langer geloofd. Van de ene op de andere dag werden we niet meer voor vol aangezien door zowel moslims als niet-moslims. De misselijkmakende goedpraatverhaaltjes kwamen onszelf nu ook de neus uit. Het was laf geweest, te makkelijk. We besloten er even geen zin meer in te hebben. Er was rust.

In dezelfde tijd kookte de rest van de wereld. Meer dan ooit werd de islam een studieobject. Tekstanalyses verschenen. Marokkaanse reljongeren, kunstenaars, van het Rifgebergte geplukte imams, ja zelfs wiskundedocenten: iedereen had opeens een mening over de islam.

Die mening was bijna altijd gebaseerd op dezelfde teksten: de koran en de hadith. Dat is op zichzelf niet raar: voor moslims is de koran Gods zoon op aarde. Toch wordt aan het belang van de letterlijke koran te veel waarde gehecht. Critici en trouwe gelovigen verengen de islam tot een simpele literatuurstudie. Daaruit zijn maar twee conclusies mogelijk: óf de koran toont aan dat de islam een gewelddadige en onderdrukkende godsdienst is, óf ze bewijst dat de islam superieur en boven kritiek verheven is. De voorwaarden voor een exegetisch welles-nietes steekspel zijn geschapen.

De betogen worden steeds vijandiger en potsierlijker. Binnen de vrijheidslievende VVD gingen dit jaar stemmen op om alleen verspreiding van een gecensureerde koran toe te staan. Geert Wilders wil de Koran zelfs in zijn geheel verbieden. Islamcritici krijgen steeds opnieuw de mogelijkheid voor open doel te scoren. De voorzetten worden gegeven door figuren als Mohammed B., die na zijn misdaad koranteksten achterliet op het lichaam van Theo van Gogh.

Gematigde moslims zijn niet in staat gebleken een betekenisvol antwoord te geven op dit soort fundamentalisten, die zich net als zij beroepen op de koran. In plaats daarvan ontvluchten zij elke vorm van kritiek door krampachtig vol te houden dat de koran geweld afkeurt, en de islam dus vredelievend is.

Het is opmerkelijk hoe droge tekstanalyses zoveel oproer, misverstand en pijn kunnen veroorzaken. Logischerwijs leidt de discussie dan ook tot niets. We zijn sinds de kogel door de moskee ging alweer een half decennium verder, maar het gaat nog steeds over hoofddoekjes en boerka’s. Het schiet zo niet op.

Terwijl het islamdebat verzandde in verhitte tekstanalyses, staken wij de wereldzeeën over op zoek naar avontuur en ademruimte. De één zag in Indonesië dat daar veel van de meest liberale moslims een traditionele achtergrond hebben. Zij zijn hierdoor van jongsaf aan vertrouwd geraakt met het feit dat de islam op uiteenlopende manieren wordt beleefd.

Vergelijk dit eens met fundamentalistische moslimintellectuelen in Indonesië. Die hebben vaak een moderne achtergrond. Ze maken pas tijdens hun studie aan seculiere universiteiten grondig kennis met de islam. Dat gebeurt veelal via radicale organisaties, gefinancierd vanuit Arabische landen. Die bieden niet alleen een sociaal netwerk, maar ook een simplistische versie van de islam, waarin goed makkelijk van kwaad te onderscheiden is.

Tegelijkertijd bevond de ander zich in de VS, waar hij ervoer dat religie veel meer dan in Europa geaccepteerd wordt in het publieke domein. Terwijl immigranten in de VS ontdekken dat religiositeit hun kansen bevordert, worden zij in Europa juist gezien als een dubbel probleem. Ze zijn niet alleen arm, maar ook nog eens religieus. Dat kan de integratie alleen nog maar méér belemmeren, is hier de gedachte.

De Europese oplossing, de heilige secularisering, interpreteert men hier nog altijd als het radicaal verbannen van religie naar de huiskamers. Het is daardoor niet mogelijk een grondig publiek debat te voeren over hoe een religie beleefd wordt: dat is immers een privézaak. Dat mag dan zo zijn, maar die privézaak verklaart wél waarom de ene moslim radicaliseert en de andere niet. Tekstanalyse alléén schiet daarin tekort: beiden lezen immers dezelfde Koran.

Inmiddels zijn we beiden weer terug in Nederland, waar het islamdebat nog altijd stokt. Het gebrek aan vooruitgang begint ons te vervelen en te verontrusten. Er hangt te veel van af om te blijven steken in gezever over eeuwenoude verzen.

Want bijna iedereen verliest in een strijd tussen moslimfundamentalisten en islamcritici, die allemaal uitsluitend uit de koran citeren om hun gelijk te halen. De gemiddelde Nederlander ontwaart een angstaanjagend zwart-wit beeld van de islam. Gematigde en liberale moslims raken vervreemd en onttrekken zich aan de discussies. Alleen de terrorist is tevreden, omdat hij op zijn mooie bruine ogen wordt geloofd wanneer hij volhoudt zuiver volgens de koran te handelen. En dat terwijl ook hij de koran vrijelijk interpreteert.

Zowel moslims als bezorgde westerse intellectuelen dienen een begin te maken met het ontheiligen van de tekst in het debat, om zo tot een constructieve dialoog te komen. Het is hoog tijd dat we pluralisme en kleurverschillen onderkennen en aanmoedigen. Dat vereist ook een minder geforceerde houding tegenover religie in de publieke ruimte.

Moslims moeten ervoor waken dat hun religie het slachtoffer wordt van een vervlakkende globalisering. Dat we overal op de wereld dezelfde smakeloze hamburgers kunnen verorberen, is al erg genoeg. Om op dezelfde manier de islam uit te leveren aan enkele met oliedollars gefinancierde, fundamentalistische stromingen is triest en zelfs gevaarlijk. Moslims: koester de diversiteit binnen uw religie. Critici zouden er op hun beurt verstandig aan doen radicalen te wijzen op de verschillen binnen de islam, in plaats van steeds weer te hameren op de zogenaamd onoverbrugbare verschillen tussen de islam en het Westen.

Mocht God bestaan, dan zit Hij er hoogstwaarschijnlijk niet op te wachten dat Hij louter via Zijn eigen tekst aangevallen of aanbeden wordt. Hij had de mens toch wat creatiever neergezet. Die tekst zal namelijk voor iedereen verschillend blijven. Daarom konden wij ons rooms-islamitische geloof prima verkopen. Onze godsdienstbeleving was natuurlijk een curiositeit, maar ze was even authentiek als dat van moslims in Jakarta, Washington of Amsterdam. Ze was even oprecht als dat van liberale, extremistische of orthodoxe geloofsgenoten. Geen enkel geschrift heeft betekenis in een vacuüm. Als moslims hun geloof alleen met de tekst beleven en blijven verdedigen, zijn ze verloren; als criticasters religie alleen op de tekst aanvallen, zal er niets veranderen.

Timor El-Dardiry (1983) studeerde Internationale Economie en Internationale Betrekkingen in Maastricht en Washington DC. Hij woont en werkt in Maastricht; Ramy El-Dardiry (1985) is master student technische natuurkunde aan de Universiteit Twente. Hij bracht tijdens zijn studie enkele maanden door bij het Jaringan Islam Liberal in Jakarta.

Bovenstaande tekst is ingekort. De volledige versie staat op nrc.nl/opinie