De zoektocht naar de ultieme ‘Google-killer’

Duitsland mag een eigen Google financieren. Frankrijk wil hetzelfde. De echte Google-killer komt niet van politieke initiatieven, maar van kleine bedrijven met een slim idee.

Geen Quaestro of Theseus, maar eerder Hakia, ChaCha of Wikia. Zo heet mogelijk de nieuwe Google. Duitsland en Frankrijk investeren miljoenen in eigen zoekmachines, maar de bedreiging voor Google komt van kleine internetbedrijven met een goed idee.

Durfinvesteerders geloven in hun zoektocht naar de opvolger van Google. Zij staken de afgelopen drie jaar meer dan 250 miljoen euro in tientallen startups die zoekmachines ontwikkelen. Hun zoekrobots moeten beter begrijpen wat gebruikers zoeken op het web. „Alle initiatieven richten zich op de achilleshiel van Google”, zegt de Nederlandse internetdeskundige Henk van Ess. „Google kent geen betekenis toe aan zoekresultaten. Het weet niet wat het voorschotelt.” Van Ess maakt onder meer Voelspriet.nl, een website over zoekmachines.

Google is al jaren marktleider in Nederland. Volgens het Nijmeegse bureau Checkit is het voor 94 procent van de Nederlandse webgebruikers de favoriete zoekmachine. Ilse, Microsoft’s Live Search en Yahoo halen enkele procenten. Wereldwijd heeft Google een marktaandeel van 62 procent, aldus onderzoeksbureau Nielsen/Netratings. Yahoo heeft 12 procent, Microsoft 4 procent. Moet de internetgebruiker zich neerleggen bij die suprematie? En alleen vinden wat Google vindt dat hij mag vinden? Of staan alternatieve zoekmachines te trappelen om de koppositie over te nemen?

Zo’n ‘Google-killer’ komt in ieder geval niet van Franse of Duitse politici, denkt Henk van Ess. Hoe graag Jacques Chirac dat ook had gewild. Bij zijn afscheid als president zou hij Frankrijk een monument nalaten. Chirac zou Frankrijk het Europese antwoord geven op Google.

Quaestro, zo heette de EuroGoogle, Latijn voor ‘ik zoek’. Apetrots kondigde Chirac ‘zijn’ zoekmachine aan in april 2005. Franse en Duitse bedrijven en universiteiten zouden gezamenlijk een zoekmachine ontwikkelen die niet alleen met tekst, maar ook met beeld en geluid kon zoeken. Maar de financiering haperde en Franse en Duitse deelnemers kregen ruzie. Duitsland begon in januari 2007 voor zichzelf onder de naam Theseus. Drie weken geleden maakte de Europese Commissie bekend dat de Duitse regering 120 miljoen euro steun mag geven aan de bouw van een Duitse zoekmachine. De Franse regering onderhandelt nog over een subsidie van 90 miljoen.

„Zoveel geld verbrandt Google in een kwartaal voor nieuwe ideeën”, zegt Henk van Ess. „Als je echt beter wilt zijn, is dat bedrag een schijntje.” Hij wantrouwt de motivatie van de Fransen. „Hun gedachte is dat Google te belangrijk is, dat de Franse cultuur ondersneeuwt. Maar je moet vooral bezig zijn met een goede zoekmachine. Met het antwoordenlijstje.” De Financial Times noemde Quaestro een „openlijk geval van misleidend en onnodig nationalisme”.

De Google-killer komt eerder van programmeurs met een passie, denkt Van Ess. „Ik zie de komende maanden heel wat horzels rond Google vliegen.” Hij verwacht veel van slimme zoekmachines die beter begrijpen wat gebruikers willen dan Google. Van Ess ziet vier soorten zoekmachines die de Amerikaanse marktleider van de troon kunnen stoten. (zie kader).

Maar ook Google zelf kan dat doen. „Als Google zijn geloofwaardigheid verliest”, zegt Van Ess, „is het zijn eigen grootste gevaar”. De kritiek op Google neemt toe. Privacy is een gevoelig punt, evenals het gemak waarmee Google (op verzoek van totalitaire regimes) kritische informatie uit zijn databases haalt.

Ook klagen gebruikers over de gesponsorde links die Google naast de zoekresultaten toont. Van Ess: „Nu staan daar nog de beste links bovenaan, maar binnenkort staat altijd de hoogste bieder op de belangrijkste plek.”

Van Ess ziet een kentering in de manier waarop mensen naar Google kijken. „Vroeger sprak je over die coole zoekmachine die je had gevonden. Tegenwoordig verschijnen steeds meer anti-Google-websites.”

Verwacht Van Ess nog concurrentie van Yahoo en Microsoft? „De strijd is gigantisch. Google is dan wel marktleider, maar toch loont het de moeite om ook te zoeken met Yahoo en Live. Zij vormen een goede aanvulling.” Google vindt, maar er is meer.

Alle genoemde websites en meer links over zoekmachines staan op nrc.nl/media.