Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Kranten

De krant antwoordt

Hoeveel aandacht verdient een politicus die erop uit is zoveel mogelijk aandacht te trekken, en die zelfs voor een belangrijk deel leeft van het licht van de publiciteit? Moeten we dan soms niet het lichtknopje omdraaien?

Provocerende uitspraken van een politicus zoals die van Wilders over het vermeend fascistische karakter van de Koran, en de wenselijkheid van een verbod op dat boek, zijn nieuws, dat staat voor ons voorop. Maar de provocatie wordt natuurlijk ook weer versterkt door de berichtgeving.

Dat is een van de dilemma’s van de journalistiek, zeker in het telkens opnieuw aangejaagde rumoer over de islam. Negeren of bagatelliseren van populistische of zelfs ‘abjecte’ meningen, zoals de oproep van Wilders in ons commentaar is genoemd, wekt tegenwoordig al snel de indruk van politiek-correcte censuur. Aan de andere kant, er zijn ook overwegingen van kwaliteit, maatvoering en goede smaak waarop onze krant zich laat voorstaan.

Het is een dilemma dat een krant nooit helemaal kan oplossen. Verslag doen van zijn uitlatingen betekent in zekere zin Wilders’ spel meespelen. Maar dat is, in het nieuws, onvermijdelijk: de lezer dient te worden geïnformeerd. Zulke uitlatingen afdrukken op onze Opiniepagina is gelukkig niet onvermijdelijk.

Wat de lezer niet weet: het artikel van Wilders was eerder aangeboden aan de Opinieredactie van deze krant, en door de redactie geweigerd. De reden daarvoor was niet zijn opvatting over de islam, maar de onbehouwen toonzetting en vooral de gebrekkige (of beter: afwezige) onderbouwing van de beweringen van het Kamerlid. Het bevatte niet bepaald een interessante analyse van de veronderstelde fascistische kant van de Koran, gaf zich geen enkele rekenschap van de constitutionele complicaties van het eigen standpunt, en ook de parallellie tussen het religieuze boek en Mein Kampf was, laten we zeggen, matig uitgewerkt.

Over de keuze van onze Opinieredactie is discussie geweest ter redactie, maar ik kan me er goed in vinden. Een opiniepagina is een platform voor zinnige, originele en prikkelende meningen, geen propagandamuur.

Het gaat hier ook om een impliciete afspraak met de lezer: publicatie op de Opiniepagina betekent ten minste een marginaal kwaliteitsstempel, namelijk dat de krant het desbetreffende stuk een beredeneerde en waardevolle bijdrage aan de maatschappelijke discussie vindt (al hoeft de redactie het met het standpunt van de auteur natuurlijk niet eens te zijn). Die toets der kritiek kon dit stuk niet doorstaan.

Dat wil niet zeggen dat het stuk van Wilders geen nieuws was: zo’n woeste aanval op de kern van de religie van een miljoen Nederlanders had zelfs hij niet eerder gedaan. Ook onze Opinieredactie zag dat natuurlijk wel in, maar toen de auteur begreep dat wij zijn pamflettistische stuk niet geschikt vonden voor publicatie trok hij het terug, wilde er niets meer over zeggen en bood het per kerende post aan de Volkskrant aan, die het als ‘ingezonden brief’ plaatste (en in één adem door de geestelijke gezondheid van de auteur in twijfel trok). Wij hebben er geen spijt van dat Wilders’ oproep niet op onze opiniepagina’s voor het nageslacht is vastgelegd.

Het nieuws hebben wij vervolgens wél prominent gebracht, en ook dat vind ik terecht. Wilders is immers geen individuele burger of vrijgestelde ‘opiniemaker’, maar een volksvertegenwoordiger en leider van een partij met negen zetels in de Tweede Kamer. Oproepen tot een verbod op de Koran – een rechtstreekse aanval op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en drukpers – is in die zin ernstiger dan, bijvoorbeeld, nog eens afgeven op de burqa, gescheiden zwemmen of Arabische foldertjes in het postkantoor. De lauwe reactie van sommige politici dat het voorstel van Wilders geen aandacht verdient omdat het toch „onhaalbaar” is, mist dan ook het punt. Naast het nieuws hebben wij de uitspraken van Wilders in de context geplaatst van zijn politieke radicalisering, in een prima achtergrondstuk van twee van onze Haagse redacteuren.

Zo hebben wij denk ik voldaan aan onze informatieplicht ten opzichte van de lezer, maar zonder het eigen opiniepodium vrij te maken voor een ondermaats en anticonstitutioneel stuk.

Sjoerd de Jong

plaatsvervangend hoofdredacteur