Mark Rutte bezoekt ‘subsidietrog’ Curaçao

VVD-leider Mark Rutte bezoekt Curaçao, waar hij een rol speelt in een toneelstuk. Tijdens een debat lopen de gemoederen hoog op. „We zijn blij dat de VVD niet in de regering zit.”

Willemstad, 8 aug. - Iedereen zegt hem dat hij zich eerst twee jaar in het eiland moet verdiepen voordat hij er iets van snapt, maar volgens Mark Rutte kan de oplossing voor Curaçao niet moeilijk zijn. De VVD-leider is een week op het eiland om een rol te vertolken in het door collega-Kamerlid John Leerdam (PvdA) geregisseerde toneelstuk Changá!

Gisteravond was hij te gast bij een debat over Antilliaanse jongeren op de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA). In de stampvolle aula liep de temperatuur snel op; met zijn uitspraken over het „terugdumpen van Antilliaanse jongeren” heeft Rutte zich niet populair gemaakt op Curaçao.

Bij de UNA deed hij er nog een schepje bovenop. De VVD zal tegen sanering door Nederland van de Antilliaanse staatschuld van 2,4 miljard euro stemmen, tenzij de door oud-minister Rita Verdonk (VVD) voorgestelde terugkeer en uitzettingsregeling voor Antilliaanse jongeren alsnog wordt aangenomen.

„Pure chantage”, reageert een man met een rood overhemd, de op het eiland bekende huisarts Rob Spong. „Als Nederland met al zijn geld en knappe koppen de problemen met Antilliaanse jongeren niet kan oplossen, hoe kan dat dan wel op het arme Curaçao?”

Het door de Raad van State gekraakte wetsvoorstel, waarmee Nederland het recht zou krijgen om Antilliaanse jongeren tussen 18 en 24 jaar die geen baan hebben of opleiding volgen na drie maanden terug te sturen naar de Antillen, werd in de laatste dagen van het kabinet-Balkenende III doorgestuurd naar de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel werd vervolgens een maand later ingetrokken door het kabinet-Balkenende IV.

Rutte is van de kritiek niet onder de indruk. Medepanellid Omayra Leeflang, de Antilliaanse minister van Onderwijs, ook niet. „We zijn blij dat de VVD niet in de regering zit, daarom is het standpunt van die partij over de schuldsanering ook niet relevant”, houdt ze de zaal voor.

Maar de toegestroomde eilandbewoners zijn er nog niet klaar mee. In plaats van Rutte te vragen wat de VVD dan wel voor hen kan betekenen, ventileren ze hun frustratie over de verhoudingen tussen Nederland en Curaçao. De VVD-leider gaat ermee om alsof hij op verkiezingscampagne is, biedt een luisterend oor, inventariseert de problemen en vraagt het publiek om met concrete voorstellen voor verbetering te komen.

Een dame van de hotelorganisatie CHATA wil van het panel weten wat ze moet doen om arbeidskrachten voor in aanbouw zijnde hotels te vinden. „Nou”, zegt minister Leeflang, „ik heb nog wel een potje van drie ton van OCW, daar kan ik wel een regeling voor maken waar u dan voor in aanmerking kan komen.”

Naast haar trekt Rutte een vies gezicht. Hij stelt de dame voor om direct naar de uitkeringsinstantie op het eiland te gaan en daar namen op te vragen van werkloze jongeren, zodat die zo snel mogelijk kunnen worden opgeleid.„Brrrrr, dat was het ergste moment van de avond”, zegt hij later, „we moeten echt voorkomen dat mensen aan die subsidietrog blijven hangen.”

Volgens Rutte hoeft het op Curaçao allemaal niet zo moeilijk te zijn. De economische toekomst ziet er goed uit, „op papier”. Hotels schieten als paddestoelen uit de grond, „ieder hotelbed dat je erbij zet wordt verhuurd”. Dat Nederlandse ondernemers zich met dergelijke teksten al sinds de tijden van de West Indische Compagnie stukbijten op de kale rots Curaçao, lijkt aan de historicus Rutte niet besteed.

Het ergste wat er nu kan gebeuren, vindt hij, is dat de stijgende werkgelegenheid wordt ingenomen door uit het buitenland geïmporteerde arbeidskrachten, terwijl de enorme jeugdwerkloosheid overeind blijft. Dat het Curaçaose arbeidsethos wellicht een speciale aanpak vergt is de VVD-leider een brug te ver. „Daar kan ik niets mee, dat zou betekenen dat de problemen haast onoplosbaar zijn en we moeten juist met snelle antwoorden komen.”