De verbouwing

Rosa, maker van tentoonstellingen en publiciste, woont al twintig jaar aan een mooie laan in Amsterdam Oud-Zuid. Rosa, niet haar echte naam, was er twintig jaar gelukkig, tot het pand in oktober 2005 werd gekocht door nieuwe eigenaars. Ze wilden het pand gaan verbouwen en maakten haar snel duidelijk dat ze Rosa weg wilden hebben.

Vanaf maart 2006 werd de fundering van het pand vernieuwd, de eerste verdieping verbouwd en in december verkocht voor drie ton. Volgens Rosa was die verbouwing door een Turkse aannemer een catastrofe. Ze loopt door het huis en laat me de gaten zien, waar de bouwvakkers dwars door de muren bij haar naar binnen boorden. Ze hadden de benedenpui eruit gesloopt en de bewoners zaten een paar weken zonder voordeur, zonder bel en een deel van de trap. De buren belden de bouw- en woningdienst, maar niemand wilde komen. De buren hadden wekenlang overstromingen en lekkages door een fout aangelegde CV-installatie.

In maart vond de eigenaar een sociale huurwoning voor Rosa, van een andere eigenaar. Die zou hij voor haar renoveren. Rosa ging akkoord op voorwaarde dat zij inspraak kreeg. Een bevriende architect maakte bouwtekeningen. Ze maakte afspraken met de nieuwe huisbaas.

Vanaf dat moment ging het mis. De aannemer bleek diezelfde Turk. Hij bleek helemaal geen bouwtekeningen te kunnen lezen, kwam zijn afspraken niet na en maakte gebruik van dramatisch amateuristische bouwvakkers.

Rosa vertrouwde de zaak niet en belde op 17 april met de bouw- en woningdienst. Ze vroeg om een inspecteur en kreeg te horen dat de inspectie daar niet aan kon beginnen, zo lang er nog geen klachten waren.

Nadat de laminaatvloer was gelegd en weer verwijderd, bleek dat de bouwvakkers geen ondervloer hadden gelegd, maar 1 millimeter dik verpakkingsfoam en platgeslagen verpakkingdozen van Ikea hadden gebruikt. De contactdozen waren op verkeerde plekken aangelegd. De douchecabine bleek niet in de badkamer te passen, de koelkast niet in de keuken, de inductiekookplaat was niet onder de afzuigkap geplaatst.

Kort daarna kreeg Rosa een telefoontje van haar huisbaas: ‘Morgen is alles klaar!’

Rosa eiste dat een andere aannemer de woning zou afmaken. Ze liet voor eigen rekening een elektricien komen die hoofdschuddend rondliep. Hij constateerde tal van gebreken, zoals een ventilator die pal boven de douche hing. ‘Dat mag allemaal niet. Levensgevaarlijk.’

De elektricien waarschuwde de bouw- en woningdienst. Maar de dienst gaf de melding niet door aan Oud-Zuid.

Vanaf april was Rosa bezig om een keuring van ‘de instanties’ te krijgen. Ze belde met de brandweer en energieleverancier Nuon. Die wilden niet komen. Ze meldde de gang van zaken bij het huurteam (Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag). Die bleken niet genoeg kennis te hebben om de gebreken formeel vast te stellen. Of ze het rapport van de elektricien wilde mailen. Als ze geluk had, zou er een onderzoek komen. Rosa belde op 30 mei met de Ombudsman. Die vertelde haar dat zij niet kon verhuizen naar een onveilige woning. Maar dat alles wat zij ondernam minstens vier weken zou duren. Ze moest het aan het huurteam melden.

Rosa belde weer met het huurteam en hoorde dat ze met Bouw- en Woningtoezicht moest bellen. Op 5 juni belde Rosa opnieuw met de Bouw- en Woningdienst in Oud-Zuid. De inspecteur vertelde haar dat het om een niet-vergunningplichtige verbouwing ging en dat de dienst die alleen steekproefsgewijs onderzocht: ‘Wat doet het huurteam hieraan?’

Maar deze inspecteur vroeg Rosa wel hem de keuringsrapporten en foto’s te sturen, dan zou hij er naar kijken. Op die dag bezocht Rosa het inloopspreekuur van de Ombudsman. Heren ditmaal. Zij zouden het huurteam en Bouw- en Woningtoezicht bellen. Op donderdagmorgen 7 juni belde de inspecteur van Bouw- en Woningtoezicht Rosa om te vertellen dat hij na overleg met de elektricien de nieuwe eigenaar had gesommeerd om de gebreken te verhelpen.

Op dat moment had Rosa al een installatiebureau (loodgietersbedrijf) gevraagd voor een keuring. Een greep uit zijn rapport. Behalve de ondeugdelijke elektrische installatie constateerde de loodgieter dat er geen rookgasafvoer van de CV-ketel was aangelegd, dat de afvoer in een buitenkast eindigde waar ook de invoer zat. Dat er in de keuken geen waterkraan en afvoer waren aangelegd, en er geen gat in het aanrechtblad was gemaakt om die kraan te maken. Dat de waterleiding was gemaakt van ijzeren pijpen in plaats van koperen. Dat het toilet met een slang was aangesloten en geen stopkraan had. Later werd ook nog geconstateerd dat er een gaslek was. De bouwvakkers hadden gewoon een schroef in de gasleiding gedraaid. De loodgieters sloegen meteen alarm en belden ter plekke Bouw- en Woningtoezicht. Dezelfde inspecteur kwam snel kijken en constateerde dat de verbouwing schandalig was en de woning levensgevaarlijk en onbewoonbaar.

Tijdens ons gesprek belt Rosa’s huidige huisbaas via de gsm. Rosa: ‘Hij is woedend en zei: Wat denkt die loodgieter wel! Deze Turkse aannemer heeft drie panden voor mij opgeknapt en die zijn allemaal door de bouw- en woningdienst goed gekeurd.’

Begin juli was Rosa nog steeds niet verhuisd. Er waren nieuwe bouwvakkers gekomen. De rookgasafvoer was nog niet aangelegd. De beschadigde kookplaat moest nog vervangen worden, de afzuigkap was fout gemonteerd, net als de mengkraan. De wanhoop groeit, de stemming wordt steeds grimmiger, schreef ze toen.

Op 10 juli bleek dat haar huisbaas bijna al haar eisen had ingewilligd. Rosa zal binnenkort naar haar nieuwe huis verhuizen.‘Ik geloof het pas op het moment dat ik er echt zit en er een nacht heb geslapen.‘