Boodschapper onthoofd

Voor de genuanceerde opvattingen van Theo de Rooij, directeur van de wielerploeg van Rabobank, is na de affaire-Rasmussen geen plaats meer.

Theo de Rooij. Foto Cor Vos Montpellier -Tour de France 2005 -wielrennen-cycling-cyclisme - 13e etappe - Miramas-Montpellier - Theo de Rooij (Rabobank) - foto Cor Vos ©2005
Theo de Rooij. Foto Cor Vos Montpellier -Tour de France 2005 -wielrennen-cycling-cyclisme - 13e etappe - Miramas-Montpellier - Theo de Rooij (Rabobank) - foto Cor Vos ©2005 Vos, Cor

Ward op den Brouw

Op momenten dat Theo de Rooij onzeker was over de toekomst, kon je iets van paniek in zijn ogen lezen. Zoals op die natte winterdag in de eerste week van januari, bij het Nederland kampioenschap veldrijden in Woerden. Terwijl in de modder supertalent Lars Boom (Rabobank) de rest van het deelnemersveld devalueerde, vertelde de nu 50-jarige De Rooij dat hij hoopte dat Rabobank zou doorgaan met de sponsoring van zijn wielerploeg.

De toekomst was onzeker, vooral door een grote dopingzaak die voor de Tour van 2006 de kop opstak: Operacion Puerto, de Spaanse affaire die ertoe leidde dat de favorieten Jan Ullrich en Ivan Basso niet mochten starten in de Tour – die werd gewonnen door Floyd Landis, de Amerikaan die vervolgens op doping werd betrapt.

Maar al een paar dagen nadat De Rooij in Woerden met zijn voeten in de modder had gestaan, kwam het goede nieuws: Rabobank zou zijn sponsorcontract verlengen tot en met 2012. De sponsor was vastberaden het wielrennen in woelige jaren te ondersteunen.

En woelig werd het. In Tignes, in een schitterend Alpendecor, veroverde de Deense Raborenner Michael Rasmussen op zondag 15 juli de gele trui. Daarmee tekende hij achteraf gezien niet alleen zijn eigen sportieve doodvonnis, maar ook dat van De Rooij. Al snel staken geruchten de kop op dat Rasmussen doping zou gebruiken, en nog diezelfde week werd bekend dat de Deen in de aanloop naar de Tour out-of-competition-dopingcontroles had gemist. En maakte de Deense wielerbond bekend dat Rasmussen voor de Tour te horen had gekregen dat hij om die reden niet mee mocht doen aan het WK, komend najaar in Stuttgart, en aan de Zomerspelen van 2008.

Vervolgens werd het de leiding van de wielerploeg van Rabobank kwalijk genomen dat ze Rasmussen in de Tour hadden laten starten. Intussen groeide Rasmussen, dankzij voorbeeldig werk van knechten als Michael Boogerd, Tourdebutant Thomas Dekker en tempobeul Pieter Weening, steeds meer uit tot de favoriet voor de eindzege. In Briançon kreeg hij op het erepodium felicitaties en een schouderklopje van de Franse president Nicolas Sarkozy. En Denemarken verheugde zich in een nieuwe Tourwinnaar, enkele maanden nadat Bjarne Riis had bekend dat hij de Tourzege van 1996 te danken had aan doping.

Toen de Tourdirectie in de slotweek van de Ronde van Frankrijk duidelijk maakte dat Rasmussen geen fraaie winnaar van de Tour zou zijn, kwam Rabobank in actie. Om het imago van de bank te redden, moest de ploeg – lees directeur De Rooij – zich ontdoen van de besmette geletruidrager, uitgerekend op de dag dat hij op de Aubisque de koninginnerit had gewonnen. Bij de bekendmaking van Rasmussens verwijdering uit de Tour had De Rooij weer die paniekerige blik in zijn ogen. Rasmussen had blijkbaar gelogen over zijn verblijfplaats voor de Tour, en dat kostte hem de kop.

Gisteravond werd de boodschapper onthoofd, ook op verzoek van grote kranten als De Telegraaf en het AD. Voor de man die in de dopingdiscussie de gulden middenweg bewandelde, tussen de op dopinggebied streng orthodoxe Franse en Duitse ploegen enerzijds en de laconieke Spanjaarden en Italianen anderzijds, is geen plaats meer. Hij was misschien te eerlijk en te oprecht voor het vaak hypocriete wielermilieu.

Op de vraag of hij nu met vakantie zou gaan, zei De Rooij gisteren: „Zo kort na de Tour zou ik niet weten wat vakantie is.” Jaren geleden liet hij weten dat hij na zijn wielercarrière met z’n echtgenote Marian een bed & breakfast wilde beginnen, in Frankrijk of Italië.

Als wielrenner reed De Rooij de Tour de France acht keer. Zijn eerste in 1981, zijn laatste in ’89. Slechts één keer haalde hij als renner Parijs niet. „De Tour, als renner, dat is de ontdekking van jezelf”, zei De Rooij in 2001 in een vraaggesprek in deze krant. „De eerste keer dat ik de Tour reed, dat was met niks te vergelijken. Dat gevoel heb ik nog wel eens, dat je deel uitmaakt van een veestapel. Als een kudde word je elke dag bij elkaar gedreven en naar de volgende plaats gestuurd. (...) Alles in de Tour is beter geworden, maar het blijft een veestapel.” Niet alleen het wielrennen, vooral de Tour, dat was De Rooijs leven.

Sinds hij in 2004 de leiding van de ploeg had overgenomen van Jan Raas en Erik Breukink hem was opgevolgd als ploegleider, overzag De Rooij het strijdperk, en de veestapel, van een grotere afstand. De afstand die hij en zijn adjudanten in het voorjaar van Michael Rasmussen hadden genomen, werd hem uiteindelijk fataal.