Urgenda – maak van Nederland een duurzame proeftuin

Nederland moet de komende vijftig jaar ingrijpender veranderen dan de afgelopen vijfhonderd jaar. Dat vraagt om meer visie dan het kabinet biedt, en om een concreet actieplan: wat moeten we over een jaar gedaan hebben, wat over tien jaar, en wat over veertig jaar. Een agenda voor de toekomst, door dertien mensen (zie kader) die actief en concreet werken aan een duurzamere samenleving.

In het beleidsprogramma ‘Samen werken, samen leven’ van het kabinet-Balkenende IV ontbreekt een heldere visie op de toekomstige inrichting van Nederland. Wat is er voor nodig om in ons land ook op langere termijn goed te kunnen leven, werken, wonen en recreëren?

In het programma ontbreken vergezichten, grote doorbraken en structuurwijzigingen. Dit is een gemiste kans, omdat een betere balans tussen een mooie leefomgeving, een bloeiende economie en prettig sociaal klimaat (dat verstaan wij onder duurzaamheid) als leidraad zou kunnen fungeren voor het kabinetsbeleid.

Daarom heeft een tiental innovatieclubs in Nederland de handen ineengeslagen en een ambitieuze agenda opgesteld vanuit een grote urgentie: een ‘Urgenda’. Het is vijf voor twaalf en er zijn ingrijpende, radicale maatregelen nodig om Nederland op termijn duurzamer te maken.

Nederland is een unieke delta door zijn uitzonderlijk hoge concentratie van mensen en activiteiten, grotendeels onder de zeespiegel op een deels slappe bodem. Dit biedt veel economische voordelen, maar zorgt ook voor een enorme druk op de beschikbare ruimte en een concentratie van problemen: verkeerscongestie, luchtverontreiniging, geluidsoverlast, wateroverlast en verrommeling.

Waar we al moeite genoeg hebben om de huidige problemen te lijf te gaan, vraagt de toekomst om een totaal nieuwe inrichting van ons land.

In 2037 zijn we met een miljoen meer mensen, aanzienlijk meer huizen, 50 procent meer auto’s, drie keer zoveel vliegtuigen en nog minder ruimte. Het wassende water komt aan alle kanten op ons af, van onder, van boven, van achter en van voren. Het veranderende klimaat zal leiden tot regelmatig voorkomende extreem droge en hete zomers zoals in 2003. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de elektriciteitsvoorziening, waterbeheer, drinkwatervoorziening, scheepvaart en de natuur.

Maar ook in sociaal opzicht zal ons land ingrijpend veranderen. In 2037 zal Nederland sterk vergrijsd en verkleurd zijn. Een op de twee Nederlanders zal dan ouder zijn dan 50 jaar, een kwart van de bevolking zal bestaan uit 65-plussers en een derde uit allochtonen.

De zorgbehoefte zal explosief toenemen en Nederlanders zullen in 2037 een derde van hun inkomen aan zorg besteden. Een op de vijf arbeidzame mensen zal in de zorg werken en er zal een enorme krapte op de arbeidsmarkt ontstaan. Dit zal vergaande consequenties hebben voor de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat.

Wij staan voor een enorme fysieke en sociale opgave. Wij zullen nú moeten gaan werken aan een nieuwe inrichting van ons land, waarbij we ons landschap en onze ruimte zo moeten transformeren dat het klimaat- en waterrobuust is, schoon en mooi, toegankelijk en goed bereikbaar. En daarvoor zullen we ons ook anders moeten gaan organiseren in bestuurlijk en sociaal opzicht, om de nieuwe demografische en economische ordening het hoofd te kunnen bieden.

Deze opgave vormt een geweldige uitdaging, vergelijkbaar met die van de inpoldering en drooglegging aan het einde van de Middeleeuwen en met de sociale kwestie aan het einde van de 19de eeuw. We hebben dus eerder voor een enorme opgave gestaan en dat ging steeds gepaard met een grondige herziening van onze maatschappelijke stelsels.

Dat is nu weer aan de orde: van energiebeheer tot watervoorziening, van gezondheidszorg tot sociale zekerheid en van verkeer en vervoer tot ruimtelijke ordening. Deze stelsels moeten grondig op de schop worden genomen en fundamenteel worden vernieuwd. Dit kost echter een à twee generaties en het kan slechts in kleine, maar wel gerichte stappen.

De gecombineerde fysieke en sociale opgave vormt de overgang naar een duurzaam Nederland. Hoe kunnen we ons land zodanig transformeren dat het klimaat- en waterrobuust is, schoon en mooi, veilig en vertrouwd, toegankelijk en goed bereikbaar? Hoe houden we Nederland mooi, uitdagend en leuk om te leven? Met eilanden met duinen voor de kust, met drijvende steden, verbonden met drijvende snelwegen. Met een totaal andere flora en fauna. Met combinaties van wonen, werken en zorg op kleine schaal.

Hoe Nederland er precies uit zal zien weet niemand, maar wel staat vast dat Nederland in de komende vijftig jaar meer zal veranderen dan in de vijfhonderd jaar daarvoor.

Daarom stellen wij voor om van Nederland een duurzaamheidsproeftuin te maken. Nederland moet hierin een voorbeeld worden voor andere landen in de wereld.

Als eerste land ter wereld moet Nederland deze handschoen oppakken en het verduurzamingsproces stevig inzetten. Wij gaan duurzame projecten starten waar de Chinezen en Japanners over dertig jaar naar komen kijken.

Dit vraagt om een schaalsprong in ons denken en een slimme handelingsstrategie. Maar het vraagt ook om een duurzaamheidsbeweging die maatschappelijke druk uitoefent om het transitieproces te continueren.

Wij stellen de volgende stappen voor:

Oprichting van een duurzaamheidsplatform, bestaande uit koplopers uit de samenleving, een combinatie van denkers en doeners.

Hierbij valt te denken aan mensen als Herman Wijffels en Peter Bakker (TNT) in de categorie denkers, en aan Natasja van den Berg (auteur van Praktisch Idealisme) en onderneemster Annemarie Rakhorst als doeners. Dit platform opereert op afstand van de overheid, maar wel onder handbereik. De koplopers moeten het duurzaamheidsgedachtegoed uitdragen en de Nederlandse bevolking gaan inspireren en aanzetten tot actie.

Ontwikkeling van een ambitieuze visie op een duurzaam Nederland.

Dit moet het kompas worden voor het proces van verduurzaming van Nederland. Vertaling van deze visie in kleine stappen maakt de verbinding mogelijk met de belevingswereld van velen die op kleinschalig niveau aan duurzaamheid werken. Bij klimaatverandering kun je denken aan veilig wonen en werken op en aan het water – een drijvende stad, drijvende snelwegen.

Het zoveel mogelijk verbinden van partijen en initiatieven die reeds met projecten en experimenten op het gebied van duurzaamheid bezig zijn.

Alle verbonden partijen en initiatieven vormen samen met het platform de duurzaamheidsbeweging. Van Wereld Natuur Fonds en Innovatieplatform tot De Schone Kleren Campagne; en van boeren die samen uit mest energie voor het hele dorp maken tot universiteiten en ‘toekomstconsultants’ van adviesbureau Visie 21.

Het starten van vijf ‘icoonprojecten’, grootschalige duurzaamheidsexperimenten, zoals een Duurzaam Texel en een Duurzame Delta in Zeeland.

Projecten op redelijk grote schaal met een landelijke uitstraling en een voorbeeldfunctie. Hierdoor wordt het voor veel mensen zichtbaar en tastbaar wat duurzaamheid in de praktijk betekent, ook voor hun eigen dagelijks leven.

Wat betekent de Urgenda voor het huidige kabinetsbeleid? De agenda van het kabinet-Balkenende IV is vooral gericht op de korte termijn, wat ook legitiem is, en minder gericht op hervormingen en structuurwijzigingen op lange termijn. In onze optiek kan de Urgenda gebruikt worden om het kabinetsbeleid te voorzien van een langetermijnoriëntatie. Daarbij moet het kabinet zich wel realiseren dat een transitie naar een duurzamer Nederland zich niet echt laat plannen. In een samenleving van toenemende emancipatie, sterkere identiteitsbeleving en groeiend zelfbewustzijn neemt het zelforganiserend vermogen van de samenleving toe.

Dat is precies de energie waarvan de overgang naar een duurzamer Nederland gebruik wil maken. Het vraagt om nieuwe rollen en werkwijzen van betrokken partijen. Het vraagt ook om nieuwe sturingsvormen tussen markt en maatschappij in.

De overheid moet hier niet regisseur en regelaar zijn, maar degene die ruimte verschaft en verleidt. Non-gouvernementele organisatie (ngo’s) moeten de leiding nemen, de weg wijzen en samenwerken in plaats van uitstralen dat ze ergens tegen zijn.

Omdat nog geen eenduidige richting bestaat voor een duurzaam Nederland, moeten we daar naar op zoek gaan door te experimenteren en daarvan te leren. Balkenende IV kan ruimte bieden aan kleine groepen visionairs uit de samenleving om hun ideeën uit te werken via experimenten. Niet alleen financiële ruimte, maar ook juridische en organisatorische ruimte, door een aantal bestaande belemmeringen (tijdelijk) op te heffen.

Een voorbeeld. Ter stimulering van de fiets en het openbaar vervoer stuitte het plan om op Texel een fietsbus te laten rijden op onwrikbare regels. Daardoor moest het plan worden afgeblazen.

De experimenten kunnen gericht zijn op gedragsverandering (bijvoorbeeld leven op en om het water), cultuurverandering (bijvoorbeeld belonen in plaats van bestraffen bij mobiliteitsbewegingen) en structuurverandering (bijvoorbeeld nieuwe samenwerkingsverbanden tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties en/of burgers).

Succesvolle experimenten – bijvoorbeeld de energieleverende kas of de drijvende stad – kunnen op een grotere schaal en in andere omstandigheden worden toegepast, door tijdig in te spelen op mogelijke barrières, zoals wet- en regelgeving en institutionele weerstand. Deze experimenten worden voorzien van een gemeenschappelijke richting door een macrovisie.

De sleutel zit in het verbinden. Het verbinden van het macroverhaal aan de talloze microverhalen; van de visionaire opgave aan de kleinschalige experimenten; van de veranderingsgezinde regimespelers aan de niche spelers; van de lange termijn aan de korte termijn; en van visie aan actie en daadkracht. Kortom, het verbinden van de onderstroom met de bovenstroom.

De energietransitie is een mooi voorbeeld van een redelijk succesvol overgangsproces, dat al zes jaar geleden is gestart door het ministerie van Economische Zaken. Het gaat hier om een succesvolle samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, ngo’s en de overheid voor een duurzame energiehuishouding in Nederland.

Hiervoor is echter wel nieuw leiderschap nodig, ook van de overheid, zowel inhoudelijk als procesmatig. De overheid is echter niet de aangewezen partij om zo’n overgangsproces te trekken, maar eerder de partij die deze transitie mogelijk maakt. Inhoudelijk leiderschap van de overheid betekent: duidelijker kaders stellen vanuit ambitieuze doelen op langere termijn, helder zijn over wat wel en niet kan, duidelijke grenzen stellen. En procesmatig leiderschap betekent vooral stimuleren en koppelen: het leggen van verbindingen tussen partijen die elkaar nog niet kennen, het vormen van nieuwe coalities en het scheppen van voorwaarden voor een doorbraak van vernieuwende ideeën.

Geen sleurende en trekkende overheid met nieuwe nota’s, regels en plannen, maar een responsieve overheid die verbindt en verleidt, stimuleert en voorwaarden schept, verbindingen legt en barrières opheft.

Met de volgende actiepunten kan Nederland zo snel mogelijk duurzaam worden.

Over één jaar:

is er een duurzaamheidsplatform opgericht op afstand van de overheid;

zijn er twee icoonprojecten gestart met landelijke uitstraling;

is er een nieuw deltaplan klaar om in 2032 klimaat- en waterrobuust te zijn.

Over twee jaar:

zijn vijf icoonprojecten gestart met landelijke uitstraling;

is er een uitdagende, inspirerende toekomstvisie voor Nederland;

wordt 9-9-9 de dag van de duurzaamheid en komen 999 duurzaamheidsinitiatieven bij elkaar om samen van elkaar te leren en elkaar te inspireren.

Over drie jaar:

is in alle sport-, bedrijfs- en overheidskantines het eten duurzaam;

zijn alle campussen van de universiteiten klimaatneutraal;

zijn er in achterstandswijken groepen uit verschillende sectoren (ondernemers, bewoners, scholen) gevormd die samen plannen maken voor de duurzame ontwikkeling van hun wijken.

Over vier jaar:

is er een minister voor Duurzame Ontwikkeling in het volgende kabinet;

doet vijftig procent van alle bedrijven actief aan duurzaam ondernemen;

heeft iedere Nederlander een persoonsgebonden CO2-budget;

is er een duurzame huishoudbeurs.

Over vijf jaar:

zijn er duizend CO2-neutrale straten in Nederland;

zijn er honderd experimenten op het gebied van duurzame, langdurende zorg;

worden alle bedrijventerreinen die niet optimaal gebruikt worden, gesaneerd of opgeknapt;

worden alle investeringen in stedelijke ontwikkeling, mobiliteit en natuur- en waterbeheer integraal benaderd; alle ruimtelijke informatie die daarvoor nodig is wordt op integrale wijze gebruikt;

wordt in de glastuinbouw geen fossiele energie meer verbruikt;

zijn 100.000 huishoudens zelf producent van hun eigen energie door windturbines en zonnepanelen (eventueel in combinatie met duurzame waterstof).

Over tien jaar:

is er een Master Polder Plan dat aan alle polders in Nederland een specifieke bestemming geeft;

zijn alle leaseauto’s duurzaam;

staan er tienduizend windmolens vóór de kust van de Randstad;

zijn alle uitgaansgelegenheden duurzaam qua energieverbruik, materiaalgebruik, eten en drinken;

zijn alle sportscholen duurzaam, in de zin dat zij gebruikmaken van de energie die sporters zelf produceren tijdens het sporten;

zijn er vijfhonderd combinaties van wonen, werken en zorg op kleine schaal;

zijn alle nieuwbouwprojecten duurzaam.

Over vijftien jaar:

ligt de eerste drijvende stad in Nederland waarin tienduizend mensen kunnen wonen;

is intensief ondergronds ruimtegebruik gemeengoed;

is werken in de zorg en onderwijs goed betaald en uitdagend;

verkopen supermarkten alleen nog duurzaam voedsel.

Over twintig jaar:

zijn alle Waddeneilanden getransformeerd tot duurzame eilanden;

zijn alle daken in Nederland duurzaam, wat betekent dat ze functies hebben op het gebied van warmteopslag, waterberging, fijnstofbuffer of energiewinning.

Over 25 jaar:

heeft Nederland de schoonste energievoorziening in Europa;

heeft Nederland het meest geavanceerde openbaarvervoerssysteem in Europa;

wordt alle afval in sectoren zoals voeding, landbouw en industrie gebruikt als secundaire grondstof voor energie, voedsel en/of materialen;

is Nederland goed georganiseerd voor telewerken, ook in de publieke sector.

is Nederland klimaat- en waterrobuust.

Over dertig jaar:

zijn alle bouwbedrijven getransformeerd tot maatschappelijk dienstbare bedrijven die bijdragen aan een duurzaam Nederland;

is het Nederlandse landschap schoon en mooi, contrastrijk en kleurrijk en voelen mensen zich verbonden met het landschap.

Over veertig jaar:

heeft Nederland een CO2-vrije energievoorziening, die robuust, betrouwbaar, leveringszeker en betaalbaar is.