Zakenman in een Mercedes

De Verhalenfabriek leert kinderen hun droom te verwoorden. Als hulp bij het kiezen van een vervolgopleiding.Jacqueline Kuijpers

Op de zeepkist je droom verwoorden. Een project om kinderen te helpen bij de keuze van de vervolgschool. foto jØrgen krielen Jorgen Krielen/Amsterdam, 19-06-2007/ BS de Rietlanden. De verhalenfabriek: kinderen van groep 8 vertellen over wat ze later willen worden (...en over hun "tics", typische eigenschappen die ze wel of niet leuk van zichzelf vinden). onderwijs basisonderwijs Krielen, Jorgen

In de gymzaal van basisschool De Rietlanden in Amsterdam kun je een speld horen vallen. Met hun vuisten onder hun kin, hun ellebogen stevig op de knieën geplant, luisteren de kinderen van groep acht ademloos naar Francine Plaisier, die op een zeepkistje verhaalt over haar vriend Pablo die iedere dag op zijn fiets met een zak zand op zijn rug de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten oversteekt. Francine bewondert Pablo erg, vertelt ze. Omdat hij zo slim is. Elke dag kiepert hij op verzoek van de douanier de zak zand om. En elke dag zit er weer alleen zand in. En mag Pablo – nadat hij het zand weer in de zak heeft geschept – gewoon doorfietsen. Maar op een dag komen de douanier en Pablo elkaar tegen in een café en de douanier zegt: “Hé Pablo, vertel me eens, wat smokkel jij nou toch? Je kunt het me wel zeggen, want ik ben vrij en ik zal het echt tegen niemand vertellen.” Pablo lacht en zegt: “Fietsen.”

Francine Plaisier en haar partner Tim Klein Schiphorst runnen de ‘Verhalenfabriek’. Samen met freelance verhalenvertellers en troubadours geven zij workshops ‘verhalen vertellen’ op basisscholen. Daarbij laten zij de kinderen – in groepjes – aan het woord. Over zichzelf. Op wie ben je trots en waarom? Wat zijn jouw eigenaardigheden? Wat wil jij later worden? De leerlingen gaan op zoek naar hun ‘droom’, die langzamerhand contouren moet krijgen. Die droom vormt daarna, mét de uitslagen van de Citotoets, de motivatie voor hun keus voor een vervolgschool. Deze bewustwording laat het onderwijs nu teveel liggen, vindt Francine Plaisier. “In de klas moeten kinderen vooral luisteren. Hun eigen verhaal komt, zeker in de bovenbouw, nauwelijks aan bod. Daar willen wij tegenwicht aan bieden.”

Francine Plaisier rolde zelf na een carrière in het bedrijfsleven als zij-instromer het basisonderwijs in, maar zag al snel in dat die dagelijkse praktijk niet helemaal bij háár droom paste. “Toen ben ik Juf van Ver Halen geworden die verhalen vertelde in de klas. Scholen konden mij inhuren. Sinds twee jaar geleden komen we ook in bedrijven en organisaties.”

Het aardige is dat de verhalenfabrikanten nu die twee werelden bij elkaar brengen. Als ze bij een bedrijf een workshop geven, leren ze de medewerkers hoe je een verhaal pakkend kunt vertellen, en met die verhalen – bijvoorbeeld de geschiedenis van een bedrijf of wat iemands werk inhoudt – gaan ze naar een basisschool in de buurt. Geen meedogenlozer publiek dan een klas vol kinderen immers.

Op de Rietlanden doet vandaag ook Joost Wijnhoud, eigenaar van een coaching en adviesbureau voor jonge mensen, mee. “Mijn droom was om proftennisser te worden. Ik keek als kind altijd heel graag naar tennis en dan vooral naar het US Open, want daar speelden ze op blauwe banen. Dat vond ik prachtig. Op een dag schreef ik voor mezelf op wanneer ik daar wilde zijn: 1993. En ik ging heel veel oefenen. In 1993 was ik er niet, maar wel in 1992.”

De kinderen klappen enthousiast als ze dit verhaal horen. Een aantal van hen klimt zelf ook op de zeepkist. Een jongen vertelt dat hij zakenman wil worden en in een mooi pak in een zwarte Mercedes Benz wil rijden. Een ander vertelt dat hij trots is op zijn vader. “Omdat hij alcoholist was. Maar nu niet meer. Toen ik een jaar of acht was en hij weer een kater had zei ik tegen hem dat ik dat stom vond. Toen zag hij dat ook en wilde hij stoppen. En ik heb hem geholpen en nu is hij gestopt.” De kinderen klappen en groepsleerkracht André Berkeljon klapt mee. “Dat een jongen zoiets durft te vertellen geeft aan dat er een veilige sfeer heerst in de klas. Dat is wel een voorwaarde voor zoiets als dit”, zegt hij. Hij vindt de toegevoegde waarde van de workshop voor zijn leerlingen – de Rietlanden is een school met twintig culturen – overigens vooral het talige aspect. “De kinderen moeten uitleggen wat ze bedoelen en – ook belangrijk – naar elkaars verhalen luisteren.”

In de workshop krijgen de kinderen drie gouden regels aangereikt: vertel iets wat dichtbij je staat, leer niets uit je hoofd maar probeer de beelden voor je te zien, dan komen de woorden vanzelf, en realiseer je wat jouw toehoorder hier aan heeft: zit er een boodschap in of is het gewoon een mooi verhaal? Francine Plaisier en Tim Klein Schiphorst zijn inmiddels bezig het concept van de workshop in een lesmethode te gieten en zijn in onderhandeling met educatieve uitgeverijen hierover.

Hun droom? “Dat voor kinderen op de basisschool het verwoorden van hun droom onderdeel wordt van de Cito-eindtoets.”

www.verhalenfabriek.nlwww.oudersconnectlive.nl