Wat te denken

Schrijfster Nicolien Mizee geeft een cursus ‘Verhalen schrijven’ aan de Volksuniversiteit. Ze laat zich inspireren door het werk van haar leerlingen. Vandaag gaat het over het nadenken over boeken.

Mirjam wil geen vrouwenboeken lezen, want vrouwen schrijven over gevoel en daar heeft ze een hekel aan.

„En waar schrijven mannen over?” vraag ik nieuwsgierig.

Voor Mirjam antwoord kan geven, doet Leopold zijn mond open. We kijken er allemaal van op. Hij is een stille, kwabbige jongeman met vochtige lippen en een goudomrande bril.

„Mannen schrijven over precies hetzelfde”, zegt hij met zachte stem. „Ook over angsten en emoties. Maar ze schouwen niet naar binnen, zoals vrouwen, maar ze vluchten in seks en drank. En dat vindt iedereen prachtig. Het is een uitvloeisel van de Romantiek.”

„Wat is romantiek?” vraag Elleke, haastig aantekeningen makend. Ze is onze jongste cursiste, een gothic meisje van veertien.

„Wat jij bent”, zeg ik met een hoofdknik naar haar zwarte outfit. „Een verlangen naar duisternis. Wat hopen we eigenlijk te vinden in die duisternis? Identiteit?”

„Een romantische held mag nooit zijn bestemming bereiken”, zegt Leopold. „Hij moet van begin tot eind gekweld blijven, en doodgaan.”

„Dat vind ik ook zo jammer van de boeken die mijn dochter voor school moet lezen”, mengt Gonda zich in het gesprek. „Ze zijn zo grof allemaal. En die toneelstukken waar ze heen moeten voor CKV! Ik ga wel eens mee. Wat je dan ziet: acteurs in grauwe kleren die steeds moeten overgeven of zelfmoord plegen. En helemaal geen mooie decors.”

„Ja, maar dat is om ons aan het denken te zetten”, zeg ik aarzelend. „Ik heb een vriend die ook steeds van die rare toneelstukken zonder einde schrijft. En hij heeft me uitgelegd dat dat verontrustend is. Als er een happy end is, gaan wij thuis weer fluitend met een hamburger op de bank naar Idols zitten kijken. Maar met een open einde gaan we nádenken. Dat is het idee. Eerlijk gezegd denk ik altijd alleen: alwéér geen einde!”

„En waar moeten we van die schrijvers dan aan denken?” vraagt Elleke, de pen in de aanslag. Dat is een goeie. We zijn er allemaal stil van.

„Ja, dat zeggen ze er niet bij, die schrijvers”, zeg ik.

„Jij bent toch ook schrijfster?” vraagt Mirjam.

Dat is waar. En vaak weet ik heel goed wat iedereen moet denken. Maar nu het me zo op de man af gevraagd wordt, sta ik ineens met mijn mond vol tanden.

„Je moet net zo lang nadenken tot je weet wat het jouwe is”, zeg ik. „Dat voel je vanzelf. Trek je nooit iets aan van mode en tijdgeest, verwerp de hele cultuur als het nodig is, en denk net zo lang door tot je voelt dat je bij de allerlaatste formulering van de alleronderste gedachte bent.” Dan valt me iets in en ik citeer: „‘Wat elk mens moet kunnen is ‘nee’ zeggen tegen de realiteit en daaraan een diep soort genoegen ontlenen. ‘Nee’ zeggen tegen alle baarlijke onzin om je heen. Koppigheid is het enige wat een mens kan redden. Aan de zijlijn staan is de kern van de hele zaak.’ Dat zei de Russische dichter Josef Brodsky een keer tijdens een interview, lang geleden. Dat heb ik toen met viltstift op mijn computer geschreven, en daar staat het nog steeds.”