Vergeten voorwaarden

Menig echtpaar kijk na de bruiloft niet meer om naar de opgestelde huwelijkse voorwaarden. Dat is onverstandig.

De klanten van Guido van der Brug, notaris in Amersfoort, zijn in de regel verrast door zijn aanbod om nog eens kritisch naar de huwelijkse voorwaarden te kijken. Het merendeel is al jaren getrouwd en kan zich niet eens meer herinneren bij welke notaris de akte die de rechten en plichten van de partners binnen het huwelijk regelt precies ligt en wat erin is afgesproken.

Van der Brug, mede-eigenaar van notariskantoor Bolscher Van der Brug Huzink, kent de noodzaak wel. „Sommige akten zijn tientallen jaren geleden opgesteld en sluiten niet meer aan bij de wensen en de persoonlijke omstandigheden.” Dit kan uiterst ongelukkig uitpakken bij een scheiding.

Echtscheidingsadvocaat Florence Lohuis van advocatenkantoor SmeetsGijbels in Rotterdam kent die gevolgen uit haar eigen praktijk. Zo kan het gebeuren dat vermogen op naam van een van de partners toch gemeenschappelijk blijkt ondanks het feit dat de huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld om juist dat te voorkomen. Het komt ook voor dat een ondernemer ondanks huwelijkse voorwaarden met strikt gescheiden ondernemingsvermogen toch over de helft van de waarde van zijn bedrijf moet afrekenen met zijn ex-partner. „Dan kan de ex-partner eisen dat deze vordering wordt vrijgemaakt uit de onderneming; met mogelijk nadelige gevolgen voor de continuïteit van de bedrijfsvoering”, zegt Lohuis.

Volgens Van der Brug zijn de huwelijkse voorwaarden vaak niet meer toereikend als de echtgenoten niet leven overeenkomstig de gemaakte afspraken.

Bij een scheiding kan met name het in de voorwaarden opgenomen zogeheten Amsterdams periodiek verrekenbeding onvoorziene gevolgen hebben. Een afspraak tussen partners om jaarlijks af te rekenen over wat in jargon de overgespaarde inkomsten heet, het verschil tussen het inkomen van de partners en de kosten die nodig zijn voor het huishouden. De ene partner ontvangt de helft van de overgebleven inkomsten van de andere partner. Lohuis: „Het beding is bedoeld om een inkomensongelijkheid op te heffen. Een overblijfsel uit een tijd waarin de mannen werkten en de vrouwen thuis op de kinderen pasten en de man steunden in zijn carrière.”

Cruciaal voor de werking van het verrekenbeding is dat jaarlijks moet worden afgerekend. „Maar 99 procent van de echtparen doet dat niet”, zegt Lohuis. Met mogelijk verstrekkende consequenties. Als niet jaarlijks is afgerekend kan bij een scheiding in theorie namelijk de niet-verdienende partner nog met lege handen achterblijven. Dit effect wordt versterkt door een zogenoemd vervalbeding dat in veel akten is opgenomen. Dit bepaalt dat er maar met beperkte terugwerkende kracht verrekend kan worden, bijvoorbeeld tot één jaar terug. Volgens Lohuis pakt dit in de praktijk vaak heel anders uit. „Een uitspraak van de Hoge Raad zorgt ervoor dat het vervalbeding in de huwelijkse voorwaarden doorgaans door de rechter genegeerd mag worden. Dat betekent dat alsnog tot over vele jaren terug – zolang het huwelijk duurde – moet worden afgerekend tussen partners.” De bewijslast dat iets niet tot het te verrekenen vermogen behoort ligt bij de partner die de gemeenschappelijkheid betwist. Zeker bij lange huwelijken een hele opgave omdat de administratie doorgaans niet compleet is. Van der Brug: „Nog gecompliceerder is het als het te verrekenen vermogen door een van de partners is gebruikt voor de start van een bedrijf. Dan kan de helft van het bedrijf aan de andere partner blijken toe te behoren.”

Lohuis en Van der Brug pleiten voor een periodieke kritische blik op de voorwaarden. Bij voorkeur als de partners nog tevreden zijn in het huwelijk. Gaat het slecht, dan zijn de belangen zo tegengesteld dat aanpassing niet meer aan de orde is. Als partners bij een echtscheiding tegenover elkaar komen te staan is de formulering en bedoeling van huwelijksvoorwaarden vaak onderwerp van discussie. Bijvoorbeeld inzake de definitie van inkomen. „Als bepaald is dat het overgespaarde inkomen jaarlijks tussen echtgenoten moet worden verrekend, is essentieel wat moet worden verstaan onder dat inkomen. Is dat wat er overblijft van het nettosalaris na aftrek van de huishoudkosten? Of gaat het in het geval van een ondernemer ook om het met de partner verrekenen van de niet-uitgekeerde winsten en de dividenden?” De consequentie kan zijn, dat de ondernemer die zijn salaris jarenlang opzettelijk laag heeft gehouden en winsten in de onderneming heeft geïnvesteerd, uiteindelijk met de ex-partner toch die opgepotte winsten moet afrekenen. Bij een scheiding wordt hier door de niet-verdienende ex-partner een beroep op gedaan. En vaak met succes, weet Lohuis. De echtgenoot-ondernemer moet, terwijl het de expliciete bedoeling was de onderneming buiten een eventuele echtscheiding te houden, toch afrekenen. Van der Brug: „Reden om ondernemers te adviseren geen verrekenbeding meer op te nemen in huwelijksvoorwaarden, of als zij dat toch doen wel jaarlijks af te rekenen.”