Trossen los! (en dromen van lekker eten) Drie weken varen

Diana Tromp vaart mee aan boord van de Lida van Indonesië naar Nieuw-Zeeland, en doet tweewekelijks verslag van haar ervaringen

Diana Tromp Foto Vincent Mentzel Diana Tromp,columniste NRC,matroos op de wilde vaart. foto VINCENT MENTZEL/NRCHandelsblad==F/C==Amsterdam, 24 april 2007
Diana Tromp Foto Vincent Mentzel Diana Tromp,columniste NRC,matroos op de wilde vaart. foto VINCENT MENTZEL/NRCHandelsblad==F/C==Amsterdam, 24 april 2007 Mentzel, Vincent

Sinds een paar weken droom ik met enige regelmaat over een zesgangendiner met Adriaan van Dis, in een Parijs’ sterrenrestaurant. Ik heb mijn mooiste jurk aan. Het tafelkleed is van damast, de glazen van kristal en de wijnen variëren per gang. En dan het eten: O la la! Een achtbaan van verfijnde smaken. Haute haute haute cuisine. Adriaan (ik mag Adriaan zeggen) schenkt me nog eens bij. We converseren over de wereldliteratuur, de troost van de filosofie en de schone kunsten, waarbij ik opvallend goed uit mijn woorden kom. Sterker nog: quel flux de bouche! Het zijn heerlijke avonden.

In de ochtend word ik bruut gewekt met de geur van gebakken eieren met spek. Het ontbijt is om half acht. Iedere dag eten mijn collega’s een paar gebakken eieren: met knakworst, met spek, met heel veel olie of met alle drie. Het witter dan witte brood komt rechtstreeks uit de fabriek, ik vermoed dat er geen graankorrel aan te pas is gekomen. Het bevat zeker wél conserveringmiddelen, want het is maar liefst vier weken houdbaar. Omdat ik hier aan vet niets te kort kom beperk ik mij tot hazelnootpasta en jam.

Twee keer per dag eten we warm, stipt om half één en om zeven uur. De tafel is in een U-vorm, met een bank rondom. We zitten vlak naast elkaar, op vaste plaatsen waar niet aan getornd mag worden. Helaas heb ik het niet getroffen met de kok, die weinig getalenteerd is. Of de Oekraïense keuken is niet aan mij besteed, dat kan ook. Ik ben zelf van het type dat op zaterdag, op de boerenmarkt, lang kan dubben over de vraag of het platte of krulpeterselie moet worden. Roma-, tros- of toch cherrytomaatjes? Dan is het wennen aan een kok die varieert met twee kruiden: peper en zout, waarbij moet opgemerkt dat de peper door ouderdom veel van zijn kracht heeft verloren. De twee tomatensoorten die we hier onderscheiden zijn supermarkttomaten of koude tomaten uit blik, in een glazen schaaltje op tafel. Ook augurken en komkommer worden au naturel uitgeserveerd: ik heb hier in één maand meer augurken gegeten dan de afgelopen twintig jaar in Nederland.

Bij iedere warme maaltijd is er soep en Ischa Meijer zei het juist: ‘Soep op ‘t vuur is als een goede vriend in huis’. De soep noemen we ‘borsjt’, wat de ingrediënten die dag ook mogen zijn. Het bevat altijd kool, worst en iets wat het rood kleurt. Ik gok op ketchup, want ketchup combineert met alles. Het kan over de macaroni, over de gebakken zalm of over het gepaneerde varkensvlees. We verbruiken een fles per dag.

Vlees en vis zijn altijd volledig doorbakken. Daar had ik moeite mee, totdat ik een keer mee ging boodschappen doen. In de Indonesische supermarkt kochten we kilo’s verse garnalen. Vervolgens werden de boodschappen in een bloedhete kofferbak van een taxi gestald en toen was het tijd voor koffie, op een terras. De kok kletste er een eind op los maar ik dacht enkel aan de garnalen, die allang ontdooid moesten zijn. Vermoedelijk krioelden ze alweer gezellig over elkaar heen, of waren ze aan het vermenigvuldigen geslagen. Drie uur later waren we terug op het schip. Sindsdien ben ik een groot voorstander van ‘goed doorbakken’.

Er wordt weinig gesproken tijdens het eten. We wensen elkaar ‘smakelijk eten’, ‘bon appetit’ en ‘prijatnava appetita’. Het laatste is tevens het startschot, en we zijn wég. De volgorde maakt niet uit: of je met soep wilt beginnen, met de braadworst of met een augurk: het is nu ieder voor zich. We werken niet met de ellebogen en we blijven beleefd: schalen worden doorgegeven, servetjes aangereikt. Toch lijkt het er steeds weer om te gaan wie als eerste bij de finish is: de koffie met de sigaret. Het record van 4,5 minuut staat op naam van Sergei, die altijd opvallend goed weg is. Omdat hij slecht Engels spreekt neemt hij zelden deel aan de conversatie aan tafel en dat levert hem minuten tijdwinst op.

Ondanks alles schep ik ruim op: fysieke arbeid maakt hongerig, en alles went. Ook de deining, want eindelijk, na zeven weken stilliggen, zijn de trossen losgegooid. Onze bestemming is Dunedin, Nieuw-Zeeland waar een nieuwe lading op ons ligt te wachten.

Voor het eerst ben ik op zee en ik kijk me suf. Drie weken onafgebroken varen, niets dan water en lucht om me heen, met af en toe een hoopje eiland en een verdwaald zeedier. Overal zie ik de horizon: heel wat anders dan de postzegel blauwe lucht en de halve gracht waar ik in Amsterdam op uitkijk. Het is een fantastische ervaring om dagen te varen in een decor dat zo geleidelijk wisselt. Van tijd tot tijd voel ik mij als major Tom, die het contact met ground control verloren heeft en in zijn eentje door het universum zweeft.

En ’s avonds laat, als ik moe van het bikken mijn kooi opzoek, doe ik aan bijvoeding. Op eigen rekening kan ik kiezen uit een onuitputtelijke voorraad van fanta en bier, pinda’s en pringles, chocola en snickers. Gelukkig weet ik mij aardig in toom te houden. Ik moet ruimte overlaten, want in de nacht is Adriaan er weer. Hij rekent op mij.

Zie ook: www.zeeopschool.nl