Goed voor het klimaat, slecht voor arme landen

Biobrandstoffen lijken een elegante oplossing voor het westerse klimaatprobleem. Maar ontwikkelingslanden gaan eraan kapot, zeiden NGO’s gisteren in de Tweede Kamer tegen minister Cramer.

„Als Europa zo graag biobrandstoffen wil, moet het ze maar zelf produceren”, zegt de Colombiaanse Tatiana Roa. „Nu worden echter bij ons boeren onteigend en regenwouden vernietigd, alleen maar om jullie problemen op te lossen.”

Wie dacht dat biobrandstoffen een elegante oplossing zouden vormen voor de milieu- en energieproblemen van industrielanden kwam gisteren in de Tweede Kamer van een koude kermis thuis. Europa moet onmiddellijk stoppen met de import van biobrandstoffen, zo eisten non-gouvernementele organisaties uit voornamelijk ontwikkelingslanden tijdens een hoorzitting.

Volgens de NGO’s zijn de twee grote problemen die ontstaan in landen als Indonesië, Paraguay of Mali, dat de productie in handen is van bedrijven die grote, arbeidsextensieve plantages opzetten. Daarvoor worden natuur en lokale gemeenschappen rigoureus aan de kant geschoven. Een vrouw uit het Colombiaanse Curvaradó-gebied sprak over „honderden doden” vanwege geweld door paramilitaire groepen.

De activisten vonden een gewillig oor bij minister Jacqueline Cramer (VROM, PvdA), die erkende „in de tang” te zitten. „Het Westen draagt een verantwoordelijkheid voor jullie problemen én voor klimaatverandering”, zei Cramer na te hebben geluisterd naar presentaties uit Indonesië en Brazilië.

Uit milieuoverwegingen stimuleert Europa momenteel het gebruik van biobrandstoffen. In 2010 moet 5,75 procent van alle benzine en dieselolie voor transportdoeleinden in EU-landen bestaan uit biobrandstof.

„Zeggen jullie: stop met het gebruik van biomassa voor energievoorziening? Of is er toch een duurzame manier om het als energiebron te gebruiken?” was Cramers laatste vraag voor ze halverwege de hoorzitting moest vertrekken. „Mijn volk in West-Kalimantan vecht op dit moment met bedrijven die plantages voor palmolie willen opzetten”, antwoordde de Indonesische Mina Susana Setra van de inheemse volkeren organisatie AMAN. „We moeten stoppen met uitbreidingen.”

Minister Cramer vertrok vervolgens met de woorden: „Ik kijk uit naar jullie rapport.” Ze nam zichzelf daarmee extra in de tang. Eerder dit jaar had ze juist al een commissie laten kijken naar criteria waaraan duurzame productie van biobrandstoffen zou moeten voldoen. In april kwam de commissie met de zogeheten ‘Cramer-criteria’, die gisteren juist onder vuur kwamen te liggen. Volgens de NGO’s is er geen duurzame productie van biobrandstoffen, tenzij de industrielanden de productie zelf voor hun rekening nemen.

Precieze cijfers van het areaal landbouwgrond dat wereldwijd voor biobrandstoffen wordt aangewend, zijn niet bekend. Handelaren hoeven namelijk niet bekend te maken of ze maïs kopen om tortilla’s van te bakken of om te verstoken als bio-ethanol. Wel komen landen soms met plannen voor biobrandstofproductie en is aan prijzen merkbaar wat de ontwikkelingen zijn.

Eerder dit jaar gingen in Mexico tienduizenden demonstranten de straat op in protest tegen een verdubbeling van de tortillaprijzen. Mexico was gewend aan goedkoop maïsmeel uit de Verenigde Staten. Maar vorig jaar ging opeens 16 procent van de Amerikaanse maïs naar bio-ethanol.

Het Landbouw Economisch Instituut in Den Haag stelde eerder deze week dat een gemiddelde stijging van 10 procent van de wereldmarktprijzen van landbouwproducten met name te danken is aan de toenemende vraag naar bio-brandstoffen.

„De ontwikkelingen gaan razendsnel”, zegt de Colombiaanse Roa van Friends of the Earth. „Juist daarom hebben we nu een moratorium nodig, om een goed beeld te krijgen van de schade die wordt aangericht. We willen voorkomen dat het voortgaat en we achteraf alleen kunnen zeggen: wat jammer.”