Fluwelen slavernij

Jong geleerd, oud gedaan. Daarom kunnen we nu al weten hoe het financiële leven van de aanstaande generatie volwassenen eruit zal zien. Veelzeggend is het scholierenonderzoek 2006-2007 van het Nibud (www.nibud.nl). Vergeleken met 1994 werken nu veel meer 16- tot 18-jarigen om hun luxe consumptiepatroon te bekostigen. Over tien jaar zullen deze vlijtige bijen samen met hun partner nog meer uren zwoegen om kinderen, auto’s, medische zorg, een luxe woning, pensioenpremies, belastingen, vakanties, verzekeringen, kleding en voedingsmiddelen te betalen. De mannen zullen als vanouds het meeste geld binnenbrengen. Al vanaf 14 jaar zie je dat jongens meer verdienen dan meisjes. Beide seksen werken wel evenveel uren: de arbeidsduur van vrouwen zal stijgen.

Maar hoe hoog het huishoudinkomen ook wordt, het blijft krap. Tekorten horen erbij, menen scholieren, want bijna de helft heeft er last van. Maar geen nood: je vraagt pa en ma gewoon een lening of een gift. Slechts 8 procent van de ouders weigert zo’n verzoek. Bijna tweederde betaalt tegenwoordig sowieso alle kleding en de mobiele telefoon van de kinderen (in 2004 eenderde). Daarnaast spaart de helft van de ouders voor hun nazaten (in 2004 ruim eenderde). Ze zullen blijven bijspringen als ze volwassen zijn.

Toch worden hun kinderen daarvan niet rijk. Want hoeveel salaris, giften, leningen en erfenissen ook binnenkomen, elk extra bedrag gaat op aan een groter huis of een verbouwing, een betere auto, een luxere levensstijl en hogere belastingen. Deze race op meer inkomsten gevolgd door hogere uitgaven herhaalt zich in de volgende generatie goed betaalde werknemers: ze rennen als bezetenen in hun rad, maar bevinden zich desondanks elke ochtend op dezelfde plek.

De Franse denker Alexis de Tocqueville (1805-1859) voorspelde dit levenspatroon al anderhalve eeuw geleden als het lot van inwoners van welvarende democratieën als de onze. Want gelijkheid mag mooi klinken, het zorgt ook dat iedereen zich wanhopig probeert te onderscheiden van al zijn vergelijkbare medemensen. Volgens De Tocqueville raakt daardoor iedereen bezeten van handelsgeest, winstbejag en materiële genoegens, tot we eindigen als ‘een troep angstige en vlijtige schapen met de regering als zorgzame herder’. Hij noemde dit ‘fluwelen slavernij’.

Dat lot stemt niet vrolijk. Een uitweg biedt de Amerikaanse schrijver Robert Kiyosaki in zijn bestseller Lessen van een arme en een rijke vader. Volgens Kiyosaki moet je kinderen niet leren te werken voor geld maar om geld voor zich te laten werken. Dat vergt financiële slimheid in de vorm van wets- en beleggingskennis, reken- en verkoopvaardigheden. Dat voorkomt dat ze, zoals veel werknemers, voortdurend hypotheken en kredieten afsluiten omdat ze menen dat het bezittingen zijn. Stimuleer kinderen ook voor zichzelf te werken, adviseert de auteur. Volgens hem ontstaat financieel geworstel vooral als je levenslang ploetert voor anderen. Vertel de kinderen tot slot hoe ze met deskundige hulp minimaal belasting betalen. Zo kunnen ze, als ze eenmaal rijk en vrij zijn, nog generaties lang vermogend blijven.