De schijn van het supergestroomlijnde Japan

Dick Stegewerns

„Wat is alles hier toch verschrikkelijk geordend”, is een vaak gehoorde uitspraak van buitenlanders die net in Japan zijn gearriveerd. De treinen van het vliegveld naar de stad reden op tijd en stopten zelfs precies op de gemarkeerde plekken op het perron. De deur van de taxi ging automatisch open en dicht en achter de balie van het hotel was men reeds op de hoogte van al onze wensen en gegevens.

Maar het supergestroomlijnde uiterlijk van de Japanse samenleving is soms bedrieglijk. Probeer met de taxi maar eens bij het huis van een vriend te komen. In de oude keizerlijke hoofdstad Kyoto, die als een dambord in vakken verdeeld is, lopen bijna alle straten netjes noord-zuid of oost-west. Veel straatnamen zijn al duizend jaar oud. Door te zeggen in welke windrichting de chauffeur moet rijden bij een kruising komt men een heel eind. Voor wie het niet helemaal zeker weet zijn er nog kinderliedjes waarin alle straten in de goede volgorde gezongen worden. Maar bijna alle andere wegen in Japan lopen niet loodrecht op een windrichting, hebben geen naam, en huisnummers lopen niet netjes op: 3-7-24-201. Ga er maar aanstaan.

Een ander verbazingwekkend fenomeen in dit ‘ordelijke’ land zijn fietsers. Dat zij bij gebrek aan een fietspad zowel op het voetpad als op de autobaan mogen rijden is nog tot daar aan toe. Dat zij hun niet-geoliede remmen gebruiken als trommelvliesverscheurende bel – terwijl er gewoon een bel op elke Japanse fiets zit – is al moeilijker te verdragen. Maar dat zij willekeurig een rijbaan uitzoeken is gewoonweg levensgevaarlijk. ’s Avonds moet je op je hoede zijn voor projectielen die zonder licht en reflectoren opeens voor je koplampen verschijnen. Het geringe aantal slachtoffers lijkt voornamelijk gebaseerd op de angst van de automobilist voor de financiële gevolgen als hij een fietser omver rijdt. Ook al is het niet zijn schuld.

Het meest bevreemdend is nog wel dat het merendeel van de Japanners achter het stuur niet weet wie er voorrang heeft op een gelijkwaardige kruising. Vast wel geleerd tijdens de stoomcursus op het veilig van verkeer afgeschermde rijlesparcours, maar helaas vergeten. Elk kruispunt heeft een stoplicht, ongeacht de dagelijkse hoeveelheid verkeer, dus men hoeft zelden zelf na te denken. Dat doen de stoplichten ook niet: de groene golf moet hier nog zijn intrede doen. In Kyoto floepen alle stoplichten noord-zuid tegelijkertijd op rood, waarna alle stoplichten oost-west op groen gaan.

Alleen het oude centrum van Kyoto met zijn smalle eenrichtingsverkeerstraatjes heeft geen stoplichten. Om de vijftig meter een gelijkwaardige kruising. Wat nu? Links heeft voorrang. Maar de hoffelijke inwoners van Kyoto hebben zo hun eigen regels.

Wie het luidruchtigst weet duidelijk te maken dat de ander voor mag is de galante winnaar, die rustig wacht voor zijn medemens. Staan er meer auto’s te wachten, dan gaat de geduldige bestuurder als tweede, gevolgd door de auto uit de andere richting, waarna de auto achter de galante bestuurder aan de beurt is. Netjes om en om.

Efficiënt? Twijfelachtig. Overtreding van de wet? In de helft van de gevallen wel. Maar er zijn veel belangrijkere dingen in het leven van de oude hoofdstad. Waardering voor de maan, voor de elkaar afwisselende seizoenen en bijbehorende bloemen maken een goed mens, al ruim duizend jaar. Handhaving van twintigste eeuwse verkeersregeltjes is aanmerkelijk minder van belang.