Bekering

Opeens jongleert Feyenoord met miljoenen. Het geld stroomt binnen, in de Kuip. De spelers die nog zelf hun lunch moesten betalen, staat een festival van kaviaar en kreeft te wachten. Dagelijks. Terwijl ze in de Arena het hoofd breken over het gras, worden in de Kuip onderaardse wijnkelders aangelegd.

Feyenoord wordt de rijkste club van het land.

Over de identiteit van de geldschieters doet de club geen mededelingen. Het zou grotendeels gaan om jonge, succesvolle ondernemers ‘met een hart voor Feyenoord’. Yuppen dus. Om het met de woorden van interim-directeur Peter Vogelzang te zeggen: „Onze huidige activiteiten zorgen voor extra enthousiasme bij mensen die financieel wat willen en kunnen betekenen voor Feyenoord.”

Vanwaar die omslag?

Aan het beleidsplan van technisch manager Peter Bosz kan het niet liggen. Dat heeft niemand gelezen. Luttele weken geleden slaagde commercieel directeur Chris Woerts er niet eens in om Co Adriaanse warm te maken voor een avontuur in de Kuip. Co had er geen vertrouwen in dat een punt zou gezet worden achter de armlastigheid van de club. En: een droogbroodtrainer is hij nooit geweest.

De havenbaronnen hebben ook nu geen cent over voor Feyenoord. Het nieuwe geld is binnengesleept uit verre oorden: Zeeland, Gelderland, Noord-Holland… Een beetje Rotterdammer heeft het dan over exotische financiering. Hoeveel boeren met koolschuren zouden er straks op het ereterras in de Kuip zitten? Of varkenshoeders? Uiteraard naast IT-schurken. De sociologie van de Kuip wordt een hilariteit op zich.

Het Van Marwijkeffect.

Alles is begonnen met het ja-woord van Bert van Marwijk. Een grijze eminentie in de trainingswereld. Man van gestolde eenvoud, zonder blabla. Ook nog een werker met arbeidsethos. Dan kan je in Rotterdam een potje breken. In de schaduw van Van Marwijk ging spelersmakelaar Rob Jansen aan de slag. Hij had wel een paar jongens in de aanbieding. Dat Giovanni van Bronckhorst bereid was Barcelona in te ruilen voor Feyenoord was een transferouverture met kracht van de olympische vlam. Opeens wou iedereen naar Feyenoord. Tim de Cler, Kevin Hofland en Roy Makaay werden besprongen door het doodgewaande Feyenoordgevoel. Velen zullen nog volgen, uit binnen- en buitenland. Danny Koevermans heeft er zelfs oorlog met de AZ-bonzen voor over. Na de winterstop speelt Romario in de Kuip.

Gio en Roy.

Zij belichamen als geen ander een cultuurschok, in Rotterdam. Verlegenheid in roem. Niets blingbling. Ja, gel in de haren, maar heel voorzichtig. En dan nog eigenlijk meer uit genetische dwarsheid dan om te verleiden. Gio en Roy spelen vanuit een deficit. Eigenlijk zijn ze door de rococobende van het ingebeelde Oranje nooit serieus genomen. Ze mochten aanwezig zijn, maar zonder veel commentaar. Doodgeboren waterdragers. Als spits kun je nooit aan die predestinatie beantwoorden. Elke spits wil gloriëren, desnoods als tweede keuze, voor Van Basten.

Dus Feyenoord.

Eigenlijk ontroert het mij dat de eenling Van Bronckhorst toch nog met een clubgevoel in het leven staat. In Barcelona was hij een grote vedette, vooral in restaurants. Waar hij voorbijkwam, gingen meisjes in de plooi, soms in de knieval. Dat zal hem in Rotterdam niet overkomen, maar toch: de haringkar bleek hem dierbaarder te zijn dan glamoureuze tapas. Het mooie aan Gio is zijn authenticiteit. Hij eet wat de pot schaft. Overigens: zijn zus is kapster in Rotterdam, daar heeft hij veel respect voor.

Roy Makaay is nog wezenlozer in zijn genen. Alles is Gelders aan Roy, maar niet zijn ingenieuze invallen om te scoren. In de Zestien wordt de lieve schaapherder een moordmachine. Hoe doe je dat? Gio en Roy. Ze zijn sowieso ontheemden. Mannen van een paradijs aan de overkant. Meer het stedelijke icoon. Paris Hilton op zijn Rotterdams. Disco, bar, CNN, en toch van de provincie.

Toch: in Roy Makaay vindt verzoening plaats. Tussen Randstad en provincie, tussen stad en dorp, tussen commercie en genot. Het avondland van Roy Makaay is Feyenoord. Dat wist hij vroeger niet, maar soms wil iemand gelukkig zijn. In Uruzgan of in Waalwijk.

Doelpunten zijn tenslotte als een kogel.