‘Rechter kan Malevitsj-zaak echt bekijken’

Malevitsj: ‘Suprematisme (supremus no. 50)’, 1915
Malevitsj: ‘Suprematisme (supremus no. 50)’, 1915

De Nederlandse advocaat van de erven Malevitsj, Rob Polak, noemt de uitspraak van de Amerikaanse rechter in de zaak tegen de gemeente Amsterdam van groot belang.

„De rechter kan nu eindelijk aan de beoordeling van de zaak zelf toekomen” zegt Polak van advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek. „De gemeente Amsterdam heeft zich daar drie jaar lang met formele bezwaren tegen verzet, maar zal nu met goede inhoudelijke argumenten moeten komen en die heeft ze niet.”

De gemeente Amsterdam heeft sinds het begin in 2004 voor de federale rechtbank in Washington DC moties ingediend tegen de behandeling van de zaak van de erven Malevitsj, die 14 kunstwerken opeisen uit de Malevitsjcollectie in het Stedelijk Museum. Nu die moties door de rechter zijn verworpen, gaat de rechtszaak in Washington, die in januari 2004 door de erven werd aangespannen, een nieuwe fase in.

De gemeente Amsterdam zegt in een commentaar kennis te hebben genomen van de uitspraak en zich nog te beraden op eventuele volgende stappen. Of de gemeente in hoger beroep zal gaan is nog niet bekend. Het Stedelijk Museum, waar de Malevitsj-doeken een belangrijk element van de collectie vormen, wil geen reactie geven.

Intussen neemt de kritiek op de opstelling van de gemeente Amsterdam in deze zaak toe. Rudi Ekkart, directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie en ontwerper van het Nederlandse teruggavebeleid van oorlogskunst, zei onlangs in een interview met NRC Handelsblad dat de overheid zich „op een loze manier” heeft afgemaakt van de claim op de Malevitsj-collectie.

De jurist Mr. P. Sanders, die als adviseur van de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum Willem Sandberg in 1958 nauw betrokken was bij de aankoop van de Malevitsj-collectie, liet in 2005 – ook in NRC Handelsblad – weten dat naar zijn mening de gemeente Amsterdam bereid moet zijn tot een schikking met de erfgenamen.

Twee Amerikaanse musea – waaronder het Museum of Modern Art in New York – die eveneens kunstwerken hadden verworven uit de Berlijnse collectie van Malevitsj, sloten in de jaren negentig overeenkomsten met de erfgenamen waarbij schilderijen werden teruggegeven.