Kerk wil traditionele mis weer toestaan

De rooms-katholieke kerk wil de mogelijkheden voor het celebreren van traditionele Latijnse vieringen verruimen. Daarmee hoopt de kerk onder meer dat de priesterbroederschap Pius X in de eigen gelederen terugkeert.

De broederschap Pius X ontstond na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), de conferentie waar de katholieke kerk een koers van vernieuwing insloeg. Tijdens dat concilie werd onder andere de eredienst gemoderniseerd. Het Latijn verdween als ‘voertaal’ van de mis en maakte plaats voor de landstaal. Sommige omstreden passages uit de eredienst werden geschrapt.

De Franse conservatieve aartsbisschop Marcel Lefebvre (1905-1991) verzette zich tegen de vernieuwingen en bleef trouw aan de rituelen van de zogeheten Tridentijnse mis. Tot ongenoegen van het Vaticaan, dat hem in 1976 schorste. Lefebvre trok zich niets van zijn schorsing aan en ging door met het wijden van priesters.

Toen hij in 1988 ook vier bisschoppen wijdde besloot de kerk Lefebvre en de vier nieuwe bisschoppen te excommuniceren.

Critici vrezen dat de kerk met het toestaan van de Tridentijnse mis, die in de 16de eeuw op het Concilie van Trente werd vastgelegd, een verkeerd signaal geeft. Het kan conservatieve krachten binnen de kerk versterken en de relatie met andere religies verstoren – onder andere door een passage in de tekst waarin wordt gebeden voor ‘bekering van de joden’.

Achter de voorkeur van de broederschap Pius X voor de traditionele mis gaat volgens critici bovendien een verwerpelijk conservatisme schuil. Zo werd Lefebvre kort voor zijn dood nog veroordeeld wegens racisme – hij beschuldigde moslims ervan Franse vrouwen te ontvoeren. In 1989 werd een Franse oorlogsmisdadiger ontdekt in een klooster dat gelieerd was aan de broederschap.

Paus Benedictus XVI heeft in mei 1988, toen hij nog hoofd was van de congregatie voor de geloofsleer, geprobeerd de excommunicatie te voorkomen. Hij wilde de broederschap als religieuze orde erkennen, maar Lefebvre weigerde concessies te doen.