Juffrouw Laps, femme fatale

Multatuli’s Woutertje Pieterse. Bewerkt en in beeld gebracht door Jan Kruis. Eerste deel. De Bezige Bij, 128 blz. € 29,90.

‘Woutertje Pieterse is veel te lang met rust gelaten,’ vond Ivo de Wijs, en hij bekortte een half jaar geleden Multatuli’s verhaal van een 19de-eeuws Amsterdams jochie tot een vlotlopend en handzaam boekje van tweehonderd bladzijden. Zijn rigoureuze hertaling deed nogal wat stof opwaaien onder criticasters die kennelijk waren vergeten dat de verteller van Woutertje Pieterse zélf had geschreven dat het ‘niet moeilijk [is] rein te blijven als men op de bovenste plank staat en nooit wordt uitgeleend.’

De literaire puristen kunnen hun lol op met de nieuwste jas die Woutertje is aangetrokken, dit keer door Jan Kruis, die vooral bekend is als de tekenaar van de klassieke Libelle-strip Jan, Jans en de kinderen. Kruis huldigt hetzelfde ideaal als De Wijs – ‘het boek toegankelijker maken door de humoristische kant van het verhaal te benadrukken’ – maar hij bereikt het op een heel andere manier. Als uitgangspunt voor zijn bewerking van de over honderden losse ‘Ideeën’ verspreide ontwikkelingsroman nam hij de editie van Multatuli’s weduwe uit 1890. Ook hij hanteerde de schaar, maar daar stond tegenover dat hij de oude spelling en zelfs het klassieke zetwerk overnam. In beeldend opzicht is dat geslaagd, maar erg makkelijk leest het in oblongformaat uitgegeven driekoloms boek niet.

Het doet er niet toe. Kruis is geen literator maar een tekenaar, en de pessimisten die vreesden dat hij van de 19de- eeuwse klassieker een braaf plaatjesboek in de stijl van Jan, Jans zou maken, kregen ongelijk. Het opvallendst aan Kruis’ Woutertje Pieterse is de verscheidenheid aan stijlen. Een Anton Pieck- achtig schilderij van Woutertje bij een molen wordt gevolgd door een Van Goghiaanse zonsondergang; een karikaturale stripsequentie over de Hallemannetjes (‘die zoo byzonder fatsoenlyk waren’) komt na een tweetal sfeervolle potloodschetsen van oud-Amsterdam; en wanneer er sprookjes of sterke verhalen aan Woutertje worden verteld, dan is de tekenstijl plotseling die van een kleurig kinderboek. Never a dull moment in de Woutertje Pieterse van Jan Kruis: de ene keer is onze held een straatschoffie met een grote pet en een hansop, de volgende keer zien we hem als een blonde engel, penselend in zijn pyjama, met een slaapmuts op zijn hoofd. Om de geest van de tijd nog meer tot zijn recht te laten komen, heeft Kruis enkele typische 19de-eeuwse memorabilia in zijn tekst opgenomen: een theaterprogrammaboekje, een prent uit de Glorioso-uitgave die Wouter in het begin van het boek aanschaft, een tableau met getekende Shakespearepersonages. De enigszins flauwe tekening van Michelangelo’s scheppende God met een brilletje kunnen we Kruis best vergeven.

Jan Kruis is er in geslaagd om zijn tekeningen even afwisselend te maken als de tekst van Multatuli. En vooral Juffrouw Laps, Woutertjes stalkster in een van de beroemdste scènes uit het boek, mag de illustrator dankbaar zijn: eindelijk is zij getekend als de prachtige vrouw die zij in haar eigen ogen ongetwijfeld was.

In het Van Gogh-museum Amsterdam is t/m aug. ‘Jan Kruis tekent Woutertje Pieterse’ te zien.