Het Romeinse eikenmysterie

Negenendertigste deel van een serie over het leven van bekende en onbekende bomen in Nederland.

Het schip zal op z’n minst het idéé geven van wat in Romeinse tijden werd gepresteerd. Foto Sake Elzinga Nederland - Vleuten - ( Utrecht ) 23-06-2007 Bouw van replica van Romeins houten schip. Foto: Sake Elzinga
Het schip zal op z’n minst het idéé geven van wat in Romeinse tijden werd gepresteerd. Foto Sake Elzinga Nederland - Vleuten - ( Utrecht ) 23-06-2007 Bouw van replica van Romeins houten schip. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

In Vleuten wordt momenteel een replica van een Romeins schip gebouwd – zo’n project om jongeren weer aan het werk en in het gareel te krijgen. Toen het op poten werd gezet, beloofde Henk Lugtmeijer: en dan zorgen wij voor het hout. Hij was directeur van Het Utrechts Landschap.

„Die heeft misschien aan hout uit jullie eigen bossen gedacht”, zeg ik.

„Dan heeft hij zich geen rekenschap gegeven van de dimensies van dat aanbod”, antwoordt Simon Klingen.

Het schip werd in 1997 gevonden bij voorbereidende werkzaamheden voor Leidsche Rijn. Het lag in een voormalige rivierbedding. In 2003 werd het opgegraven en naar de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten in Lelystad gebracht.

Een bijzonder schip, al was het maar door zijn afmetingen: 25 bij 2, 60 meter. De (vlakke) bodem bestond uit vier planken – planken van zeker achthonderd kilo. Het blijft een raadsel hoe mensen in die tijd zulke planken konden hanteren (om over het verslepen van de oorspronkelijke boomstammen nog maar te zwijgen).

Om het te conserveren moest het schip in een bad worden gelegd, en om te passen moest het doormidden worden gezaagd. Daarbij werd een coupure van het profiel genomen, zodat het hout aan een dendrochronologisch onderzoek kon worden onderworpen. Voor de hele romp bleken maar drie bomen te zijn gebruikt.

De boordgangen waren van één eik, gekapt in 143 na Chr. (plus of min 6 jaar), de vlakgangen ook van één eik, gekapt in 148 na Chr. (plus of min 6 jaar); beide eiken van een natte standplaats in wat we nu het Noorden des Lands noemen. De twee kimstukken ten slotte waren van een derde eik, waarvan de kapdatum niet kon worden vastgesteld, waarschijnlijk eveneens ergens uit het Noorden. Klingen: „Denk aan het IJsseldal.”

Hij is 58. Hij doet bosbeleid en bosbeheer voor Het Utrechts Landschap. Hem viel de taak toe het hout te leveren. „En dat hele verhaal”, zegt hij, „draait om de kimstukken.”

De kim is een L-vormige balk op de ronding van bodem naar boord, aan beide zijden van het schip dus één. Dat de kimmen in dit geval uit één eik waren gewonnen, gaf al een vermoeden van de omvang van die eik. Verder waren er de mergstralen. Deze lopen radiaal door de jaarringen en daaruit kun je het middelpunt van de boom afleiden, en uiteindelijk zijn diameter.

„Op borsthoogte 1,40 meter”, onthult Klingen na wat vijven en zessen. „Ongelooflijk!” Want zo’n diameter kán nog, maar dan verwacht je een boom met een laag aangezette, breed uitgegroeide kroon. Deze kimmen echter waren achttien meter lang en hadden maar één noest. Noesten zijn de littekens van takken.

„Die eik”, zo vat hij samen, „moet, als alles klopt, 40 à 45 meter hoog zijn geweest, met een recht stamstuk zonder takken van ten minste 18 meter.” En tussen haakjes: „Zoiets kan alleen in een dichte stand zijn opgegroeid. Dat beantwoordt dus bepaald niet aan het gangbare landschapsbeeld voor het begin van onze jaartelling – deze eik heeft niet in een open parklandschap gestaan.”

Op zoek naar zo’n reus van een eik! Dat die in Nederland niet te vinden zou zijn, was meteen duidelijk. Naar Duitsland dan. Juli 2005. De Duitse deceptie. „We hebben her en der 230 bomen bekeken, niets wat er ook maar in de buurt kwam.”

In januari 2006 kon hij op de jaarlijkse rondhoutveiling in Arnhem een eikenstam van een meter of vijftien kopen, niet helemaal de gewenste dikte, niet helemaal noestvrij. Maar wel afkomstig van het landgoed Windesheim, ten zuiden van Zwolle („denk aan het IJsseldal”).

Daar vond hij vervolgens nóg een eik van ongeveer dit formaat, geschikt voor de tweede kim. Aankopen tot een bedrag van zo’n 7.000 euro.

Goed, het is een beetje behelpen. Maar het schip zal op z’n minst het idéé geven van wat in Romeinse tijden werd gepresteerd, door mensen en eiken.

„De bouw kon beginnen”, zegt Klingen tot besluit. „En wij leven verder met het mysterie van de oereik.”

Dendrochronologie – zeg: jaarringkunde. Ik kom hierop terug.